Gelukkig Nieuwjaar!!

Crossend over de drempel!

De laatste dag van het jaar! Vandaag eerst naar Delft voorde Oliebollencross, een van de modderigste en zwaarste crossen van ons land. Ikzou niet meedoen, want gisteren was ik niet vooruit te branden bij de training,menig tachtigjarige zou mij fluitend voorbij gelopen zijn.

 

Vanmorgen was ik er nog steeds niet voor 100% zeker van dat ik mee zou doen, maar eenmaal in Delft was het besluit snel genomen. De camera die ik bij mij had werd echter nauwelijks gebruikt: geen nood, Lodewijk was er ook en heeft mooie plaatjes van de cross genomen, zie voor de hele serie hier.

De cross was minder zwaar dan vorige edities, omdat al te steile heuvels nauwelijks in het parcours voorkwamen. Daar zul je mij niet over horen klagen, want ik heb het niet zo op met veel klimmen. Wel waren bepaalde stukken – zoals het grasveld langs de sloot – zeer drassig en kleiïg, zodat het een geglibber en geglij was van jewelste, ondanks mijn spikes heb ik daar zeker een minuut op ingeboet.

 

Eddy Doorschodt neemt een hindernis

Toch nog 41 minuten gedaan over een afstand die volgens opgave 9,5 km was maar in werkelijkheid een stuk korter was. Ik hoorde zelfs meerdere mensen die het over 7,7 km hadden. Ondanks dat ik iedereen van onze club voor mij moest dulden, had ik er toch geen spijt van de cross te hebben gelopen.

Na afloop gedouched, de blubber van mijn spikes gespoeld en in de kantine bijgekomen. Hans Verbeek – vandaag in functie als parcoursbouwer – bood mij warme chocolademelk aan, daarbij verorberde ik ook nog twee oliebollen.

 

Op de laatste dag van 2006 blikken de heren Tolboom, Verbeek en Kemper in diepe contemplatie verzonken terug op een veelbewogen jaar….

Naderhand voegden Leo – die zeer goed had gelopen, 34 minuten – en Marcel – ook goed, 39 minuten – zich bij ons.

 

Hoe de rest van onze vereniging heeft gelopen weet ik nog niet, wel weet ik dat Sylvia en Marjolein respectievelijk tweede en derde dame werden, waarmee Haag Atletiek in dat opzicht weer zijn visitekaartje heeft afgegeven.

 

Na afloop kon ik meerijden met Leo en Marcel, zij hebben mij bij het Spui afgezet omdat ik bij de Hollandse Gebakkraam nog wat oliebollen moest kopen. Voor vanavond kunnen wij er weer tegen!

 

 

Vuurwerk

Eigenlijk heb ik de pest aan vuurwerk. Vooral die knallers.Mijn ergernis komt vooral voort uit het feit dat anderen er kennelijk lol inhebben hun medemens de stuipen op het lijf te jagen. Met een knappe donderslag.Ook lijken alle puberjongetjes de laatste dagen steeds meer op kleinecriminelen, die zich traag in groepjes voortbewegend, met donkere kleren,petjes en bivakmutsen op, het ene na het andere rotje afsteken. Maar ook latensommige vaders zich niet onbetuigd.

Een andere reden voor mijn aversie: vuurwerk is duur, ergduur. Een gemiddeld pakketje vuurwerk kost al snel dertig, veertig euro. Gelddat binnen enkele seconden in rook opgaat. Zondegeld dus. Toch lijken hetbepaald niet alleen de grootverdieners die honderden euroos uitgeven aanvuurpijlen, rotjes, gillende keukenmeiden en donderslagen.

 

Oliebollen

Toch heb ook ik vandaag weer een pakketje gekocht. Tweetientjes slechts, daar kan ik niet over opscheppen. Is ook niet de bedoeling.Maar het hoort toch bij het Oudejaar, zoals oliebollen en appelflappen. Daarvanheb ik ook een stel gekocht maar in tegenstelling tot vorig jaar ben ikdaarvoor niet naar Rotterdam gegaan. Waar dan wel? Gewoon, bij een kraampje opde Goudsbloemlaan. Is helemaal niets mee, integendeel, ze zijn heerlijk!

Vandaag was een zeer rustig dagje. ’s Ochtends heb ikgetraind. Nou ja, getraind…. Ik weet niet wat ik had, ik was werkelijk nietvooruit te branden. Het is weer zoals vorig jaar rond deze tijd, benen diedomweg niet willen, het geringste klimmetje doet mij naar adem happen. Ik wasal twee groepen lager gaan trainen, maar zelfs die kon ik niet bijbenen. En opdit ogenblik gaat een jeukende gehoorgang gepaard met het gevoel of er een pakwatten in mijn hoofd zit. Dat wordt dus geen oliebollencross morgen, maar ik gawel even kijken.

