De tand des tijds – Marathon men

Nu eens geen artiesten, maar hardlopers die in het verleden furore maakten en nog ‘very alive and running’ zijn.
De selectie is puur willekeurig, louter gebaseerd op namen die in mij opkwamen. Mochten er nog genoeg andere suggesties komen van dit soort legendes, dan maak ik graag een vervolg. Verontschuldiging alvast aan de dames, maar het zijn uitsluitend mannen ditmaal….

Eerst een paar internationale lopers, die stuk voor stuk óók op het koningsnummer, de marathon schitterden.

Zo was daar de legendarische Finse hardloper Lasse Virén, die een heel eigenaardige carrière heeft uitgebouwd: twee keer olympisch kampioen op de 5.000 en 10.000 meter, respectievelijk in München (1972) en Montreal (1976). Niemand deed hem die prestatie na. Het waren bepaald niet zijn enige wapenfeiten. Anecdotisch – maar kennelijk waar – is het verhaal dat hij bloeddoping op zichzelf toepaste. Rendierbloed…Lasse Virén steekt anno 2005 nog steeds in uitstekende vorm…In de jaren zeventig kwamen de grote marathons op met duizenden deelnemers. Als je zo’n marathon wint – denk aan New York, of Boston – ben je echt wel een kei. Boven: Bill Rodgers in 1980, onder: Rodgers in 2004De man die zowel de Boston als de New York City Marathon vier keer op zijn naam schreef en in 1976 deelnam aan de Olympische Spelen, was Bill Rodgers. Hij is nu midden vijftig en loopt nog steeds zo’n 25 wedstrijden per jaar.En wie mag dit vriendelijke heerschap wel zijn, in een kokette starthouding? Nee, het is niet de voorzitter van de plaatselijke golfclub.Het is al net zo’n keienvreter als Rogers: de Australiër Robert de Castella, die in 1981 de snelste tijd toen ooit gelopen op de marathon liep: 2:08:18. Dat was de marathon van Fukuoka. Tegenwoordig doet-ie het kennelijk wat rustiger aan.

En de Nederlanders?
Wat te denken van Bram Wassenaar, nog steeds actief als trainer en – dus ook – als loper.

Wassenaar was de snelste middenafstandsloper van zijn generatie.Op bovenstaande foto staat hij met Haico Scharn, eveneens een snelle jongen in die tijd.

Verder Jos Hermens, de laatste decennia bekend als atletenmakelaar. In zijn hoogtijjaren was hij de snelste lange afstandsloper van Nederland. Zijn uurrecord op de baan staat nog steeds!

Strange Day

Het was een merkwaardige dag. Gistermorgen hoorde ik dat Aart Geurtsen, de eerste voorzitter van het Commissariaat voor de Media (en dus mijn vroegere baas), afgelopen zaterdag overleden is en inmiddels in besloten kring is begraven. Een markant en aimabel man, die het Commissariaat als zelfstandig bestuursorgaan duidelijk op de kaart heeft gezet. Onder zijn voorzitterschap heeft het Commissariaat destijds RTL-Veronique toegestaan, waarmee de baan is geëffend voor commerciële omroep in Nederland. Niet voor niets is Geurtsen in 1992 uitgeroepen tot omroepman van het jaar.

Vanavond, bij thuiskomst, belde Lodewijk van Haag Atletiek mij op. Hij kwam met de trieste mededeling dat de baby van een clubgenoot vlak na de geboorte is overleden. Een bericht dat hard aankwam omdat al verscheidene malen sprake was van een miskraam, wat iedere keer weer een enorme klap was voor betrokkenen. Nu leek eindelijk alles in orde, alle voorbereidingen waren getroffen en dan gebeurt dit.

Wat luchtiger nieuws: ik zat in de tram (lijn 3) van Station CS op weg naar huis, en ik zie bij het Valkenbosplein Marijke van Schagen uitstappen. Ze had een tas bij zich, kennelijk ging ze even naar haar Haagse woning (ze werkt tegenwoordig in Brussel, zie weblog 30 mei). Thuisgekomen, belde ik haar op. Ze ging naar de club, daar zouden we even bijpraten.

