Nieuwjaar!

IK WENS AL MIJN BEZOEKERS EEN GEZOND, VOORSPOEDIG EN GELUKKIG

TOE!!

Oudejaarsavond in uiterste rust en saaiheid doorgebracht, wel veel TV gekeken: Nederland 3, met de Top 2000, Lebbis en Jansen en Kopspijkers. Na twaalf uur kwamen wel buren binnendruppelen, met champagne en een grote vissalade, later nog meer buren, dochter en schoonzoon, en uiteindelijk was er een gezelschap van ca. 11 personen, waarvan de laatste om 04.00 uur wegging. De Hootenanny Show van Jools Holland op BBC gezien (meer gezellig en sprankelend dan muzikaal geweldig, ondanks gerenommeerde artiesten als Eric Clapton en Franz Ferdinand). Uiteindelijk hebben we nog wat LP’s gedraaid.

Allemaal landschappen

Opmerkelijk
Dit bericht heb ik geknipt uit een verhaal dat in 2003(!) is geschreven en dat ik vond op de website http://www.paragnoste.nl/community:

Het milieu & gezondheid in 2004
De aarde blijft opwarmen en dat is geen goed teken. Door die ‘Global Warming’ voorzien wij, net zoals iedereen, weinig positiefs betreffende de ontwikkeling van het milieu in 2004. Zo zullen bosbranden diverse landen over de gehele wereld blijven teisteren, blijven de poolkappen angstvallig snel smelten en neemt de activiteit van vulkanen toe. Onderzeese vulkanen dienen goed in de gaten gehouden te worden. Een uitbarsting van een dergelijke vulkaan, al dan niet gecombineerd met een zeebeving, zou in 2004 wel eens desastreuze gevolgen kunnen hebben.

Over tot de orde van de dag.

Duin en Kruidberg
Even ten zuiden van IJmuiden ligt Zuid-Kennemerland, en daarvan maakt het gebied Duin en Kruidberg deel uit. Op de valreep van Oud en Nieuw ging ik er gisteren wandelen, met een van de Haagse Doornvogels. Een impressie gaat hierbij.

Bij terugkomst in Den Haag, later die middag, ging ik niet linea recta naar huis, wat de bedoeling was. Het was nog vrij vroeg en ik besloot in een spontane opwelling naar het Haagse Filmhuis te gaan. Mijn keus viel op The Motorcycle Diaries. Het verhaal gaat over twee jonge Argentijnen, de biochemicus Alberto Granado en de bijna als arts afgestudeerde Ernesto Guevera, die met de motor door Latijns Amerika trekken.

Zij gaan van Buenos Aires naar Patagonië, het uiterste zuiden van Zuid-Amerika. Die motor, een oude Norton 500, valt al snel van ellende uit elkaar, en de twee vervolgen hun reis met de middelen die ze onderweg tegenkomen. Ze komen niettemin een heel eind. Ze komen in Chili, Peru en Colombia, om ten slotte bij het meest noordelijke punt van het continent uit te komen, Venezuela. Dit levert prachtige beelden op van de landschappen die ze tegenkomen.Tijdens die reis, die niet gespeend is van avontuur, humor en erotiek, worden ze geconfronteerd met veel sociaal onrecht. Zoals in de Lepra-kolonie, waar ze zich nog verdienstelijk kunnen maken met hun kennis, en via verhalen van arme Peruanen, die worden uitgebuit door rijke landeigenaars. Daardoor veranderd er gaandeweg iets in het wereldbeeld en drijfveren van beiden, met name de jongste van de twee, Guevera. Ze besluiten te gaan vechten tegen sociaal onrecht.Een verhaal, kortom, van hoe de basis bij Che Guevera is gelegd voor zijn latere strijd, en waarbij de dagboeken van Che als inspiratiebron dienden. Goede film, wel vrij lang, ruim twee uur.

