…of de gladiolen!

Deze weken staan in het teken van diverse mediaspektakels: de politiek, eerst de verkiezingen en dan nu de formatiebesprekingen, en uiteraard het voetbal dat bijna iedereen in zijn ban houdt. Mij minder moet ik zeggen, waarschijnlijk komt mijn relatieve desinteresse voort uit het feit dat ik domweg niet kàn voetballen. En oranje staat mij ook niet zo denk ik. Hoe dan ook: volgende week maandag moet ik er aan geloven, tussen de middag gaan we met z’n allen de wedstrijd volgen in de vergaderzaal, met een groot scherm.

Maries_laatste_rustplaats_006 Hoe dan ook, het zijn beide evenementen die iedereen min of meer bezig houden. Maar in ieders eigen kleine kring gebeuren ook dingen die de krant niet halen, laat staan de televisie. Zo heb ik gisteren de kat van een vriendin helpen begraven nadat wij het diertje eerst hebben laten inslapen bij de zeer betrokken dierenarts. Zij (de kat wel te verstaan) is 18 jaar geworden, een respectabele leeftijd. De laatste maanden ging zij steeds meer achteruit: ze was zo goed als blind, vermagerde sterk en liet op het laatst alles lopen. De dierenarts vermoedde ernstige en niet meer te genezen nierproblemen. Het inslapen ging op een heel rustige manier: eerst werd een klein stukje van haar voorpootje geschoren. Daarna kreeg ze een klein prikje waardoor zij in slaap viel, waarna een tweede dodelijke injectie binnen vijf minuten zijn werk deed en het diertje rustig en voorgoed insliep.

Zo ging het ook met onze hond twee jaar geleden. Zijn broer leeft nog steeds en hoopt in september 14 jaar te worden, voor een Cavalier King Charles Spaniel een respectabele leeftijd. Maar eens komt aan zijn leven ook een eind. Aan het onze ook, aan ieders aardse leven. "Over 100 jaar zijn wij allemaal dood, jij ook, ik ook" is een van de vrolijke meezingers van Hessel in zijn Café De Groene Weide, een cover van een nummer van Klein Orkest (met Harry Jekkers). En zo is het maar net.

Het leven gaat gewoon door, het is een cliché van jewelste en dus al te waar. Eerder gistermorgen heb ik de gemiste woensdagavondtraining ingehaald door een klein uurtje te lopen. Morgenochtend weer. En eigenlijk zou ik zondag in Delft willen meedoen aan de Kopjesloop maar wederom krijg ik logees dus dat zal niet lukken vrees ik.

Morgen wel weer wat feestelijke gebeurtenissen, Vlaggetjesdag en The Hague Jazz, waar het concert van Toots Thielemans afgelopen woensdag een voorproefje van was. Wat mij weer deed denken aan een persiflage op Willem Duys door André van Duin. Ik heb het nota bene nog teruggevonden ook, op YouTube. Waar dat al niet goed voor is, YouTube vormt waarlijk een historisch archief.

Allemaal onzin! (oh ja?!)

Chemtrails_diemen_22april2009_2 Ik verdwaal wel eens – soms toevallig, een enkele maal ben ik bewust op zoek naar informatie – op websites en fora die allerlei interessante zaken aan de orde stellen

Neem bijvoorbeeld de verhalen over chemtrails. Dat zijn die sporen waterdamp die vliegtuigen achterlaten en, anders dan de normale ‘uitlaatgassen’ opvallend lang blijven ‘hangen’ in de lucht. Volgens bepaalde verhalen zouden vliegtuigen chemische stoffen uitsproeien die ziektes kunnen veroorzaken of de mentale weerbaarheid van mensen beïnvloeden. Onzin? Ja, als je dit zo snel leest wel, dat is ook de normale reactie van de gemiddelde ‘gezond verstand’ mens. En dat is te begrijpen, want als er sprake zou zijn van een ‘conspiracy’, dan waren er allang klokkenluiders geweest die de geruchten over en zelfs bewijzen van het ontstaan van chemtrails hadden bevestigd, piloten bijvoorbeeld, of werknemers van fabrieken die chemicalieën produceren. Maar er zijn veel nog niet afdoende beantwoorde vragen. Ik vind het interessant om de verhalen zoals die op Niburu.nl verschijnen te lezen. Zoals je vroeger ook Bres had, het tijdschrift over randwetenschappen. Graancirkels, chemtrails, noem maar op. Flauwe kul? Zeker, er wordt heel wat af-gefantaseerd en een ‘hoax’ kan zomaar ontstaan. Als je sommige afbeeldingen ziet van graancirkels lig je dubbel van het lachen. Nep ja, maar toch… Ik pleit er ook niet voor om alles maar te ‘geloven’, het gaat mij om de feiten. Maar om nu maar meteen te gaan roepen dat alles onzin en kwatsch is, wat een normale reactie is op allerlei fora over dit soort onderwerpen, zonder dat de reageerders er blijk van hebben gegeven zich ook maar enigszins in de materie te hebben verdiept, is wat mij betreft het andere uiterste van alles maar kritiekloos aannemen van wat er wordt geschreven.