Mijn goede vriend Diederik, collega-astroloog in de jarenzeventig, loopt ook tegenwoordig. Hij maakt deel uit van de trainingsgroep voorde 10 km en ging na de training iets bij mij thuis drinken. Daar hebben we een tijd over– zeker voor mijzelf – wezenlijke zaken gesproken, maar dat gebeurt al snel metiemand als Diederik.

 

Forever

Vandaag weer eens gefitnessd, en morgen wordt er weer gelopen. Dan worden de blogjes ook wat minder ‘cultureel’ van aard, maar eerst nog even over gisteravond.

Donderdagavond dus. Na een toch al behoorlijk kunstzinnig dagje (in passieve zin dan) heb ik in het Filmhuis de prachtige documentaire film Forever gezien van HedyHonigmann. De film die alom gelouwerd is, was al enige tijd in roulatie, en ik was net op tijd!Volgende week draait-ie niet meer. Althans, niet in het Filmhuis.

 

De film gaat over – en speelt zich grotendeels af op – de beroemde Parijsebegraafplaats Père-Lachaise. Onder de grond ligt een indrukwekkend gezelschapvan kunstenaars uit diverse windstreken en tijdperken zij aan zij. Sommigen –zoals Piaf, Jim Morrison en Proust – worden vele jaren na hun dood nog altijdaanbeden. Maar ook Chopin. Honigmann volgt een van degenen die zijn grafbezoeken, een jonge concertpianiste die haar passie voor de componist deelt methaar inmiddels overleden vader. Iedere keer als zij Chopin etudes speelt denktzij aan hem en schiet zij vol. Aan het slot van de film zien we haar optredenin een zaal, met haar gezicht steeds meer close in beeld.  Dat is iets dat regelmatig terugkomt in defilm: sommige bezoekers – zoals de pianiste, drie blinde vrienden die fan zijnvan de Franse actrice Simone Signoret, en de beroepsmilitair die door zijnvrouw een passie voor Proust heeft ontwikkeld en zijn ‘A Recherche du TempsPerdu’ in stripvorm heeft uitgebracht – heeft de filmmaakster thuis opgezocht.Zo wordt het effect versterkt dat herinneringen aan de doden voortleven in hetleven van alledag en de overlevenden inspiratie geven.

 

Maar er liggen ook kunstenaars die haast vergeten zijn, ofslechts door een enkele liefhebber worden bezocht. Zoals ene Daniëlle, eenchansonnière die op 25-jarige leeftijd stierf. Een man die als gids aan debegraafplaats verbonden is, heeft platen van haar weten te achterhalen en stondperplex. Voor hem stond vast dat hij haar muziek zou gaan promoten. Eén van dechansons horen we haar in de film zingen en is inderdaad verbazingwekkend mooi.

Honigmann weet door sobere, verstilde cameravoering demysterieuze schoonheid van de begraafplaats te vatten. Maar niet alleen dat:door het stellen van sobere vragen – ik zou bijna zeggen in Frans Brometstijl –weet zij diverse bezoekers te bewegen hun verhaal te doen. Waarom zijn zijhier, wat beweegt hen? Dan blijkt wat een louterende werking deze bijzonderebegraafplaats heeft voor de velen die er om uiteenlopende redenen komen: demeesten komen voor hun ‘eigen’ overleden familieleden. Anderen echter laten eenbriefje voor ‘hun geliefde kunstenaar’, gekraste woorden op een steen, of eenbloem. Zelfs cakejes, die een jongeman bij het graf van Proust neerlegt. Hij ishelemaal uit Korea naar Parijs gereisd om dat graf te bezoeken. Ook anderenvertellen over het belang van kunst en schoonheid in hun leven.

 

De dood komt opeens heel dichtbij wanneer we een mooie jongevrouw zien liggen, kennelijk slaapt zij. Dan zien we dat zij wordt opgemaakt doorde man die kunstgeschiedenis heeft gestudeerd en van het zo natuurlijk mogelijktoonbaar maken van overledenen zijn beroep heeft gemaakt (zie foto). Hij oefentzijn vak met veel gevoel uit, maar ook zeer professioneel. De vraag of hij ooitheeft gehuild bij zijn werk, beantwoordt hij ontkennend. ‘Als ik mij emotioneelbetrokken ga voelen bij mensen die ik niet heb gekend, zou ik ’s avondsuitgeput zijn’.