Nelis de Jong

Wat Neil Young met Bob Dylan gemeen heeft is dat-ie eigenlijk niet goed kan zingen. Of juist wel, hij kan erg goed zingen maar heeft geen mooie stem in de zin wat wij doorgaans als ‘een mooie stem’ ervaren. Een hoge, wat jammerende stem. Toch behoren beide artiesten tot de beste singer-songwriters van de twintigste eeuw.

De volgende korte biografie heb ik deels gejat van de OOR-site.De op 12 november 1945 in Toronto geboren Young is al bij leven een legendarische artiest die zich dank zij een gelukkige combinatie van talent, eigenzinnigheid en integriteit door de decennia heen weet te handhaven in de grillige wereld van de popmuziek.

Opgroeiend in Winnipeg, Canada, legt hij zich in eerste instantie toe op folk, maar raakt in de jaren vijftig in rock & roll geïnteresseerd. Dit niet in de laatste plaats onder invloed van Elvis. Met zijn begeleidingsgroep the Squires maakt hij een single (the sultan), waarmee hij zich een plaatselijke reputatie verwerft. Als hij naar Toronto verhuist, sluit hij zich aan bij de r&b-groep The Mynah Birds, met als zanger Ricky James Matthews – de latere Motown-ster Rick James.
Ook the mynah birds nemen een single op, mynah bird hop, op grond waarvan zelfs een contract met Motown wordt gescoord.
De opnames die de groep voor dat label maakt worden echter niet uitgebracht, reden voor Young en bassist Bruce Palmer om in 1966 hun heil in Los Angeles te zoeken.

Een ontmoeting met zanger/gitarist/toetsenist Stephen Stills leidt tot de formatie van de legendarische Buffalo Springfield, die verder bestaat uit de toekomstige poco-zanger/gitarist Richie Furay en drummer Dewey Martin. Palmer wordt later vervangen door Jim Messina.Ondanks de hit For What It’s Worth (nog steeds een prachtnummer) uit ’67 gaat de groep na zo’n twee jaar ten onder, waarna Young als solo-artiest debuteert met het gevarieerde en introverte “Neil Young”.Niet goed raad wetend met zijn muzikale toekomst, gaat hij in op het verzoek van Crosby, Stills en Nash om zich bij hen te voegen, waarbij wel de afspraak wordt gemaakt dat ieder zijn eigen solocarrière mag blijven nastreven. Die samenwerking resulteert in een van de beste popplaten aller tijden, Déja Vu.

De man heeft vele platen gemaakt, ik heb er drie.

After The Gold Rush****Als Young in ’69 in de Whisky A Go Go-Club de groep The Rockets hoort, rekruteert hij Danny Whitten (gitaar/zang), Billy Talbot (bas) en Ralph Molina (drums) als begeleiders en doopt hij het trio Crazy Horse, naar de legendarische indianenhoofdman.In 1970 verschijnt After The Goldrush, waarmee Young zich met deze band manifesteert als een veelzijdig en vooraanstaand singer/songwriter. Stuk voor stuk prima songs, schitterend vertolkt door Young met zijn indringende stem en voordracht. Zoals de titelsong, Only Love Can Break Your Heart, een langzame maar hartverscheurende versie van Don Gibsons Oh Lonesome Me en de beste song van het album, het gepassioneerde Southern Man. Overigens werken – zij het bescheiden op de achtergrond – ook Steve Stills en Nils Lofgren mee.Harvest****Dit was mijn eerste plaat van Neil Young en een van zijn beste, alhoewel hij stilistisch gezien nogal wisselvallig uitpakt. Young wordt op de meeste nummers begeleid door The Stray Gators, bestaande uit Nitzsche, Ben Keith (steelgitaar), Tim Drummond (bas) en Kenny Buttrey (drums).Mede dank zij de wereldhit Heart Of Gold wordt “Harvest” met twee miljoen exemplaren in de verenigde staten de best verkochte popplaat van 1972.Trans***1/2Een heel merkwaardige plaat, omdat dit totaal anders klinkt dan alle vorige Neil Young platen. A Little Thing Called Love, Hold On To Your Love en Like An Inca waren echt commerciëlere songs in Young’s gebruikelijke stijl, en op Mr. Soul doet Nils Lofgren mee op de vocoder, een stemvervormer. Deze vocoder wordt op de rest van het album door Young zelf gebruikt, waardoor zijn stem tot een computerstem vervormd. Hij schijnt deze plaat te hebben gemaakt voor zijn gehandicapte zoon, althans om het publiek het idee te geven hoe het is om in het dagelijkse leven moeilijk stemmen te kunnen horen. Geen slechte plaat, vooral Computer age is een song die lang blijft nawerken.