DerekNog zoiets: paragnosten zoals Char en Derek Ogilvy: iedereen is het er nu wel over eens dat het charlatans zijn en dat ze onzin verkopen. Tenminste, als je alle internetfora afstruint blijft er weinig van hen heel. Ook begrijpelijk, want ‘pecunia non olet’, en voor een deel maken ze er een mooie show van. En de commerciële omroep is blij met hen: met de kijkcijfers zit het geramd. Maar toch, maar toch… Het rare is dat iedereen op die fora het zó ontzettend met elkaar eens is over het ‘onzin-gehalte’, dat het meer een elkaar nabouwen is (om maar te tonen hoe stoer en nuchter je bent en over ‘gezond verstand’ beschikt?) en een dissident ‘ja, maar hoe zit dat dan’ geluid meteen afkomstig lijkt van een zweefteef of goedgelovig eitje. Iets ‘over dingen die zij (de paragnosten) op geen enkele manier vooraf hadden kunnen weten’ (en waarvan ik ook denk: "Schiet mij maar lek").Grappig is dan wel dat de nuchtere goegemeente daar ook niet goed raad mee weet. Ja, dan wordt er een gevat-snerende opmerking gemaakt, of de ‘Cold reading’ theorie (ook iets gelezen op internet) wordt van stal gehaald die op die vraag totaal niet van toepassing is, dat is het wel zo’n beetje.

Maar waar wil ik met dit verhaal naar toe? Gewoon, een pleidooi voor ‘een open mind!’ Ik hou niet zo van die ‘welles-nietes’ discussies ook al zijn ze (soms) best amusant om te lezen. Zoals iedereen kijk ik, lees dingen, heb zelf dingen ervaren, beschouw ik en heb over veel dingen zo mijn eigen gedachten en vermoedens. En uiteindelijk weet ik ook niets zeker, maar wie wel? Ik slik lang niet alles voor zoete koek, wel valt het mij op dat er zeer goed-gedocumenteerde informatie is over het ontstaan van chem-trails (iets waar ik niet in wil geloven, geen misverstand hierover) en over graancirkels (iets dat mij nog steeds intrigeert, vooral ook omdat lang niet alle cirkels door mensen lijken te zijn gemaakt), en dat Char, Derek Ogilvy naast een goed zakelijk instinct en gevoel voor show ‘iets kunnen’, méér dan louter het toepassen van psychologische trucjes, staat voor mij vast. Evengoed dat iets niet alleen pas ‘waar’ of ‘onwaar’ is nadat we het via de weg van het verstand geheel kunnen verklaren.

Van Ouspensky naar Hans Vrolijk

Zo’n weblog lijkt wel één groot ego-document. Tenminste, dat zouden tegenstanders van dit fenomeen kunnen beweren. Helemaal onwaar is dat niet, want evenals bij een dagboek ga je uit van de dingen die jij meemaakt, en bekeken vanuit jouw bril. Dus een weblog is zo subjectief als het maar zijn kan. Aan de andere kant: er bestaat eigenlijk geen ‘ik’. Dat is een van de dingen die ik leerde nadat ik weer eens een boek van Ouspensky opensloeg. Er zijn altijd meerder ikken, die onafhankelijk van elkaar in één persoon kunnen leven. En op een weblog laten lang niet al deze ‘ikken’ zich kennen. Met andere woorden: zelfs webloggers hebben hun geheimen! Maar goed, laten we het simpel houden. Het is nog vroeg!

Gisteren was ik bezig met onderstaand blogje, dat als volgt begon.