Omdat alle fietsen weg en in gebruik waren, ben ik hardlopend naar de Laan van Poot gegaan. Daar trof ik nog net mijn groep. Helmie en Ton waren ook weer van de partij, ze zijn eergisteren pas teruggekomen uit Berlijn. Zo op het oog hebben ze geen nadelige gevolgen van de marathon ondervonden, al liep Helmie – waarschijnlijk voor het eerst en het laatst dit jaar – helemaal achteraan, ze wilde rustig aan doen vanavond. Ik heb een half uurtje meegetraind, daarna ben ik weer naar huis gegaan om te douchen, mij om te kleden, de honden uit te laten en wederom terug te wandelen naar de club.

Marijke ging met vriendin Cindy mee, maar had nog even op mij gewacht. Ik heb haar heel kort gesproken, ze is geslaagd voor een zwaar concours. Ze kan nu solliciteren naar een baan als Euro-ambtenaar.

Vanmorgen ben ik vrij, ik ga waarschijnlijk even fitnessen bij OCW en daarna naar de PK-shop in Dodewaard, de beste en meest uitgebreide hardloopzaak van Nederland. Dat is het plan tenminste. Vanmiddag naar Hilversum, er is een hoorzitting waarbij mijn aanwezigheid – in functionele zin – wordt verwacht.

Laughing Stock

“Before you play two notes learn how to play one note – and don’t play one note unless you’ve got a reason to play it.” – Mark Hollis (1998)

Het moet er toch maar eens van komen. Al maanden loop ik met het idee om een recensie van Laughing Stock van Talk Talk te schrijven. Niet omdat het zo’n actueel album is (kun je dat zeggen van een plaat van veertien jaar oud?) maar omdat dit – wat mij betreft – tot de beste albums behoort van de jaren negentig van de vorige eeuw. Een klassieker.

Ach, ik schrijf eigenlijk maar geen recensie. Het leidt maar tot veel woorden, superlatieven waar de lezer – u dus – geen boodschap aan heeft. Ik zou zeggen: leen of download de cd, als u ‘m niet heeft, zet ‘m op, volumeknop open en luisteren maar. Nee, er is niets mis met uw cd-speler! De eerste zeventien seconden hoor je vrijwel niets, alleen een zacht, vibrerend geruis, als het geluid van een oscillerende versterker. Maar zodra het eerste gitaaraccoord weerklinkt, weet je dat het goed zit en wordt je gevangen in een sfeer van…. tja… gespannen sereniteit, zou ik zeggen.


Een mix van jazz, ambient en modern-klassiek, met subtiel en gedoseerd gebruik van instrumenten zoals keyboards, mondharmonica, piano en cello, bijeen gehouden door strak en uiterst muzikaal drumspel. Zelfs de licht wanhopig klinkende stem van Hollis, die nauwelijks ontcijferbare teksten over vrees en liefde zingt, klinkt als een instrument. De muziek is nu eens verstild, om vervolgens naar een climax toe te werken, en dat verscheidene malen. Een album, zo organisch en naturel klinkend als muziek maar zijn kan. Kunst met een grote K. Jawel, van sommige popmuziek kun je dat gerust zeggen.

Dat ik overigens niet de enige ben die zo over de plaat denkt, blijkt uit de vele positieve recensies die ik las op het WWW, onder andere op de site Rate your music.

Een bloemlezing:

‘This is a truly groundbreaking album, which for lack of publicity, will remain unheard by the public majority, even though it has sent shockwaves of influence throughout the experimental music industry following its release.’

Of deze:

‘No word of mine can describe the beauty of the music. Not many albums, regardless of genres, can match its originality and beauty. It truly deserves a wider recognition. One of my desert-island discs.’

Tot slot deze, een heel mooie vind ik zelf:

‘Beautiful. Transcendent. Chilling. Spine-tingling. Discordant. Melodic. Inimitable. Unparalleled. Wrenching. Lush. Painterly. Dense. Chaotic. Mind-bending. Evocative. Natural. Intense. Focused. Kaleidoscopic. Dreamlike. Far-reaching. Fiery. Passionate. Silken. Animal. Futurist. Tempestuous. Dramatic. Glorious. Incandescent. Volcanic. Haunting. Visceral. Vibrant. Prone. Breathtaking. Fluid. Stark. Ornate. As vast as the ocean at midnight. In short, a goddamn masterpiece.’

