Koninginneweekend

Vanmorgen heb ik in het krachthonk van HAAG sinds lange tijd weer eens wat gewichtjes omhoog gedrukt. Niet te zwaar natuurlijk, setjes van 10 maal 55 kilo maximaal, maar na een maand geen fitness valt dat niet mee.

In de kantine zat Mulay, hij stelde voor om mee te lopen vandaag. Dat was ik toch al van plan, want sinds woensdag had ik niets meer gedaan. Nou ja, een beetje gewandeld en afgelopen vrijdag drie kwartiertjes gefitnessed, maar niet getraind.

Het werd een heerlijke training van anderhalf uur door een zonnig, groen Westduingebied. Zo gemií als deze loop zou worden, zo gevarieerd was de samenstelling van de groep: van langzame recreanten tot redelijk snelle lopers. Het was een typische Mulay-training, zéér rustig (“er wordt door vrijwel alle groepen véél te hard (in)gelopen”, vindt hij, “zo wordt je echt niet sneller bij wedstrijden”) en opeens korte stukjes heel snel. In deze training waren er heel korte, fikse versnellinkjes op een stukje paardenpad omhoog, flink de armen laten meewerken, daarna weer heel rustig terugjoggen en weer voluit het paardenpad omhoog. En dat acht maal. Daarna gingen we weer heel rustig lopen.

Vlak bij waar je bij strandtent De Kwartel het strand opgaat, gingen we bij de fietsenstalling van paaltje tot paaltje sprintjes trekken, bij elk bochtje wel even inhouden en dan weer voluit. En dat vijf minuten lang. Pfoei, dát was pittig! Daarna weer in het bekende relaíe rustige tempo het strand op. Daar deden we twee versnellingen over deels mul zand, de eerste in drie minuten, de tweede – na circa vijf minuten rustiger – in drie minuten en twintig seconden. Daarna liepen we weer het strand af en gingen we via de duinen terug. In de duinen, op het vlakke gedeelte waar fiets- en wandelpad parallel lopen, tien maal 35 seconden flink hard, met pakweg dertig seconden tussenpauze. De laatste twee gingen behoorlijk snel, maar dat ‘mocht’ van Mulay: de laatste versnellingen kun je ‘alles uit de kast’ gooien.
Daarna nog bij een kort trappetje zes keer snel omhoog, en op het laatst nog zes keer een stukje heuvel op, pakweg veertig meter omhoog. En vervolgens weer heel ontspannen terug naar de baan, we hadden exact anderhalf uur gelopen.

Maar dat was vandaag. Hoe was het gisteren?

Koninginnedag
Gisteren was het een heel rustige Koninginnedag. Geen Amsterdam, geen Utrecht, al die mensenmassa’s hoeven voor mij niet meer zo. Ik ben wel even naar de Frederik Hendriklaan gegaan en heb daar 9 langspeelplaten gescoord voor één euro per stuk. Heel uiteenlopend:

Een van jazz-gitarist Lee Ritenour uit 1979 (Rio), Echo and the Bunny Man (Ocean Rain), Flairck (variaties op een dame), Bomans met een glimlach (fragmenten uit het radioprogramma ‘Problemen verdwijnen waar de kopstukken verschijnen’, dat eind jaren 50, begin jaren 60 door de KRO werd uitgezonden), het beste van Wim Sonneveld, Oscar Peterson in concert, The Police (Reggatta de Blanc), Johnnie Ray (American Legend) en Connie Francis met 20 All Time Greatest Hits.

Tot nu toe heb ik alleen Bomans en Lee Ritenour beluisterd. De laatste is gewoon een heerlijke easy listening jazz-plaat, met mooi harmonisch feel good gitaarspel van de ten tijde van het verschijnen van dit album (1979) nog piepjonge meester. Is niets mis mee, dit kun je elk moment van de dag opzetten.

