Stuk en kapot…..

Er zijn de afgelopen week een paar dingen kapot gegaan.
In materiële zin is dat mijn computer: volgens de helpdeskmedewerker van Casema is mijn PC getroffen door een BUG-virus, waardoor ik Windows opnieuw moet installeren.

Ik verwacht eind deze week – donderdag of vrijdag – weer on line te zijn, tot die tijd geen web-logs…..

Sint bezoekt Commissariaat

Sint Nicolaas is vanmorgen zeer vroeg van zijn Nederlandse verblijfplaats vertrokken. Eerst ging hij op de fiets naar het station, daarna met de trein richting Hilversum, de dagelijkse gang van zijn alter ego….

Piekerend, tobbend en dommelend kwam hij – na een overstap – aan bij de plaats van bestemming. Eerst moest hij natuurlijk bij de kapper zijn haar en baard fatsoeneren, maar even over tienen werden hij en zijn inmiddels gearriveerde Pieten ontboden in de hoorzaal van het Commissariaat voor de Media.

Niet alleen zesentwintig kinderen, maar ook hun ouders en grootouders, zaten de Sint en zijn gevolg met stralende gezichten op te wachten, en zongen uit volle borst het welkomstlied. De Sint en zijn pieten zijn natuurlijk wel wat gewend maar waren ook ditmaal weer zeer onder de indruk. Lieve kinderen allemaal, maar ja, de Sint had ze natuurlijk wel een cadeautje in het vooruitzicht gesteld. En de Pieten? Die hadden hun roe thuisgelaten ditmaal.

Na ruim een uur kindertjes cadeautjes te hebben gegeven, tekeningen en gedichtjes in ontvangst te hebben genomen, zat het er alweer op. De kinderen en hun ouders hebben genoten, zo heeft de Sint uit betrouwbare bron vernomen…..

Oh ja, over ouders gesproken: journaalverslaggeefster Nicole le Fever (zusje van collega Dominique) zat wel aan Sints voeten, maar of hij het NOS-journaal deze week haalt, valt nog te bezien……

Zie ginds….

Even rust vandaag. Ik moet mij voorbereiden voor straks, want dan zal ik afreizen naar Hilversum en mij vervolgens ontpoppen tot een aloude kindervriend…. Gisteravond na het werk heb ik met een van mijn knechten, die in het gewone leven naar de naam Joyce luistert, en onze PNO-dame Carla op een adres in de omroepstad wat mijters, tabberds en mantels gepast, alsook een fraaie pruik.

Bijna dertig kinderen en hun ouders zullen zich straks bij de oude grijsaard moeten vervoegen, willen zij geen cadeautje mislopen. Later dit weekend een verslag…..

Traffic Jam

Boven: Traffic, Onder: Steve Winwood solo

Ik heb enkele LP’s van Traffic in mijn kast staan en nog wat CD’s. Traffic was een van de ‘grote sub-topgroepen’ van de jaren zeventig, met als belangrijkste man Steve Winwood. Winwood – Birmingham, 1948 – komt uit een muzikale familie: zijn vader en zijn broer speelden in lokale jazzgroepen. Steve nam al vroeg piano- en gitaarles en begon op te treden met zijn broer Muff, onder de naam Muff Woody Jazz Band. Dat zou het begin zijn van een lange rits Winwood-bands. Hij brak pas echt door als zanger-keyboardspeler bij The Spencer Davis Group, met Muff op de bas en Steve op toetsen en gitaar. Hun eerste grote hit was Keep On Running, werd een klassieke hit die je ook vandaag de dag nog regelmatig hoort op de radio en nog heel goed klinkt.

Later speelde Steve voor korte tijd in de band Powerhouse, een project van Eric Clapton, en hij scoorde nog twee grote hits met een vernieuwde Spencer Davis Group. Daarna besloot hij een nieuwe band te starten, en dat werd Traffic. Zij hadden succes met het geweldige “Paper Sun” en “Hole In My Shoe”. Toch was het meer een LP-band dan een hitmachine. In 1969 kwam er ook een eind aan Traffic, en Steve begon de band Blind Faith met Eric Clapton.

Ook deze band was veelbelovend, maar werd niet veel later opgeheven. Nog even vormde Steve met een aantal bevriende collega’s de all-star-band Air Force. Steve hield het echter na enkele optredens al voor gezien.

Na deze mislukte experimenten besloot Steve Winwood aan een soloalbum te gaan werken, wat resulteerde in een nieuw Traffic album, “John Barleycorn Must Die”.

Na de herenigingstour van Traffic deed Steve nog mee in diverse projecten, maar in 1977 ging hij op de solo-toer. Pas in 1986 had hij weer succes met het album “Back In High Life”.