Toch wordt de film nergens zwaar op de hand, of tesentimenteel. De – vaak al door camerastandpunten en montage ontroerende -beelden worden afgewisseld met humor, en hier en daar valt te genieten van fragmentenvan de overleden kunstenaars. Zoals het fragment uit de aria ‘Casta Diva’ uitNorma, gezongen door Maria Callas (zakdoek!).

Gaandeweg wordt zichtbaar en voelbaar hoe de begraafplaatsniet alleen een laatste rustplaats is voor de doden, maar vooral een plek waarde levenden vrede en zelfs inspiratie kunnen vinden.

 

Beeldende Donderdagkunst

Black Dog andWhite – 2007

Dit is de hond van het kunstenaarsechtpaar PaulVersteegh en Thea Bonnecroy, die niet geheel vrijwillig poseerde bij dezespontaan ontstane creatie van zwart en witte tegels. Een paar minuten voor hetmaken van de foto lieten de tegels plotsklaps los van de pilaar waarop zebevestigd zaten.

 

Het was tijdens een bezoek aan het Centrum Kunstzaken aan deGoudsbloemlaan 113 (www.kunst-zaken.nl),in het voormalige postkantoor. Zij exposeren hun werk samen met dat van hun beroemdelandgenoot Bram van Velde. Gaat dat zien, gaat dat zien, tot en met 28januari kunnen jullie hun werk bewonderen en zelfs kopen. Openingstijden:zaterdag en zondag van 12.00 tot 17.00 uur.

De schilderijen zijn van Paul Versteegh, de beelden van Thea Bonnecroy

Even daarvoor was ik met Paul naar het GEM gegaan voor eenbijzondere expositie van schilderkunst. Deze expositie, getiteld Nederland– Deutschland Malerei. behandelt de sterkeopleving van neo-romantische, neo-realistische schilderkunst van dit moment,door drie Nederlandse en drie Duitse kunstenaars aan elkaar te koppelen: Matthias Weischer (D) aan Aaron van Erp (NL), David Schnell (D) aan TjebbeBeekman (NL) en Martin Eder (D)aan Rezi van Lankveld (NL). Door dekoppeling worden inhoudelijke en stilistische overeenkomsten en verschillen opscherp gezet. Wie meer wil weten, bezoek de website van het GEM. Wel gaanhierbij wat afbeeldingen van schilderijen van de diverse kunstenaars.

Links: Weischer, rechts: Van Erp

Het werk van Van Erp en Weischer is hermetisch en nogal beklemmend van sfeer.Beiden richten zich op het innerlijk dat door de buitenwereld danig is verward.Bij Weischer is de beklemming van de kamerwanden bijna fysiek voelbaar, bij Van Erpverglijdt de melancholie en de hoop die bij Weischer nog aanwezig is totsinistere waanzin.

 

Tjebbe Beekman en David Schnell maken landschappen die de staat van onzemaatschappij weerspiegelen. Beekman, die in Berlijn woont en werkt, laat degespannen maatschappelijke verhoudingen van de stad doorsijpelen in zijncomposities (zie onderste kleine afbeelding), Schnell stelt de mythe van de natuur aan de orde. Beiden makensoms nadrukkelijk gebruik van het wetenschappelijke perspectief en zuigen onsdaarmee bijna letterlijk in de voorstelling.

Rezi van Lankveld en Martin Eder werken met het onderbewuste: obsessies,frustraties en allerlei nachtmerries. Waar Van Lankveld haar beelden uit hetniets laat ontstaan, grasduint Eder door de kunstgeschiedenis en demassacultuur om zijn semi-surrealistische beelden te maken.

In het fotomuseum dat in het gebouw van het GEM is ondergebracht, is tot 25 februari een tentoonstelling van het werk van Gregory Crewdson, een retrospectief 1985 – 2005. Vanaf het midden van de jaren tachtig maakte hij zes zorgvuldig geregisseerde fotoseries waarin hij de wereld weergeeft als een obscure cinematografische droom. Met het Amerikaanse ‘suburbia’ als decor onderzoekt Crewdson de angsten, neuroses en verlangens die diep geworteld zijn in het moderne dagelijks leven. In zijn mysterieuze werelden speelt het onverklaarbare een cruciale rol.

Gregory Crewdson laat met geconstrueerde decors en digitale nabewerkingen het onderscheid tussen realiteit en fictie vervagen. De hypnotiserende en extreem fraai uitgelichte foto’s zijn het resultaat van een langdurig proces, waarbij een groot team van stilisten, lichtexperts en computergrafici betrokken is. De foto’s kunnen het best vergeleken worden met stills afkomstig uit dramatische filmscènes. Ze worden dan ook deels op locatie, deels in de studio gemaakt.

’s Avonds ben ik naar het Filmhuis gegaan, maar gelet op de grotehoeveelheid afbeeldingen bij dit blog daarover morgen meer.