Bomans is een verhaal apart. De manier waarop mensen toen spraken (een tikje deftig, alsof iedereen toen articulatie-les op school kreeg) doet nu heel gedateerd aan, alsook de probleempjes die zij het kopstukkenpanel voorleggen, maar de humor van Bomans heeft de tand des tijds doorstaan. Zelfs anno 2006 kun je zo nu en dan een glimlach en zelfs een schaterlach niet onderdrukken als Bomans weer een van zijn onnavolgbare parabelen vertelt. In die tijd was erg hard lachen om grappen toegestaan, dat blijkt wel. Bij de opnamen was namelijk publiek aanwezig. Tegenwoordig kan schaterlachen niet meer, staat niet intellectueel of ‘cool’ genoeg of zo…..Later ben ik naar de Keizerstraat gegaan, waar vriend René optrad met zijn band ‘The Old Daddies’. Gewoon degelijke, ouderwetse sixties-rock met veel Stones-. Beatles- en CCR-covers. Maar de oude vaders hadden er duidelijk zin in, ondanks de 15 man (waarvan 12 vrouw) publiek.

Porcupine Tree – In Absentia ***1/2

Ik had ‘m al een hele tijd liggen, dit ‘lenertje’ van oud-collega Peter Jansen. Gisteravond toch maar eens opgezet. Blij toe dat ik het gedaan heb, want dit album is dik in orde! Bij vlagen doet het aan Crosby, Stills & Nash denken, zó sterk zelfs dat je het idee hebt dat ze het zijn, zoals in Lips of Ashes (CSN meets Adreas Volleweider) en The Sound of Muzak. Maar bij Prodigal denk je even Pink Floyd te horen, met die gilmoureske gitaarloopjes en het soort zang. Er staat een enkel in muzikaal opzicht gezien mooi maar ietwat saai nummer op (zoals Gravity Eyelids of Heartattack In A Lay By, het lijkt wel de Canterbury-groep Caravan), maar meestal kent de plaat een sterke muzikale dynamiek, met massief-hardrockende gitaarpartijen die de zaak echter nooit plompweg ‘dichttimmeren’, want na zo’n beheerste eruptie komt er meestal weer een fraaie rustige overgang.Al met al een album dat tussen goed en heel goed in zit en wat mij betreft drie-en-een halve ster verdient.

Porcupine Tree – Deadwing ***1/2

De meest recente van onze Stekelvarkenboom, vorig jaar uitgebracht. Deze zat ook in het cd-doosje, dus meteen maar beluisterd. Het album gaat met de titelsong van start, ruim negen minuten goed opgebouwde melodieuze symfo met een soepele swing, en een met de stevige gitaarpartijen – toch wel een handelsmerk van deze band, merk ik – flink contrasterende zang, de wat melancholiek-welluidende stem van multi-instrumentalist Steven Wilson.

Sommige nummers neigen naar het ‘middle of the road’ metal/hardrock en lijken daardoor op het eerste gehoor wat saai, zoals Shalow en Halo. Bij betere beluistering blijkt dat het een stuk muzikaler is opgebouwd, en dat geldt zeker voor Arriving Somewhere But Not There, dat heel verstild, bijna pastoraal begint en dan in twaalf minuten overgaat van een wederom wat Caravan-achtig stuk met close harmony zang in stevige maar niettemin melodieuze heavy metal en vervolgens weer gezellig à la Caravan eindigt.

Merkwaardigste nummer is Mellotron Scratch, waarbij het lijkt of platen van twee of drie (strijk)orkesten tegelijkertijd zijn opgezet. Echt King Crimson in hun meest extreme prog-rock momenten!

Goed album, goede groep. Beluisteren? Zeker doen! Dat het niet zó maar een metalbandje is, blijkt wel uit het feit dat coryfeeën als Adrian Belew (King Crimson) en Mikael Akerfeldt (Opeth) meedoen.

Advertisements

No Responses Yet

  1. Die laatste 2 cd’s, van Porcupine Tree dus, zijn dik okee, zeer goed gewoon.

    Voor de rest heb je heel wat duisters gescoord qua lp’s. Dat je die nog draait (ik heb er ook nog ruim 200, maar draaien ho maar).

  2. leuke web-log heb je.
    Op http://www.songfestival50jaar.web-log.nl/ kan je stemmen op de nummers van het songfestival 2003. het lijkt mij leuk als jullie stemmen. Mag alleen stemmen als je de nummers kent.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this: