Mooie Pinksteren?

Vergeet vandaag niet een zeer geliefd persoon een digitaal pinksterbloemetje te sturen! De echte laten staan natuurlijk, denk aan het milieu….

Gek eigenlijk, we wensen elkaar een Goede Kerst, een Gelukkig Nieuwjaar en een Vrolijk Paasfeest, maar prettige pinksterdagen?
Het is ook een Christelijke feestdag met een nogal abstracte symboliek: de uitstorting van de heilige geest. Daar kun je nauwelijks chocola van maken, zoals bij Pasen. Vandaar dat velen het antwoord op wat Pinksteren nu precies inhoudt, niet kunnen geven. Of je moet wel heel bijbelvast zijn.

Maar goed: een dagje extra vrij is nooit weg. En dan is er natuurlijk Pinkpop, thuis voor de buis valt daar morgen meer dan genoeg van te genieten. Want of de vele jongeren en enkele ouderen die de jaarlijkse pelgrimstocht naar het Rijk van Jan Smeets hebben gewaagd het droog zullen houden, is de vraag. De weersvoorspellingen zijn – afgezien van de temperatuur – niet zo gunstig.

Maar al met al: toch prettige Pinksterdagen toegewenst!

Zaterdag 29 mei – Ik kòn meerijden!

Ik had juist boodschappen gedaan bij Albert Heijn en liep Mulay tegen het lijf. Net als ik was hij van plan om naar Den Hoorn te gaan, om mee te doen aan de plaatselijke Lenteloop. Dat wil zeggen: als coach van enkele van zijn supersnelle pupillen. Hij bood mij aan mee te rijden, maar dan moest ik wel binnen drie kwartier voor zijn deur staan. Boodschappen thuis gebracht, hardloopspullen gepakt, nog even dit en even dat: al snel bleek dat ik het niet zou redden. Dan maar op eigen gelegenheid via een gecompliceerd Openbaar Vervoerspatroon naar Den Hoorn gereisd. Een mijl op zeven, heet zoiets.
Op de heenreis bovendien een dik half uur vertraging opgelopen omdat ik in Rijswijk mijn aansluiting op de bus naar Delft miste. Het enige redelijke alternatief was om de trein te nemen en in Delft verder te gaan met de bus.

Uiteindelijk ben ik toch op de plaats van bestemming gekomen. De loop, georganiseerd door handbalvereniging DIOS, werd gehouden in het kader van het Lentefeest in Den Hoorn. Het was de bedoeling om vijf kilometer te lopen, maar die bleek al vertrokken te zijn. Dan toch maar inschrijven voor de tien kilometer, die ging drie kwartier later van start.

Ik voelde dat een scherpe tien niet in mijn vermoeide benen zat, bovendien was het bloedheet geworden. Dat klopte: een eerste kilometer in 4’20” en daarbij het idee hebben dat je bijna voluit gaat, dat is geen goed voorteken. Na vier kilometer al voelde ik de vermoeidheidsstoffen in mijn benen hun vertragende werk doen. Dan maar gewoon zo ontspannen mogelijk verder lopen, zonder aan een tijd te denken. Uiteindelijk was ik een minuut trager dan de vorige week, bij The Royal Ten. Maar goed, ik was na Driss Bouaoui en Abdel Sobhi (winnaar en tweede in 31.24 respectievelijk 32.23) wèl derde Haag-atleet. Zo kun je het natuurlijk ook bekijken… Dat ik veertien minuten na de nummer twee binnenkwam, ach, daar hebben we het dan maar niet meer over.

Terug in Den Haag, wilde ik nog even naar de Hordenwedstrijden die aan de Laan van Poot werden gehouden. Een groots atletiek-evenement, dat de hele dag zou duren. Maar helaas, toen ik arriveerde was het nèt afgelopen en werden de atleten gehuldigd. Maar op de onvolprezen Haag-site www.haagatletiek.nl zal de komende dagen ongetwijfeld het een en ander over deze dag komen te staan.

Het meisje met de parel

Gisterochtend bij het ministerie mijn mailbox gechecked, gefitnessed, daarna naar Dordrecht om een wandeling door een van de mooie natuurgebieden in de buurt te maken. Alleen ben ik daar nooit aangekomen…. Treinverkeer tussen Rotterdam en Dordrecht bleek namelijk niet mogelijk vanwege een technische storing.

