Ferme jongens, stoere knapen

Vandaag nog maar niet getraind. Ik kan weer normaal wandelen, zij het licht trekkend met het rechterbeen omdat de knie nog gevoelig is. Toch denk ik dat ik deze week weer kan gaan hardlopen. Deze maandagavond heb ik besteed aan het maken van een tekening (opdracht) en het installeren van een nieuwe printer, de Epson Stylus DX4400. Nou ja, nieuw, ik heb ‘m met Sinterklaas gekregen maar van installeren was nog niets gekomen.

Nog steeds ben ik in nostalgische sferen. Dat komt ongetwijfeld door die oude foto uit het familie-album die ik gisteren op mijn blog plaatste.

Oók uit een grijs verleden – in het jaar Onzes Heeren 2006, op 9 januari om precies te zijn – kwam onderstaand krantenartikel. Het is destijds al eerder gepubliceerd via mijn weblog, maar nu dus weer. Gewoon een herhaling dus, het lijkt de Publieke Omroep wel in zomertijd…

De Oefenrondes van den Maandag-avond

Daagsch na den Oliebollencrosch, gisteren des namiddagsch gehouden in het schoone Westduingebied, stonden de ferme jongens stoere knapen weer paraat voor den oefeningen die aan deze of gene wedkamp vooraf gaan. Zij stonden allen gereed: de heren Van Westbroek, Moesman, Timmerman, Pronk, Blijleven, Vrolijk en Van der Gon Netscher, alsook ene heer die luischtert naar den naam Ido maar wiens familienaam – ooh schande! – schrijver dezes ontschoten is, hetgeen, naar ik innig hopen mag, de leezer mij niet euvel duiden zal.

Na eenen ronde loopen door den schonen Vogelwijk onder aanvoering van de heer Van Westbroek, was het tijd voor den oefeningen. Maar u voelt wel, waarde lezer, hier klopt iets niet. Want waar was mejuffrouw Ramakers gebleven, altoos aanwezig maar ditmaal schitterend door afweezigheid? Wat nu? Had zij wellicht haar bekomst van den zwaren trainingen? Geenszins! Tot vreugde van de heeren kwam ook zij opdaagen, met straalenden lach maar enigszins trekkend met het rechterbeen. "Hoe komt U zoo in dezen toestand" vroegen de heren Van Westbroek, Moesman, Timmerman, Pronk, Blijleven, Vrolijk en Van der Gon Netscher, alsook de heer Ido in koor. "Och", zei mej. Ramakers, "Gisteren des namiddagsch nam ik deel aan den wedstrijd, u beter bekend als den Oliebollencrosch. Ik meende in aanmerking te komen voor den eersten prijs in mijn klasse. Het loopen ging voorspoedig, totdat ik plotsklaps iets voelde knappen in mijn rechterbeen. Welnu, U kunt zich voorstellen hoe ik schrok! Gelukkig was het vlak voor den eindstreep, zoodat de gerechtvaardigden winst mij niet meer kon ontgaan".

De heeren applaudiseerden luid en feliciteerden mej. Ramakers met dit eclatante succes. Maar genoeg gepraat nu. Er moest geoefend worden. De koene atleten renden met krachtigen pas naar den Atletiekbaan alwaar de leider de heer Van Westbroek een programma had uitgestippeld. Doelstelling was om telkenmale, negen maal om precies te zijn, vierhonderd meter in flinken draf af te leggen. De eerste vier malen tussen den een minuut en twintig seconden, een minuut en veertig seconden en een minuut en vijftig seconden, al naar gelang de kwaliteit en de mate van geoefendheid der afzonderlijke loopers. En dat in opwaartschen lijn: de tweede serie van drie malen vierhonderd meter diende twee seconden sneller, en den laatschte serie van twee malen vierhonderd meter vier seconden sneller te worden geloopen.

Mannen van stavast: ziet hoe het resultaat der gestaage oefeningen zich uit in deez’ titanenstrijd tussen de heer Blijleven en de heer De Vries tijdens den Oliebollencrosch

Het ging voorspoedig en gezwind. Mej. Ramakers stond bezijden den sintelbaan de heren Van Westbroek, Moesman, Timmerman, Pronk, Blijleven, Vrolijk en Van der Gon Netscher, alsook die ene heer die luischtert naar den naam Ido, aan te moedigen: "Hou vast, mannen!" riep zij uit. Ook gaf zij aan in welken tijd den mannenbroeders de afzonderlijken vierhonderd meters geacht werden af te leggen en, ofschoon zij zich hier meestentijds goed aan hielden, kon schrijver dezes het niet nalaaten den laatschten ronde in één minuut en drie-en-dertig seconden af te leggen, hetgeen veel te snel was, in aanmerking genomen dat de allereerste vierhonderd meters in één minuut en vijftig seconden werden afgelegd. "Foei!" sprak mej. Ramakers mij bestraffend toe. Ja, somtijds mag ik wat ondeugend zijn, maar ach…. Stilletjes-aan hoop ik dat het mij ooit vergeeven wordt.