De Tonhelmieloze maandag

Het had mij niets verbaasd als Ton en Helmie vanavond doodleuk op de training waren verschenen om een half uurtje rustig uit te lopen (lees: anderhalf uur flink door te kachelen), maar nee. Woensdag zijn zij er weer, Volente Deo. Of Inshah Allah, want vanavond nam Mulay op een natuurlijke, bijna terloopse wijze de training over.

In de groep van vanavond overheerste het grijs der krasse knarren, namelijk dat van Rob, Henk, Arie en ikzelf. Het plan was om er een rustig duurloopje van te maken, richting Kijkduin. Mulay Najib, de immer enthousiaste trainer die onder andere een hele ‘stal’ supersnelle Marokkaanse lopers – waaronder zijn zoon – en een groep Delftse TU-studenten begeleid, liep met ons mee. Ook hij had afgelopen zaterdag de Rijk Zwaan Loop gelopen (in 1 uur en 9 minuten) en wilde ‘uitlopen’. Ons idee. Wat volgde was een heerlijk ontspannen training door de duinen, in een gelijkmatig tempo. Geen rek- en strekoefeningen.

Vanavond overheerste het grijs der krasse knarren….We liepen naar Kijkduin, ‘namen’ hier en daar een mul duinpaadje en gingen vervolgens via bungalow- en caravanpark Ockenburg terug. Op de terugweg, op het duinpad bovenlangs de Machiel Vrijenhoeklaan, deden we nog een heel langzaam opgebouwde versnelling van circa twee minuten, steeds sneller en sneller, op het laatst plankgas. Dan stop! Wow, dat had geen tien seconden langer moeten duren… Daarna weer heel ontspannen verder, en tegen het eind weer een versnelling van vijf minuten, evenwel ditmaal een stuk langzamer. In dat tempo gingen we steil duinopwaarts – “ontspannen blijven lopen!” zei Mulay – en in dat tempo (niet sneller) gingen we ook weer duinafwaarts. We waren toen weer op onze uitgangspositie, de Laan van Poot. Al met al (dus bruto) hebben we zo’n zeventig minuten gelopen. Daar kwamen voor mij nog zo’n kleine tien minuten bij, want ik was van huis komen lopen en ging lopend weer terug.

Voor morgen staat een uurtje fitness op het programma en een uurtje lopen. Als hinderlijke onderbreking zal ook nog gewerkt worden…..

Brel en blij leven, Dam en rijke zwanen

Om half één stond Rob Blijleven op de stoep, ik kon meerijden. Hij had er zin an, en ik ook. Waaran? An de Rijk Zwaan Loop in ‘s Gravenzande, een wegwedstrijd over 10 Engelse Mijlen, wat neerkomt om ruim zestien kilometer hollen over ‘s heeren wegen.

We waren al vrij vroeg op de plaats van bestemming. Inschrijven en omkleden kon daar bij een school. Toch was Haag Atletiek al aardig vertegenwoordigd. Nogal wat stoere jongens, flinke en vooral snelle knapen van groep II, Lodewijk, Ruud, Roel enzovoorts. Ook de groep van Anneke Klein was aanwezig. Onze groep was sterk uitgedund vanwege de grote Marathon-van-Berlijn dichtheid. Morgen gaan Helmie, Margreet, Mike en Ton voor die monstertocht. Zij liever dan ik, zeg ik nu, met die zestien kilometer nog nabrandend in mijn benen. Vandaag was ook Marjolein weer van de partij, ze zou ongetwijfeld een gooi proberen te doen naar een podiumplaats op de vijf kilometer. Iets dat haar ook is gelukt, ze werd tweede na een felle eindsprint met een jongere rivale.

En wie er ook was? Hans Verbeek die met mij zijn passie voor hardlopen en webloggen deelt. We zijn allebei Ram, zou het daarmee te maken hebben?