YES!!!

We naderen het eind van mijn platencollectie. We zitten al bij de Y.

Dus daar zit onvermijdelijk iets van Yes bij. Echt een naam voor een band van positivo’s, en dat zijn het zeker. Goed, in de loop der jaren waren er wel wat wisselingen van de wacht door verschil van inzicht en levensstijl, maar de ruzies zijn weer bijgelegd.

Jon Anderson met op de achtergrond Rick Wakeman

Ik heb nogal wat platen van Yes, een groep die al vanaf 1968 bestaat en anno 2004 in nagenoeg dezelfde bezetting als weleer optreedt. Als er één groep is die de naam symphonische rockgroep met eer mag dragen, is het YES wel, al had de groep illustere voorgangers als Procol Harum en Emerson, Lake and Palmer.

YES bestaat uit onbetwistbaar virtuoze musici, al zijn er mensen die moeite hebben met Jon Andersons’ lyrisch-zweverige teksten en vooral zijn hoge, bevlogen falsetstem. Of je vindt het prachtig, of je krijgt er de kriebels van, een tussenweg is er niet. Het mag duidelijk zijn dat ik tot de eerste categorie behoor.

The Yes Album*****Een van de drie beste YES-albums; deze is van 1971 en komt nog vóór die andere klassiekers, Fragile and Close to the edge. Hier is nog een vrij conventioneel, maar pakkend progrock/hardrock geluid uit die periode te horen. Tony Kaye op de keyboards speelt erg efficient, alhoewel minder verfijnd dan Rick Wakeman, die naderhand de band kwam versterken. Ook horen we hier voor het eerst Steve Howe, die excelleert op de ritmische akoestische gitaar. Zijn ongelooflijke talent demonstreert hij op de akoestische “Clap” track. Het album begint echter met het duizelingwekkende Yours Is No Disgrace.Verder staan hier de mooiste Yes-klassiekers op zoals Starship Trouper en vooral ook I’ve Seen All Good People. Prachtcomposities met een enorme muzikale rijkdom, die deze plaat de volle vijf sterren meer dan waard maken.Fragile****Negen tracks op dit album, waarvan vier door de band zelf zijn geschreven en vijf door de individuele leden van de band. Die individuele tracks zijn vrij kort en variëren van redelijk tot heel goed, maar de groepssongs zijn geweldig, van grote klasse.

Roundabout is de volmaakte openingssong, misschien wel de bekendste YES-song (naast het latere ‘Owner of a lonely Heart’). Waanzinnig mooi opgebouwd nummer, deze ‘rotonde-song’! Pracht-intro en dito uitro, met dat acoustische gitaartje en dat aanzwellende keyboardgeluid. Chris Squires ‘slap’ bass lines vergezellen Jon Anderson’s hemelse stem en gitarist Steve Howe en toetsenist Rick Wakeman doen ‘hun ding’ met verve. Ik vind het zelf nog steeds de allerbeste Yes-song. Wakeman’s Cans & Brahms en We have Heaven van Jon Anderson zijn redelijk maar laten geen onuitwisbare indruk na. South Side of the Sky kent een middenstuk met fraaie close harmony zang. De slotsong Heart of the Sunrise is een typisch Yes-nummer, virtuoos maar bombastisch. Òf je vindt het geweldig of ‘crap’, een tussenweg is er niet.