Mijn wandelgezel kwam mij met de auto ophalen bij Rotterdam CS. We zijn eerst naar het Arboretum Trompenburg gegaan voor een kopje koffie.

Het Arboretum Trompenburg is een zeer fraai aangelegd wandelpark van circa 6 hectare groot, daterend uit 1820. De wandeling door dat park bracht ons bij heel bijzondere, exotische bomen en struiken.

Na het tweede bakje koffie ging de reis naar Rhoon, naar de Grienden. We parkeerden bij het jachthaventje en liepen langs het water direct dat gebied in. Een heel bijzonder landschap, zelden zag ik zoveel knotwilgen bij elkaar. Mooi dus, zij het wat weinig gevarieerd, het is kilometers lang veel van hetzelfde.

‘s Middags toch nog vrij vroeg thuis. Wat in de tuin gedommeld met ontbloot bovenlijf (want eindelijk laat de temperatuur dat weer toe) en ‘s avonds met een paar mensen van onze trainingsgroep gaan eten. Vijf dames en twee heren, het bleek een ideale mix voor een aangename en ontspannen avond. Eerst zouden we naar Dirty Nelly gaan, maar we hadden niet gereserveerd en daar was het een volle bak. Dus gingen we even verderop de Reinckenstraat in, naar Augustus. Dat bleek een prima alternatief, we hebben daar snel maar goed gegeten. Tot slot gingen we naar de film, in Metropole Tuschinski.
Zal dit de laatste keer zijn? Het theater gaat binnenkort tegen de vlakte. Komt er weer zo’n van veel glas en beton opgetrokken blokkendoos waarvan we inmiddels geleerd hebben te zeggen dat het ‘toch wel mooi’ is? Afwachten maar.

De film Girl with the Pearl Earring bleek een goede keuze. Wie veel actie wil moet vooral niet naar dit debuut van regisseur Peter Webber gaan. Wie gewoon een mooie film wil zien met prachtig acteerspel en verbluffend mooie beelden, beveel ik deze film warm aan. Het verhaal gaat over de 16-jarige Griet, die als dienstmeisje wordt aangesteld bij de familie Vermeer. Zij staat uiteindelijk model voor Vermeers beroemde ‘Meisje met de parel’. Maar voor het zover is zijn er – althans in deze geromantiseerde versie van het verhaal – heel wat jaloerse scènes tussen de schilder en zijn echtgenote en andere huisgenoten aan vooraf gegaan.

Mooiste Close Up

Prachtig is ook te zien hoe de verliefde gevoelens die tussen schilder en meisje ontstaan, maar niet tot de voorspelbare apotheose leiden, in beeld worden gebracht. De spanning is soms letterlijk te snijden. Een aantal close-ups, waaronder die van het meisje op het moment suprême dat zij haar hoofd half opzij draait om zo vereeuwigd te worden, behoren tot de mooiste en ontroerendste die ik ooit gezien heb. Niet voor niets heeft Eduardo Serra voor zijn camerawerk in deze film een Oscar-nominatie gekregen.

Plaats van handeling is Vermeers geboorteplaats Delft, waar we vorige week nog The Golden Ten hebben gelopen of hebben zien lopen. Dat was voor Margreet – die tijdens het eten en passant had verteld dat ze bij wielrennen ooit in de selectie van de Olympische Spelen had gezeten – aanleiding om deze film met een groepje te gaan zien. Een feest der herkenning dus, al is deze film ook op lokaties in Amsterdam, Damme en Luxemburg opgenomen.

Achthonderdjes…..

Een prachtig heldere avond gisteren. Strakblauwe lucht met schapenwolkjes die zich daar scherp tegen aftekenden. Of het aan het weer heeft gelegen of niet, er was veel animo om te trainen. Het was een drukte van belang in en rond het clubhuis. Ook waren allen die maandag de lange duur(herstel)training hadden gedaan, ook nu weer van de partij. Alsof het ze vernieuwde energie heeft gegeven!