In 1994 neemt Steve toch weer een album op met Traffic en een tour volgde. Na een aantal jaren rust kwam Steve in 1997 met een nieuw album, Junction 7. In 2003 brengt Steve op zijn eigen label “About Time” uit, een cd waar alle ervaringen en invloeden uit zijn muzikale verleden op te vinden zijn.

Traffic – John Barleycorn Must Die****1/2
Dit was Traffic in zijn meest elementaire vorm. Steve Winwood, Jim Capaldi en Chris Wood hebben hier een mooi album afgeleverd. Winwood bespeelt de meeste instrumenten, en heeft alle songs geschreven, of op zijn minst gearrangeerd.
Er staat geen zwakke song op dit album: Glad, Freedom Rider, Empty Pages, en het folky John Barleycorn en Every Mothers Son. Een buitengewoon aangename plaat.

Traffic – The Low Spark Of High Heeled Boys*****
De 12 minuten durende titelsong is meteen het meest spannende van dit album. Het intro is bijna Bolero-achtig, de rest van de song is een mengeling van jazz, folk en soft-rock. Heerlijk nummer om naar te luisteren, de muziek is erg mooi en Steve Winwood’s stem klonk zelden zo breekbaar en gepassioneerd.

Traffic – When The Eagle Flies***1/2
Misschien niet hun sterkste album, maar de liedjes en arrangementen zijn mooi in al hun eenvoud. De groep laat horen dat progrock niet per definitie disharmonisch en pompeus hoeft te zijn. Hooguit is “Dream Gerard” wat aan de lange kant, maar de rest is OK. Vooral “Walking in the Wind” en “Ballad of a Rock n’ Roller” zijn goede nummers.

Dertien of meer….

Wat zag ik er tegenop, maar wat wàs het een fraaie training vanavond. Of eigenlijk gisteravond, want op het moment dat ik deze tekst inklop is het al donderdag…
Op het programma stond 70 minuten hollen in een vrij stevig tempo, zeg duurloop 1 à 2.
Na een voor groep 4 begrippen opvallend korte inloop, hebben we bij de Kwartellaan wat lichte strekoefeningen gedaan, daarna gingen we van start. Het was een parcours van ca. 13 kilometer. Vanaf de Laan van Poot liepen we via Duindorp naar de Tweede Binnenhaven, en van daaruit via de Eerste Binnenhaven over de Visserijhavenweg naar de boulevard. Het tempo was te doen, al werd een paar keer versneld, hiertoe aangezet door Helmie, die zich gaandeweg als een soort co-trainer begint te ontpoppen. Het tempo op de boulevard was de langste, één mooi recht stuk tot aan de Pier.

Ik bleek er meer zin ‘an’ te hebben dan ik aanvankelijk dacht, want deed vrolijk mee en kon goed volgen. Aan het eind van de boulevard (strandweg) gingen we naar rechts en even later liepen we de Zwolsetraat in, met die lelijke flats aan weerszijden. Even later voelde Henk een lichte blessure opkomen en ging terug. Hij sloeg rechtsaf de Stevinstraat in, ik stak over om in de bosjes wat vocht te lozen. Onderwijl zag ik de rest van de groep aan de overkant op de rug, op pakweg vijftig meter afstand, ze liepen langs de gevangenis richting Van Alkemadelaan. Maar ik voelde mij sterk deze avond en had het idee dat ik ze zou kunnen achterhalen. Niet dus, zodra ik mij weer in beweging zette zag ik ze nog steeds lopen, maar nadat ik was overgestoken was ik de groep uit het oog verloren. Ik liep de Pompstationsweg in maar zag geen bewegende figuren en rode knipperlichtjes meer. Toen ben ik maar voor mijzelf gaan lopen. Ik zette aan en ben zo richting Madurodam gaan rennen en van daaruit heb ik in een nog iets sneller tempo het Scheveningse Bos gerond, langs de Joodse begraafplaats richting Scheveningseweg. Daar linksaf geslagen, over het pad aan de boskant en zo via het Congresgebouw, Statenkwartier en Houtrustweg weer naar het uitgangspunt, de Laan van Poot. Daar waren de anderen juist gearriveerd, ze stonden al aan de thee en de frisdrank. Evenals de anderen. Nog even gebleven, maar moest nog het een en ander uitwerken op mijn PC, dus na een Spa en twee biertjes ben ik maar weer naar huis gegaan.

Talk talk en zo verder……

Oh ja, ik moet nog even de sportieve zaken van de afgelopen dagen op een rijtje zetten, daar heb ik onder andere dit weblog voor. Daarna gaan we weer wat LP’s uit de kast halen.