Close To The Edge*****Dit is het Magnus Opum van Yes, vanaf het intro met de natuurgeluiden (vogeltjes, bruisend beekje) op de titelsong tot aan Siberian Khatru. Verbazingwekkend hoe fris en innovatief een album 32 jaar na dato nog kan klinken. Dit is symfonische rock in de meest letterlijke zin des woords: Bach en Hard Rock in volstrekte harmonie, zoiets.

Going For The One****1/2
Niet alle nummers zijn even sterk, in vergelijking met veel ander werk van Yes. Wonderous stories is OK, maar Awaken is ronduit schitterend. Het is verreweg het beste nummer, vol briljant keyboard-werk, zoals Wakeman’s befaamde kerkorgel. Verder is Turn of the century een uitmuntend nummer, vol kristalheldere lead vocals, melodieuze akoestische guitaren en etherische keyboard-muziek: heerlijk!

Yesshows***Tja, na al dat fraais op de studio-LP’s kun je je afvragen wat deze live-shows daaraan nog kunnen toevoegen. Er zijn inmiddels zeer goede DVD’s op de markt van Yes-concerten (live) vanaf pakweg 2002, die deze live-LP’s verre overtreffen. Ik zou zeggen: alleen voor de die-hard fans.

Nog wel droog……

Zo’n vloedgolf, waarbij tienduizenden het leven lieten, drukt je weer met de neus op het feit dat de mens vreemd in elkaar zit. Je kijkt ontzet naar de beelden, zegt iets in de trant van ‘tjonge jonge’ en gaat weer over tot de orde van de dag. Bezig met ‘ons eigen ding’, ons werk, gezin, onze geliefde, onze hobbies.

Dat is gewoon een menselijke eigenschap: zo maken wij ons kwaad over hondenpoep, terwijl andere en veel ergere, wereldomvattende vervuilingen langs ons heen gaan. Of ons land dat in diepe nationale rouw gedompeld lijkt bij het overlijden van één persoon (zoals André Hazes), terwijl bij zo’n ramp alle namen van de slachtoffers die zijn gevallen worden teruggebracht tot één begrip: vele tienduizenden. Ach, het is een bekend verhaal. En als ik dit zo herlees, ook wel erg vrijblijvend en politiek correct, toegegeven. Misschien komt het omdat het te veelomvattend is, het is allemaal te groot, te abstract voor ons. En toch ook ver van ons bed.

Zo kom ik met mijn verhaaltje over de training gisteravond. Anderhalf uur (bruto) hersteltraining – voor degenen die aan de kerstcross hadden meegedaan – door een koud en donker, maar nog wel droog Den Haag. Een stadsroute ditmaal, via de Frederik Hendriklaan – Scheveningse Weg – Zeestraat – Denneweg en vervolgens via het Spui, Noordeinde, Zoutmanstraat en (een deel van de) Laan van Meerdervoort terug naar de Laan van Poot. De groep bestond ditmaal uit Arie, Raif, Ron, André, Fred, Margreet en Ton. Vooral Margreet trok er bij vlagen stevig aan vanavond, alhoewel de loop qua tempo binnen de perken van duurloop 1 à 2 bleef.

Vandaag is het weer niet best, als ik zo naar buiten kijk. Mooi dagje om naar het museum te gaan of naar de bioscoop. Ik zie nog wel….

Kerstcross

Lijdend, stoempend, afziend. Een impressie van de kerscross van HAAG Atletiek. Ikzelf heb het mij makkelijk gemaakt door niet mee te lopen. Het daardoor ontstane schuldgevoel heb ik afgekocht door een paar plaatjes te schieten…..

Vrolijk kerstfeest!