Ditmaal stond 5×800 meter op het programma. Op de baan! Dat hadden we lange tijd niet gedaan, terwijl het toch zo goed schijnt te zijn voor je snelheid… Ton drukte ons op het hart niet te gaan ‘speren’, maar in een stevig duurlooptempo (duurloop 3) de ‘achthonderdjes’ te lopen, in ieder geval in een tempo dat je minstens een uur zou kunnen volhouden.

Zo gezegd, zo niet gedaan. Want zo gaat dat: je wilt toch weten wat je kan op zo’n afstand en dan ga je hard, juist op de baan. Verstandig? Dat niet misschien, wel lekker. Kunst is wel om dan alle vijf de keren in eenzelfde tijd te lopen. Als het harder kan, mooi, maar als je jezelf de vierde of vijfde keer tegenkomt en moet vertragen, ben je toch te enthousiast begonnen.

“Ik bied mijn diensten aan om u, tegen een marktconform salaris, uit te keren in kool, chichorei of anderszins, naar een optimale tijd op de diverse afstanden te begeleiden”.

Helmie en – de na een langdurige blessure terugkomende – Marjolein, tevens de snelsten van de groep (bij ons is er voor al teveel macho-gevoel geen plaats) trokken er meteen al fors aan en hadden de eerste 800 meter in 3 minuten afgelegd. Daarna ging het alleen nog maar sneller, zeker Helmie, die de afgelopen zondag bij The Royal Ten nog onder de 40 minuten was gedoken. Wim D. (jawel, de bekende hoogleraar) had een nog snellere eerste ronde maar kreeg het daarna toch wat moeilijker en moest op zeker moment de dames voor zich dulden.

Zelf liep ik in een wat ingehoudener tempo op met Ton en kon hem redelijk goed bijbenen: we liepen zo tussen de 3’30” en de 3’17” per ronde, steeds ietsje sneller dus.

Na afloop van de training nog wat bankdrukken in het krachthonk en – alsof ik mij nog niet genoeg had uitgesloofd – de wekelijkse oefeningen van de polsspieren (oftwel biertjes drinken aan de bar).

Vrijdag gaan we met het hele span eten!

Mooiste basloopje ter wereld

Opeens zat-ie weer in mijn kop: het mooiste basloopje ter wereld. Nee, niet van Marcus Miller, en ook niet van Jaco Pastorius, Andy Summers of John Paul Jones.

Het mooiste basloopje ter wereld is van een vergeten grootheid: Hugh Hopper. Het staat op Soft Machine III, een klassieker uit het begin van de jaren zeventig. Nummer: Slightly all the time. Vorige week zette ik ‘m weer eens op, na al die jaren. Vandaar.

v.l.n.r.: Hugh Hopper, Robert Wyatt en Mike RatledgeThe Soft Machine was een van de meest intrigerende groepen uit die tijd, en de bekendste van de zogeheten Canterbury-scene. De ijle, fraai-ontroerende zang van drummer Robert Wyatt, het hectische keyboardgeraas van de immer gezonnebrilde Mike Ratledge, de repeterende basloopjes van die introverte leptosoom met de intellectuele uitstraling Hopper, het aanvullende saxofoonspel van Elton Dean, het staat me nog helder voor de geest. Ze speelden een opwindende mix van pop, rock en jazz met een vleugje dromerige ambient, een van de eerste groepen die al deze genres integreerden in hun muziek. In die zin konden ze avant-gardistisch worden genoemd. Nederlandse groepen als Alquin, Supersister en I-Spy zijn sterk door hen bexefnvloed.Hugh Hopper (schilderij van Jos Thommassen).59 is hij inmiddels, maar Hopper doet het nog steeds, bas spelen. Hij is getrouwd met het instrument. Hopper is een beetje op de achtergrond geraakt, evenals Robert Wyatt overigens. Beiden zijn echter nog zeer actief op muziekgebied en brengen regelmatig albums uit. Hopper is in de progressieve jazz-scene nog steeds een begrip. Voor de liefhebbers: http://www.burningshed.co.uk/hopper/

Zandsculpturen, rhodondendrons en bosjes…

Na een dag werken – het normale leven is voor mij weer begonnen – even een hersteltraininkje gedaan na de inspanningen van gisteren. En het wèrd een hersteltraining, in die zin dat ik er misschien wel een week van moet herstellen…… Maar mooi was het wel. In een stevig duurlooptempo voerde trainer Ton ons in (bruto) één uur en vijf-en-veertig minuten tijd langs een fraaie route: eerst over de Laan van Poot, dan linksaf een stukje Nieboerweg over richting Duindorp, via de Tesselsestraat naar de binnenhaven en zo naar de boulevard. Daar aangekomen liepen we een stukje over het strand om de fraaie zandsculpturen te bewonderen, dit jaar was het thema – hoe kan het ook anders – The Lion King.