IJzige trainingsavond

Eergisteren de kerstcross gelopen, maar dat vormde voor het merendeel van de deelnemers geenbeletsel om woensdagavond weer te gaan trainen. Maar het kan altijd nog erger!Eén van de groepsleden – die dat eerst niet aan de grote klok wildehangen – had op dezelfde dag een halve marathon gelopen in Arnhem, de derdekerstdag loop. Samen met Mike.Ze deed dat vrij rustig voor haar doen (1:29’) en was daarmee tweede dame geworden. Dezelfde avond trainde ze nog eens anderhalf uur mee. Dit omdat ze onze gezichten nog wilde zien voor het jaareinde (ja, dat laatste kan ik mij óók niet voorstellen, maar het is wel zo….:-)). Weliswaarstond een rustige duurloop op het programma, maar tòch. Ik moet er niet aandenken, maar ik ben al helemaal geen ultraloper…

Aan de andere kant: als het een paar uur later was geweest,had je een nieuwe dag gehad. Op twee opeenvolgende dagen anderhalf uur lopen isnu óók weer niet uitzonderlijk, al zie ik mij dat nu niet doen.

 

Maar terug naar de training. Er stond een uurtje rustige duurloop op het programma. ‘De groep met vier trainers’ zoals Jan P. opmerkte (Ton, Helmie en Mulay, die er vanavond ook weer eens bij was. Maar wie is nou de vierde?!) ging ditmaal naar het centrum van Den Haag, via een leuke route:Thomsonlaan, stukje Groot Hertoginnelaan, Koningin Emmaplein de Noordwal op enzo richting binnenstad met als keerpunt de ijsbaan op het Plein (op de fotohierboven zien we John Williams en partner tijdens de opening). Die ijsbaangeeft een echt ‘winters’ kerstsfeertje aan dat stukje oude binnenstad, en daardroeg de temperatuur vanavond – even onder het vriespunt – aan bij. De ijsbaanwas druk in gebruik, maar zoals vermeld wat het voor ons het keerpunt. Wekeerden terug naar de Laan van Poot,  onderweg nog een paar pittoreske straatjesdoorkruisend.

Op de club was het als altijd gezellig. Zelf stond ik meteen echt ‘mannengroepje’ om een van de ronde tafeltjes te kletsen en te bieren. Daar maakten ook onder meer Lodewijk, Arie, Frank, Paul van O., Wim K., Piet de Jonge, Ruud A. en Ruud F.deel van uit. Het ging over van alles en nog wat.

Vandaag een cultureel dagje, met een bezoek aan het GEM envanavond naar het Filmhuis!

 

Crossend door Tweede Kerstdag

De traditionele kerstcross was weer lekker pittig vanmorgen. Naar keuze konden één, twee of drie ronden worden gelopen. Het merendeel van de Haag-atleten had voor drie ronden gekozen, wat neerkwam op circa acht km crossen door de duinen en over het strand. Zwoegen was het soms, stoempen, snot en sterven (met dank aan Smeets&Tolboom).

Veel bekende gezichten uiteraard, maar ook mensen die niet van Haag-atletiek waren. Zoals onze verloren gewaande ‘web-log dochter’ Mirjam, ze had samen met haar vriend de korte variant gelopen. In de kantine van Haag Atletiek kon ik het sportieve duo op het gevoelige schijfje zetten, in ruil daarvoor mocht ik ook even.

Na afloop was het nog gezellig in de kantine, al ben ik niet zo lang gebleven. Wel hierbij een korte impressie.

Maar hoe ging het lopen? Nou, best wel aardig in aanmerking genomen dat ik bepaald geen crosser ben. Vooral heuvelopwaarts lukt mij niet, domweg geen adem meer, dus dat wordt steeds een wonderlijke mix van wandelen en superkleine pasjes. Vervolgens laat ik mij dan wel weer naar beneden vallen. Moet na 1 januari wel weer iets aan het gewicht gaan doen, zodat ik ook weer iets sneller kan, maar deze laatste dagen van december lenen zich niet zo voor ascetisch leven.

Zo ook vanavond, dan gaan we naar m’n schoonmoeder. Ja, wie niet, hoor ik al zeggen. Inderdaad, maar in dit geval is m’n schoonmoeder de naam van een restaurant. Uit eten dus.

Hieronder nog een paar foto’s van Lodewijk, die ik heb geript van de website van Haag Atletiek.

Links: Ton loopt weer! Rechts: Paul van Oyen, een van onze snellere veteranen

Links: Hans Gouweleeuw, 61(!) jaar, hier voorop lopend, was verrassend snel. Rechts: buffelend over de paardenpaden.