Als je mij zou vragen welke boeken mij aanspreken, dan is het antwoord: boeken van geïnspireerde schrijvers, die bij uitstek geïnteresseerd zijn in het leven zèlf. Wat is het leven, wat zit daar achter, wat is bewustzijn, identiteit, wat behelst de dood? Ik kan er wel een paar noemen: Rudolf Steiner, Eckhard Tolle, Rupert Sheldrake. Eigenlijk allemaal wetenschappers met een ‘open mind’ voor ‘het hogere’. Eigenlijk zou je Dan Browne daar ook onder kunnen rekenen, in ieder geval keren de thema’s die bij al deze schrijvers – of moet ik zeggen: filosofen – aan de orde komen, ook in zijn romans terug.

Ouspensky_2Een van die schrijvers is Ouspensky. Ik heb twee boeken van hem – hij heeft er overigens veel meer geschreven – namelijk ‘De vierde weg’ en ‘Tertium Organum’.

De reden dat ik een blogje aan hem wijd is omdat ik op hyves een vriend tegenkwam die een speciale ‘Ouspensky-hyves’ aan het maken is. En toen dacht ik: Oh ja, natuurlijk, Ouspensky, die zulke fascinerende verhandelingen heeft geschreven over ‘tijd’ (wat niet bestaat, tijd is een menselijke uitvinding om dingen te kunnen plaatsen), beweging, de opbouw van het heelal, de oneindigheid en de vierde dimensie.

Nu kan ik wel een hele biografie van internet plukken, maar daar begin ik niet aan. Voor mij zijn de denkbeelden van Ouspensky zeer fascinerend, maar het is geen geloof en het laatste wat ik wil is mijn voorkeuren opdringen. Laat ik volstaan met de vermelding dat de schrijver-kunstschilder-wiskundige-journalist Pyotr Ouspensky een uitzonderlijke levensbeschouwer was die zich vanaf zijn tweede levensjaar allerlei gebeurtenissen kon herinneren en op zesjarige leeftijd al schrijvers als Lermontoff en Turgenieff had gelezen. Toen hij dertien was raakte hij geïnteresseerd in dromen en psychologie en daarna in de hogere natuurkunde en wiskunde. Dit bracht hem tot zijn fascinatie voor de vierde dimensie.

Hij werd journalist want hij vond dat de wetenschap zoals die bestudeerd werd aan de universiteiten een dode zaak was. Hij ondernam veel reizen, o.a. naar Europa, Egypte, Ceylon en India. Hij kwam in contact met Madame Blavatsky en de Theosofen die voor hem een deur openden tot de esoterie, en begon zelf te experimenteren met verdovende middelen om te begrijpen wat er voorbij de gewone bewustzijnstoestanden lag.

In 1912 publiceerde hij Tertium Organum in het Russisch (tien jaar later in het Engels) en in 1914 A New Model of the Universe. Ook had hij het script voor een film geschreven, in die tijd het nieuwste medium op de markt, The Strange Life of Ivan Osokin, dat in 1947 als roman werd uitgegeven. Deze drie boeken liet hij ook in het Engels publiceren. Andere boeken werden na zijn dood, en met toestemming van Ouspenskys geestelijke leermeester Gurdijeff, alsnog gepubliceerd.

Hans Vrolijk

Ouspensky, een kunstenaar en romanticus. Is het toeval? Terzelfdertijd dat ik dit bericht aan het opstellen was kreeg ik een reactie van Ysbrand Visser, hoofdredacteur van Runners World, op een eerder blog over de Parade waar ik Hans Vrolijk ontmoette. Hans Vrolijk was bij uitstek iemand die zich helemaal in de visie van Gurdijeff en Ouspensky had kunnen vinden, zo stel ik mij voor. Hàd, want hij is vorige week overleden, zo blijkt.

Hans was een van de opvallendste figuren in de Haagse hardloopwereld van de jaren tachtig. Een grote, lange en oersterke kerel was het, met wapperende manen, een vechter die op eigen houtje trainde en tot de regionale top behoorde. Op het eerste gezicht kwam hij wat intimiderend over, maar in feite was deze ‘lefgozer’ ook een vriendelijke, openhartige en gevoelige man. Ooit was hij bokser, naderhand legde hij zich toe op lange-afstandlopen. En met succes, hij won heel wat prestatie- en wedstrijdlopen en was vast van plan om naar de Olympische Spelen te gaan, maar deze schone droom heeft hij nooit kunnen realiseren. Hans was wel aangesloten bij een atletiekvereniging, Sparta. Een In Memoriam staat op deze site.