Zaterdag en zondag heb ik het rustig gehouden, op beide dagen slechts een half uurtje gelopen. Maandag weer voluit aan de bak bij Ton. Vier maal drie minuten en daarna twintig minuten duurloop één. Vooral dat laatste onderdeel kostte mij moeite, omdat dit voor mij zeker een duurloop drie tempo was, tegen het wedstrijdtempo aan. Maar goed, men zegt dat je daar hard van wordt….

Gisteren heb ik in De Hoftoren gewerkt en later in de middag gefitnessed. Het roeien op de ergometer ging mij goed af, weer een PR gebroken, voor het eerst kwam ik onder de 7.40 (7.37) op de 2000 meter. Hoe zei die Barry Stevens dat ook alweer? “Doorgaan, vooral doorgaan….”.

Talk Talk – The Colour Of Spring****Voor mij behoorde Talk Talk tot de beste eighties-groepen. Sterker nog, het latere Laughing Stock is één van mijn favoriete albums. Een beurtelings zeer verstild, dan weer buitengewoon intens album. Maar die heb ik op CD en we bespreken hier alleen vinyl. Dit is Talk Talk’s derde album en die markeerde een ommezwaai van de synthesizer pop van hun eerste twee albums naar een gerijptere muziekvorm. The ‘eighties-synthesizers’ zijn hier vervangen door orgel, piano and acoustische gitaar. Een goede plaat met veel afwisselende en aparte ritmes, waar donkere en vrolijke songs elkaar afwisselen. De melancholie wordt vooral veroorzaakt door Mark Hollis’ droefgeestige stemgeluid, die op elke plaat hetzelfde klinkt maar toch zó bij de muziek past dat-ie niet verveelt. “Happiness is easy” (met kleuterkoortje), “I Don’t Believe In You”, “Living in another world” en “Life’s what you make it” behoren tot de krachtigste songs die ooit zijn gemaakt. Prachtplaat.Talking Heads – Fear of Music****Dit was echt een groep voor de jonge intellectuelen van de late jaren zeventig/begin jaren tachtig. Of dat nu door de geniale uitstraling van frontman David Byrne kwam of door de muziek, geen idee. Maar hoe dan ook: deze plaat is door critici uitverkozen tot album van het jaar in 1978. Talking Heads hadden al furore gemaakt in New York, en dit was hun doorbraak voor de rest van de wereld. De plaat begint met ‘Zimbra’, vol opzwepende Afrikaanse ritmes. King Crimsons Robert Fripp doet hierop ook nog mee! Verder is er ‘Life During Wartime’, zo’n typisch maffe Byrne-rap, een beetje nerveus-schizoide met een waanzinnig ritme. Maar ook ‘Cities’ en minstens nog zes andere nummers zijn echte klassiekers. De plaat klinkt nu nog net zo fris als in 1978.

Tamla-Motown is Hot, Hot, Hot!***
Verzamelaar met allemaal tamla motown klassiekers van o.a. The Temptations (‘Papa was a Rolling Stone’), Martha Reeves & The Vandellas, The Four Tops, een nog piepjonge Michael Jackson, The Supremes, Gladys Knight and The Pips en Stevie Wonder. Het zijn niet de bekendste nummers van genoemde artiesten die op deze plaat staan, maar het klinkt toch wel aardig, zij het wat gedateerd. ‘Slechts f.10,- één tientje staat op een sticker op de plaat. Dat was niet zo duur, zeker niet voor een tijd waar je voor een LP toch al gauw twintig gulden moest neertellen.

Toots Thielemans – Slow Motion***1/2
De vriendelijke, bescheiden en inmiddels hoogbejaarde Belg die zijn mondharmonica zó laat klinken dat dit zelfs de meest versteende ziel niet onberoerd kan laten. Dat getuigt op zich van grote klasse. Maar misschien is een hele LP een beetje teveel van het goede?

Mierzoete romantiek met een orkest met veel strijkers (onder leiding van de ook alweer jaren geleden overleden Rogier van Otterloo), en dan dat doordringend schreiende mondharmonicaatje. Supersentimenteel, maar toch wel mooi: The Shadow of your Smile, I Won’t Last A Day Without You en natuurlijk Bluesette. Een plaat voor superverliefde momenten….

Boogschutter – 22 november t/m. 21 december

Expansief, open geest, vrijheidslievend, idealistisch, joviaal: ziehier de Boogschutter ten voeten uit.

Het symbool van de Boogschutter is de Centaur, een wezen dat half paard, half mens is. Enerzijds aardegebonden, dierlijk, anderzijds vergeestelijkt. Dat kun je ook zien aan de afbeelding: het menselijke gedeelte (hoofd en bovenlijf) schiet met pijl en boog ergens naar boven, naar ‘het hogere’.