Vervolgens gingen we via het Kurhaus, theater Pathé richting Nieuwe Parklaan en dan door het Westbroekpark. Daar ging het door het Rosarium en over het grasveld, langs rijkelijk begroeide vijvers en poelen en de nog volop bloeiende rhodondendrons in de kleuren rood, geel en rose – Tricolor, zoals Ton opmerkte – . Daarna gingen we het park uit en dan nog een stukje Haringkade, bij Madurodam oversteken de Scheveningse bosjes in.

Daar kwamen we ook via plotsklapse onverwachte wendingen van onze onvolprezen gids over mooie onverharde bospaadjes waarvan we het bestaan amper vermoedden, en vervolgens ging het via het Statenkwartier en de Houtrustweg weer naar het uitgangspunt.

Jawel, Den Haag is mooi. Wie dat ook – meer dan een ander – weet is Chris Schram. Vorig jaar interviewde ik hem nog omdat hij zo’n mooie site over Den Haag had gemaakt. Neem eens een kijkje daar, allemaal mooie plaatjes, routebeschrijvingen en verhaaltjes over bijzonderheden en de historie van straten, gebouwen en andere locaties. Check eens http://homepage.residentie.net/~schram-12/

Vandaag een ander soort ‘laatste loodjes’. De kopij voor De Cultuurbarbaar ligt bij de vormgever, zelf moet ik vandaag nog wat schrijf-, redactie- en logistiek werk verrichten. Maar na die training van gisteravond kan ik de nodige hectiek wel weer aan!

Koninklijke Haagse Tien

Ieder jaar organiseert atletiekvereniging The Hague Roadrunners (mijn oude club, staat bij mijn links) The Hague Royal Ten, een 10 kilometer prestatie- en wedstrijdloop met start en finish op het Malieveld.

Vandaag was het weer zover. Naar verluidt waren zo’n 1800 lopers van de partij. Geen slechte opkomst. Misschien had dat met het weer te maken. Dat was beter dan voorspeld, wel zo prettig voor de deelnemers maar vooral voor het publiek. Op zo’n open ruimte als het Malieveld is storm en regen echt geen lolletje. Het was wel wat winderig, maar bij de start van de tien kilometer scheen de zon onverwachts warm. Alles liep op rolletjes. Ik liep een – voor mijn huidige doen – redelijke 45 minuten en 40 seconden. Zou nog wel wat sneller mogen, wordt aan gewerkt! De anderen van mijn groep liepen heel goed, ook degenen die drie dagen geleden nog TheGolden Ten in Delft hadden gelopen (zie mijn log). Vooral Helmie was dolblij: voor het eerst liep ze onder de 40 minuten! Een PR van 39 minuten en 40 seconden! Dat ze daarmee ‘slechts’ vierde dame werd, bewijst dat deze editie van The Royal Ten (of de Bea-loop, zoals de vrouw van Ton v.d. P. laatst opmerkte) een sterk vrouwenveld kende.

Even daarvoor was Margreet als derde dame op de vijf kilometer gefinished. Podiumplaats! Ze was daar uiteraard heel blij mee, al vond ze haar tijd (22 minuten en 30 seconden) niet om over naar huis te schrijven. Maar dat komt wel goed!

Daarmee waren de successen voor onze groep nog niet ten einde.Rob B., Ton van W. en André T. liepen zelfs nog iets sneller dan in Delft, dus tevredenheid alom. En wat Henk M. betreft, die kwam net na mij binnen en werd daarmee derde 60-plusser. Plus een ereplaats op het podium na afloop! Dat kan niemand hem meer afnemen, ook niet toen naderhand bleek dat er een foutje was gemaakt en Henk eigenlijk vierde in zijn leeftijdsklasse was geworden. Kortom: Henk zal tot in lengte van dagen op straat herkend worden, foto’s met handtekeningen moeten uitdelen en zich door horden gillende dames zien heen te werken…..