Paradevrolijkli1Naderhand is Hans ‘omgeturnd’ en volgde zijn spirituele weg. Hij hing de hardloopschoenen aan de wilgen en werd beeldend kunstenaar. Zowel zijn persoon als zijn kleurrijk beschilderde portiek haalden zelfs de landelijke televisie, zo verscheen hij ooit in het veelbekeken NCRV-programma ‘De Stoel’. Zelf werd hij ook onderdeel van zijn kunst, hij beschilderde zich en liep in extravagante kleding rond. Ook in zijn denken had hij een omslag gemaakt, hij voelde zich aangetrokken tot Oosterse godsdiensten, met name het boeddhisme. De laatste keer dat ik hem tegenkwam was vorig jaar, op de Parade, waar ik even met hem sprak.

Met Hans Vrolijk is een van de – letterlijk en figuurlijk – kleurrijkste hardlopers van een bepaalde periode heengegaan. Ik vind dit wel iets om even bij stil te staan.

Doodgewoon…?

Img_9964Dinsdagavond kreeg ik een mailtje van Jos, een achteroom van mij (tenminste, een van de zonen van de zus van mijn oma van moeders kant. Dat klopt toch hè?). Het mailtje bevatte een minder leuk bericht: zijn broer Ton was overleden na een kort ziekbed.

Ik heb deze Ton wel gekend, maar mijn moeder (dus zijn nicht) kende hem beter. Ze ging dikwijls naar hem toe, hij was kapper. Daarnaast – en na zijn pensionering uitsluitend – schilderde hij, hij was zeer productief en had ook exposities.

Zelf herinner ik mij de familie Kop vooral als de kinderen van ‘tante Nel’, de zus van mijn oma. Zo nu en dan, als klein jongetje, kwam ik bij hen thuis op bezoek. Jeugdherinneringen… Ik besloot naar de rouwkamer te gaan om afscheid te nemen en de familieleden te condoleren.

Zijn vrouw was er, een van zijn zonen en een dochter, en zijn broers Frans, Jos en Martin. Met Frans had ik de laatste jaren zo nu en dan contact. Ook zag ik nog twee bekenden van het hardloop-circuit. Waaronder een die ik nog goed ken van de allereerste strandlopen eind jaren zestig. Geloof het of niet: geen steek veranderd! De ander had een zaak in waterbedden en is nog steeds een fervent hardloper, lid van de Hash House Harriers, de internationale expat ‘drinking club with a running problem’. Ooit had ik een tekening gemaakt voor t-shirts die zij bij een of andere loop-evenement droegen.

Ook herkende de oudste broer van de overledene, Martin, mij onmiddellijk. Wonderlijk, want de laatste keer dat ik hem heb gezien was ik vijftien of daaromtrent, hijzelf zal zo’n 35 jaar zijn geweest. Zijn zoon was er ook en ook hij herkende mij. ‘Van de Katjeskelder’ zei hij. Dat klopt, ik was er ‘s zomers dikwijls te vinden, in Oosterhout, bij mijn grootouders op de camping met die naam.

De weduwe herinnerde zich ondanks haar verdriet met zichtbaar genoegen mijn moeder, die tijdens haar hele leven grootschalige operettevoorstellingen organiseerde, zelf de artistieke leiding daarover had, aan de piano zat en het orkest dirigeerde. Een bijzonder mens was zij, zoveel is zeker.

Dat is altijd het merkwaardige bij dit soort bijeenkomsten: op een wonderlijke manier dreigt het gezellig te worden. Bijna ongepast, alhoewel… Ik zou het niet erg vinden als mensen er na mijn vertrek van deze aarde een leuk feest van zouden maken.

Het geeft toch altijd te denken. De dood is het meest dood-gewone wat er maar is, want alles dat leeft gaat een keer dood. Planten, dieren, planeten en melkwegstelsels. We gaan allemaal een keer, ‘wanneer het onze tijd is’. Het gekke is alleen dat wij dat van onszelf niet voor kunnen stellen, dat we er een keer niet meer zijn. Akkoord, er zijn sterke aanwijzingen dat er ‘iets’ is dat onze stoffelijke dood overleeft en mogelijk reïncarneert in een ander mens of levensvorm, maar vooralsnog is dat toch meer een geloof dan keiharde wetenschap.

Ik voel wel iets voor het idee van een eeuwige cirkelgang, zoals je dat overal in de natuur ziet. De meeste Nederlanders gaan er echter prat op ‘heel nuchter’ te zijn, maar op de keper beschouwd is de meest nuchtere visie, namelijk ‘dood is dood en dat is dat’ meteen de meest mystieke: dat zou betekenen dat je in de oneindige eeuwigheid slechts enkele jaren ‘bewust’ bent. Daarvoor en daarna eeuwig bewusteloos. Raadselachtiger kan het al niet.