Hoe ging het eigenlijk? Welnu, het ging. Niet zo flitsend als in Harwich, maar ik heb in ieder geval weer een redelijk basistempo. Zoals altijd gingen de eerste kilometers vrij hard, pas na een kilometer of drie kwam Hans Verbeek langszij, even later Mulay. Maar Bert en Rob – inderdaad, de trainingsgroepgenoot met wie ik meereed – zaten al die tijd een stuk voor mij. ‘Geen paniek, die haal ik straks wel in’, dacht ik. Mooi niet. De heren zijn goed in vorm, vooral Rob is – zoals hij naderhand zei – weer helemaal terug op zijn oude niveau. Zelf kwam ik op 21.55 bij het 5-kilometerpunt, 45 minuten rond bij de 10. Even daarvoor, bij negen kilometer, passeerde Jan Wieringa mij, een loper die meestal ietsjepietsje sneller loopt dan ik. Vanaf dat moment heb ik mijn best gedaan het gat tussen hem en mij niet te groot te laten worden. Iets waarin ik goed ben geslaagd, ik finishde vlak achter hem. Een uur en dertien minuten en nog wat. Geen toptijd, maar zeker geen slechte tijd. Integendeel, de 15 km. ging nog onder de 1.10. Ook zat ik niet eens zo heel ver achter Hans Verbeek, dus ik mag niet klagen. Wel merk ik dat de tien kilometer mij iets beter ligt, ben benieuwd wat ik daarop nog kan klaarmaken. We zullen het merken, het komende seizoen!

Na afloop nog even Marjolein opgezocht, ze stond inderdaad bij het finishgebied te wachten op de prijsuitreiking. Ze was tweede geworden in een fraaie tijd van 19.40 minuten en stond naast mevrouw nummer-eerst-op-de-vijf, Anushka Lievaart.

De terugweg in de auto hebben Rob en ik schreiend en elkaar tissues aanreikend doorgebracht, want Jacques Brel zong ons van een minidisc toe, al die geweldige liedjes van hem, waaronder de klassieker ‘Ne Me Quitte Pas’. Kippenvel, nog steeds.

‘s Avonds weer eens paëlla gemaakt, niet erg origineel maar altijd lekker, en daarna een kort bezoek gebracht aan mijn vader. Straks ga ik een nieuwe – voordelige – DVD-speler installeren. Ik heb er wel een – een dure nog wel – maar die heeft kuren. En ik heb nog heel wat DVD’s liggen om te bekijken….

Berts weblog

Bert Gerritsma zet niet alleen als schaker zijn beste beentje voor (hij is voorzitter van de Haagse schaakvereniging), maar loopt als de beste. Met zijn 56 jaar liep hij gisteren 1 uur en 5 minuten op de 10 Engelse Mijl. Een prachttijd, menig serieus trainende senior zou er voor tekenen, maar toch: “Ik had nog wel iets sneller gewild”, aldus Bert. Dat klinkt veelbelovend, concurrenten zijn bij ‘de één van de vier’ op 22 oktober gewaarschuwd!

Bert was wel zo alert om alle resultaten van de Haag atleten op de Berlijn marathon
naar mij toe te mailen: Mike Vrolijk 3:18:41, Ton van Westbroek 3:41:09 en Margreet
Schouten 3:43:09. Helmie had 3:03:33 gelopen. Vanmiddag had Helmie mij die tijden ook via een SMS-je toegestuurd. ‘Het was erg zwaar, maar een mooi parcours’ luidde haar commentaar.

Oh ja, Bert heeft ook een weblog, Benchmark.web-log.nl. Het hardlopende webloggerswereldje breidt zich gestaag uit!

Greetje

Nee, ik ben geen aan lager wal geraakte hippie geworden en evenmin aan de drank of drugs geraakt. In plaats daarvan leef ik een vrij gedisciplineerd en (hyper)actief leven en ben, mijn aanvankelijk wilde maar in de loop der jaren steeds dunner wordende haren ten spijt, toch nog redelijk terecht gekomen. Dus dat valt weer mee. Of juist tegen? Vul zelf maar in…

Een paar weken geleden kreeg ik opeens een mailtje met de vraag of ik de zoon van Tonny Bakker-Bourgonje was. Ja dus. Het mailtje was afkomstig van Margreet Bik, iemand die ooit zangles kreeg van mijn moeder en deel uitmaakte van haar operettegezelschap. Het leek haar leuk om mij weer eens te zien en bij te praten.
Greetje Bik! Ja, natuurlijk herinnerde ik mij haar. Ze was vijftien, zestien toen ze bij het gezelschap ‘De Mascotte’ kwam. Veertig jaar geleden!