Het onderlijf is van een paard, met zijn sterke, krachtige benen voorwaarts snellend, de horizon tegemoet. Zo kun je ook de Boogschuttermens zien, als iemand die streeft naar een hoger of verder gelegen doel. Het gaat hem dus om verruiming van de horizon, zowel letterlijk als figuurlijk. Zij zijn zeer doelgericht. Door deze eigenschap kunnen Boogschutters veel bereiken in het leven, zowel op geestelijk als op materieel gebied. Dat hangt natuurlijk ook van zijn doel(en) af. Maar hoe arm of rijk een Boogschutter ook mag zijn of worden, diep van binnen is hij een zoeker naar de zin van het leven. Eigenlijk is hij een religieus of spiritueel mens, die niet kan geloven dat er achter de dingen geen diepere zin schuil zou gaan. De Boogschutter denkt dus op een filosofische manier na over het leven, en dat wordt met het verstrijken der jaren alleen maar sterker.Van boven naar beneden: drie boogschutters, Jim Morrison (The Doors), Britney Spears en Winston Churchill

Boogschutter is een vuurteken, evenals de Ram en de Leeuw. Een positief teken dus. Daarnaast is het een beweeglijk teken. Nogal wat Boogschutters zijn gek op (en goed in) sport, vooral atletiek spreekt hen aan. Maar ook andere (bal)sporten, waarbij het er de Boogschutter om gaat veel punten te scoren. Verder is de Boogschutter het meest reislustige teken. Als kind is de Boogschutter beweeglijk en gaat graag op ontdekkingstocht, soms tot wanhoop van zijn ouders. Op latere leeftijd maken ze graag grote reizen, het liefst naar onontgonnen gebieden, als ‘backpacker’. Maar als het ze voor de wind is gegaan kunnen ze zeer comfortabel en luxueus leven en daar met volle teugen van genieten. Ook is hij een gezelschapsmens. Vreemd genoeg kunnen nogal wat Boogschutters vrij kluizenaar-achtig leven, maar dat is altijd uit eigen vrije keuze en periodiek. Uiteindelijk wordt toch steeds het contact met de wereld gezocht.

Christina ApplegateEen positieve eigenschap, die lang niet altijd zo door iedereen zal worden ervaren, is zijn eerlijkheid. Dat is soms op het botte af. Vraag bijvoorbeeld wat hij of zij vindt van je nieuwe jurk, en je krijgt als antwoord dat je weleens aan de lijn mag gaan doen. Eerlijkheid is op zich een prachtige eigenschap, maar tact is niet het sterkste punt van de Boogschutter…. Maria Callas (links) en Edith Piaf (rechts)Hoe is een relatie met een Boogschutter? Je moet niet ‘bovenop’ hem gaan zitten, zoals je dat ook niet bij een Waterman moet doen. De Boogschutter moet zich innerlijk vrij kunnen voelen en niet het gevoel hebben dat iemand anders hem als bezit beschouwt. Ze zullen zich dan ook niet zo makkelijk vastleggen, zeker niet bij een jaloerse partner die wil weten wat hij of zij de vorige avond heeft gedaan. In zo’n huwelijk voelt hij zich gevangen. Frank SinatraOok in zijn werk streeft de Boogschutter naar vrijheid: liefst geen routineklussen of urenlang achter de PC zitten. Handelsreiziger of vertegenwoordiger is wel wat voor hem, of kunstenaar, politicus, een of ander vrij beroep. Want daar draait het om, vrijheid, je moet een Boogschutter de ruimte geven. Een andere eigenschap van de Boogschutter is zijn behoefte aan kennis: het is een leergierig mens die ook graag kennis overdraagt. Niet voor niets tref je veel (hoog)leraren onder dit teken aan, en, vanwege zijn idealisme, ook profeten.

De boogschutter houdt van de vrije natuur, in elk geval van het ‘buiten’ zijn. Daarom zijn voorkeur voor buitensporten als hardlopen, skieën, wielrennen, paardrijden of, minder spectaculair: wandelen. Maar ook in teamverband is de Boogschutter sterk, iemand die ervoor zorgt dat er punten worden ‘gescoord’. Hij blijkt een uitstekende coach.

De vrouwelijke boogschutter is een joviale, sportieve vrouw. Soms wat jongensachtig, met het hart op de tong, maar sociaal en gezellig. Soms (vooral als meisje) zijn het echte ‘paardenmeisjes’. Ze houden sowieso van dieren. Daarnaast hebben ze veel plezier in sport.