Bevrijding

Een laat blogje voor mijn doen, problemen met IE waardoor ik niet op mijn beheerpagina kon komen. En dus ook geen blogje kon plaatsen. Firefox geïnstalleerd, nu kan-ie weer!

Gisteravond heb ik voor mijzelf gelopen, een klein uurtje. Ik wilde niet rond 20.00 uur ergens lopen, op dat moment wil ik even stilstaan. Op de een of andere manier vind ik die jaarlijkse twee minuten stilte altijd wel iets hebben. Toch moet ik bekennen dat ik op zo’n moment nauwelijks aan de doden denk (is ook moeilijk denk ik, je hebt die mensen nooit gekend), ook niet aan de ‘eigen’ doden, ik ben meer gefascineerd door de plechtstatige stilte.

4mei_dam_landscape_2 Bij de publieke omroep vond ik de plechtigheid op de dam indrukwekkender dan voorgaande jaren, niet in de laatste plaats door de sterke speech van burgemeester Cohen, een ontroerde Koningin Beatrix die dankbaar het applaus van het publiek in ontvangst nam.
Persoonlijk vind ik het altijd leuk om Ron Koorevaar, de voorzitter van De Koplopers die ik altijd in hardloopkledij zie, als ceremoniemeester te zien optreden bij deze plechtigheid.

Op andere zenders zie je de plechtigheid op de Waalsdorpervlakte, ook mooi vanwege die klok en de nachtegalen die de stilte doorbreken. Al moet ik zeggen dat zij ditmaal minder hoorbaar waren dan anders.

Img_8493Zoals ik al zei, de doden herdenken. Een traditie die weer in ere is hersteld en nu ook breed gedragen wordt. In mijn jonge jaren stond lang niet iedereen stil op straat op 4 mei rond acht uur ‘s avonds. Legio auto’s en fietsers die doorreden, ik heb mij daar wel aan geërgerd. De laatste jaren is dat anders geworden. Maar dat kan ook mijn subjectieve waarneming zijn, ik ben op 4 mei nooit meer in de stad op dat tijdstip, ik zit dan achter de buis.

De enige oorlogsdode in de familie die ik nooit gekend heb was Andries, de vroegere verloofde van mijn moeder. Hij is gesneuveld op de Grebbeberg tijdens de Tweede Wereldoorlog. Mijn moeder, die naderhand met mijn vader is getrouwd, heeft troost gevonden in haar intense verdriet doordat haar voormalige verloofde op een keer in een zee van licht aan het voeteneind van haar bed verscheen en geruststellende woorden tot haar sprak. Tja, daar kun je lacherig of sceptisch over doen maar voor haar was het absoluut een ervaring die haar veel steun gaf. 

Img_8486De dood kan een bevrijding zijn. Een gedachte die door veel levensbeschouwingen en religies wordt ondersteund. Het bruggetje naar bevrijdingsdag is dan ook snel gemaakt. Waarschijnlijk ga ik even kijken bij het bevrijdingsfestival op het Spui. Jullie horen nog van mij!

Bevrijding

Een laat blogje voor mijn doen, problemen met IE waardoor ik niet op mijn beheerpagina kon komen. En dus ook geen blogje kon plaatsen. Firefox geïnstalleerd, nu kan-ie weer!

Gisteravond heb ik voor mijzelf gelopen, een klein uurtje. Ik wilde niet rond 20.00 uur ergens lopen, op dat moment wil ik even stilstaan. Op de een of andere manier vind ik die jaarlijkse twee minuten stilte altijd wel iets hebben. Toch moet ik bekennen dat ik op zo’n moment nauwelijks aan de doden denk (is ook moeilijk denk ik, je hebt die mensen nooit gekend), ook niet aan de ‘eigen’ doden, ik ben meer gefascineerd door de plechtstatige stilte.

4mei_dam_landscape_2 Bij de publieke omroep vond ik de plechtigheid op de dam indrukwekkender dan voorgaande jaren, niet in de laatste plaats door de sterke speech van burgemeester Cohen, een ontroerde Koningin Beatrix die dankbaar het applaus van het publiek in ontvangst nam.
Persoonlijk vind ik het altijd leuk om Ron Koorevaar, de voorzitter van De Koplopers die ik altijd in hardloopkledij zie, als ceremoniemeester te zien optreden bij deze plechtigheid.