Ik was een paar jaar ouder, ging naar de kunstacademie, was consequent in een zwart velours pak gekleed en had een heleboel haar. Een soort hippie dus. En alhoewel de muziek, mentaliteit en levensvisie van de hippies mij aansprak, was ik zelf nooit zo vrijgevochten, mijn uiterlijk ten spijt. Zo ben ik mij nooit te buiten gegaan aan wilde experimenten op het gebied van sex en drugs, woonde niet in communes en danste ik ‘s avonds niet bij Het Lieverdje in Amsterdam. Wel ging ik helemaal op in de muziek van die tijd.Greetje was meer klassiek georiënteerd en bovendien een uitstekende sopraan. Een aardig meisje met kort, donker haar en een tikje verlegen. Zo kwam ze tenminste op mij over. Ze kwam dikwijls bij ons over de vloer, totdat ze verkering kreeg met een musicus en dirigent. Korte tijd later trouwde ze met hem.

Vanavond ben ik naar Apeldoorn gegaan om Greetje van weleer – 55 jaar inmiddels en moeder van een dochter van 27 en een zoon van 26 jaar – te herontmoeten.
Ze stond bij de uitgang van het station en ik herkende haar meteen. Een leuk weerzien, dat we bekroonden met enkele glazen witte wijn en een etentje op een Apeldoorns terras. Herinneringen ophalen, waarbij ook naar voren kwam dat ze ooit mijn collega was, we werkten bij hetzelfde bedrijf (een uitgeverij). Gek genoeg, is dat een blinde vlek in mijn geheugen.

Rijk Zwaan loop?!Straks de Rijk Zwaanloop in ‘s Gravezande, tien engelse mijl. Nee, aan de drugs ben ik nooit geraakt – op een paar mislukte stickies na – maar loopverslaving is een feit geworden en een levenslange aangelegenheid, zo hoop ik maar…..

Terug naar oude tijden

Jong, mooi en aantrekkelijk, intelligent, onafhankelijk, hardwerkend, single en af en toe een wew-relatie (wippen en wegwezen): op de dag dat Swiebertje overleed – doderer dan dood, waarmee een tijdperk in de Nederlandse televisiegeschiedenis is afgesloten – zag ik een film met zo’n moderne hedendaagse vrouw als hoofdpersoon.

Het lijkt een wat geforceerd bruggetje, bovenstaande inleiding, maar in beide gevallen gaat het om een terugkeer naar en een herinnering aan oude tijden.

Ik had een weer even bijpraten-moment met Saskia, en we besloten dat af te ronden met een bezoek aan het Filmhuis. De keuze viel – ook tijdtechnisch gezien – op Dalecarlians, een Zweedse film van regisseur Maria Blom. Een frisse, emotionele geschiedenis over familieverhoudingen in een bevroren dorpsleven.

De film gaat over Mia, de jongste dochter van een gezin dat op het platteland – in de provincie Dalecarlië – opgroeide en als enige ooit weg wist te komen naar ‘de grote stad’ Stockholm. Ze gaat even terug voor een familiefeest, haar vader is zeventig jaar geworden. Terwijl Mia veel mensen uit haar geboortedorp is vergeten, lijkt iedereen nog precies te weten wie zij is.

Haar ouders hebben geen idee van het soort bestaan dat zij in Stockholm leidt; haar twee oudere zussen hebben, of hadden, een familieleven waarin ze volledig opgaan. Terwijl de voorbereidingen worden getroffen voor het feest, ontmoet Mia op haar rondje door het dorp bekenden uit een schijnbaar afgesloten verleden. Oude conflicten, spanningen en ingebakken mechanismen komen weer tot leven. Daarbij strijden gevoelens van bewondering en jaloezie voor het meisje dat het in de grote stad ‘gemaakt’ heeft, om de voorrang.

Een mooie schets over hoe mensen veranderen als ze hun geboorteplaats verlaten en hoe familieleden elkaar zo vanzelfsprekend kunnen vinden dat ze elkaar niet meer werkelijk zien.

Toch wel weer eens leuk, zo’n filmhuis-film. Die gáán tenminste nog ergens over. Ik kom er helaas te weinig toe om er vaker heen te gaan. Maar ja, een mens kan niet alles en moet dat misschien ook niet willen.