Clubgenoot Marleen werd trouwens eerste dame bij de recreanten in een zeer rappe tijd, net over de 40 minuten. Ook voor haar was dit een PR; een mooie prestatie!

De uitslagen zijn inmiddels on line. Klik daarvoor door naar de website van de HRR http://www.hagueroadrunners.nl/ .

Noem het geen liefde alsjeblieft….

Tranen met tuiten! Van het lachen, maar ook van ontroering. Zelden een artiest gezien die binnen enkele minuten zulke tegenstrijdige emoties kan oproepen. Ik heb het over Alex Roeka, die op vrijdagavond in Theater De Regentes optrad. Ik had de tip gekregen dat het ‘een duistere dichter’ zou zijn, dus verwachtte ik een in zwart geklede, wat obstinate alternatieveling met zo’n dikke bril. Dat beeld ging in ieder geval niet op.
De zaal was bij lange na niet uitverkocht – toch onbekendheid bij Het Grote Publiek – maar wat er zat bleek uit fanatieke Roeka-aanhangers te bestaan, die zich na afloop rond het tafeltje in de foyer verdrongen om een van de albums en een handtekening te bemachtigen.
Dat de bassist van het gezelschap mij aanschoot, was dus eigenlijk een beetje de omgekeerde wereld, maar daarover straks meer.

Foto: J.P. van der StouweDit concert was het laatste in een reeks die naar aanleiding van de in 2002 verschenen derde cd Wolfshonger zijn gegeven. Op het podium verschenen vier heel ‘naturel’ ogende mannen: Roeka zelf met gitaar en zijn begeleiders. Later stelde hij hen aan het publiek voor, bij ieder van hen met een geestig inleidend verhaal: accordeonist Peter van Os, pianist Jaco Benckhuijsen en bassist Reyer Zwart. Roeka schrijft zijn liedjes zelf. Het zijn briljante teksten, humoristisch en tegelijkertijd doortrokken van droefenis, soms wrang, met veel diepgang, zoals in ‘Dronken Ochtendkade’: “Ik ben dronken. Dat is goed. Gisteren was ik het ook, dat was ook goed. Hé een ster! Een ster, kijk dan daar: een ster. Was het Whiskey, was het wijn? Lekker wel, whiskey met wijn. Nee, het is de maan. De maan. Kijk dan daar: de maan,” enzovoorts. Poëtische gevoelsliederen, laten we het zo maar noemen. De teksten roepen soms romantisch-nostalgische beelden op van het Nederlandse dorpsleven anno 1950, de natuur en bovenal de liefde, met alle zielepijn en eenzaamheid die daarmee verbonden kan zijn. Roerka is geen Marco Borsato, maar heeft een wat hesige, bezwerende stem die zeer geschikt is voor het vertolken van liedjes van zijn eigen genre. Als je een vergelijking met andere artiesten zou moeten maken, dan is er enige gelijkenis met Thé Lau en – meer nog – Jacques Brel.

Noem het geen liefde is ongetwijfeld zijn mooiste liedje. “Noem het geen liefde alsjeblieft: Noem het wat je wilt, noem de liefde liever niet”. Alleen die tekst al. Niet voor niets heeft Roeka in 2000 de Annie M.G. Schmidtprijs voor het beste Nederlandse lied gekregen.

Na afloop raakte ik in de foyer aan de praat met Reyer Zwart, de bassist. Hij herkende mij nog van een paar jaar terug. Dat zit zo: Reyer was (en is nog steeds) basgitarist van de Utrechtse rockformatie ZAP. Ik had ooit – als recensent van een muziekblad – hun CD gerecenseerd. Nadien had ik hem ontmoet bij een concert van John Paul Jones, de drummer van Led Zeppelin. Dat was bij het Crossing Border Festival, ik meen zo’n vijf jaar geleden. Bij de foyer spraken we nog even over onze gezamenlijke passie (Led Zep), wat in de toekomst mogelijk nog een vervolg zal krijgen.