Op andere zenders zie je de plechtigheid op de Waalsdorpervlakte, ook mooi vanwege die klok en de nachtegalen die de stilte doorbreken. Al moet ik zeggen dat zij ditmaal minder hoorbaar waren dan anders.

Img_8493Zoals ik al zei, de doden herdenken. Een traditie die weer in ere is hersteld en nu ook breed gedragen wordt. In mijn jonge jaren stond lang niet iedereen stil op straat op 4 mei rond acht uur ‘s avonds. Legio auto’s en fietsers die doorreden, ik heb mij daar wel aan geërgerd. De laatste jaren is dat anders geworden. Maar dat kan ook mijn subjectieve waarneming zijn, ik ben op 4 mei nooit meer in de stad op dat tijdstip, ik zit dan achter de buis.

De enige oorlogsdode in de familie die ik nooit gekend heb was Andries, de vroegere verloofde van mijn moeder. Hij is gesneuveld op de Grebbeberg tijdens de Tweede Wereldoorlog. Mijn moeder, die naderhand met mijn vader is getrouwd, heeft troost gevonden in haar intense verdriet doordat haar voormalige verloofde op een keer in een zee van licht aan het voeteneind van haar bed verscheen en geruststellende woorden tot haar sprak. Tja, daar kun je lacherig of sceptisch over doen maar voor haar was het absoluut een ervaring die haar veel steun gaf. 

Img_8486De dood kan een bevrijding zijn. Een gedachte die door veel levensbeschouwingen en religies wordt ondersteund. Het bruggetje naar bevrijdingsdag is dan ook snel gemaakt. Waarschijnlijk ga ik even kijken bij het bevrijdingsfestival op het Spui. Jullie horen nog van mij!

Darwin 200 jaar

Nou, dat 2009 het Darwin-jaar is, dat zal bijna niemand zijn ontgaan. De kranten staan er vol van en ook op tv wordt er de nodige aandacht aan besteed. Er gaat zelfs een Nederlands team van wetenschappers en journalisten met een heuse ‘Beagle’ dezelfde reis maken die Charles Darwin ooit ondernam en waarbij hij tal van ontdekkingen deed die de basis vormden van zijn evolutie-theorie, neergelegd in zijn boek ‘The Origin of Species’. Van die reis wordt een hele televisieserie gemaakt.

Darwinvink_457357788 Wat opvalt is de wat triomfantelijke toon van de aanhangers van de evolutietheorie – en dat is het merendeel der mensheid – namelijk alsof het voor eens en altijd uitgemaakt is dat dit ‘dè’ waarheid is en God niet bestaat. Maar zo simpel is het niet volgens mij. Geen misverstand: de evolutietheorie is wat mij betreft stukken aannemelijker dan het – op zich mooie ‘sprookje’ – dat God de wereld in zes dagen heeft geschapen, en dat Adam en Eva de eerste mensen waren.

Toch laat ook de evolutie-theorie veel vragen onbeantwoord, zoals: ‘Hoe komt de mens, en al het leven, aan een bewustzijn?’ en ‘Wat was het begin van alles?’ En ook als je met open blik naar de natuur kijkt, dan ontkom je er niet aan om een scheppende, creërende kracht achter alles te veronderstellen, onverlet de evolutietheorie. Dat God vervolgens wordt voorgesteld – al is het alleen maar als archetype – als een oude man met een witte baard op een wolk, en dat uitgerekend een mens als ‘zoon van God’ op aarde is gekomen – wat door zeer veel mensen als (historische) waarheid wordt aangenomen – is volgens mij een typisch menselijke voorstelling van zaken.

Zelf sta ik meer achter de gedachte dat God ‘onnoembaar’, ‘onkenbaar’ en ‘onvoorstelbaar’ is. Maak mij gerust uit voor ‘ietsist’, ik vind dat geen belediging. Maar je kunt heerlijk over dit onderwerp prakkizeren, discussiëren, bomen, wat je wilt, we komen er nooit helemaal uit. Opvattingen, gevoelens en visies hierover blijven verschillen. Wat het leven zo mateloos interessant maakt is dat we nooit absoluut zeker kunnen weten of onze visie – of dat nu een atheïstische of religieuze is – de absolute waarheid bevat. Er blijven altijd vragen open, hoe ver onze kennis en wetenschap ook voortschrijdt, daar ben ik van overtuigd. En eerlijk gezegd ben ik daar wel blij om, een leven dat volstrekt van mysterie is ontdaan lijkt mij behoorlijk ‘kaal’.