Hectiek in blessuretijd…

Het waren erg drukke dagen de afgelopen week. Onze afdeling heeft sinds deze week een nieuw hoofd die er meteen en met veel enthousiasme ‘voor gaat’ en ja, daarin wordt je wel meegenomen. Ook al ga ik mijn laatste jaar in – hopelijk niet van mijn aardse leven, maar wel van mijn betaalde werkzame leven – , het zal geen super-rustig jaar worden want ‘ik moet mij dat laatste jaar wel gelukkig voelen’. Nu dacht ik al dat ik mij redelijk gelukkig voel maar eigenlijk betekent zo’n opmerking: keihard gaan werken. Niet dat ik daar een hekel aan heb, integendeel. Maar ik kan het niet helpen, ik krijg altijd iets relativerends bij positief bedoelde managers-taal zoals: ‘Passie voor je werk hebben’. Helemaal niets mis met zo’n slogan of zo’n ‘opsteker’, maar toch: passie heb je of heb je niet, dat komt van binnenuit en kan niet worden aangepraat. Het is net zoiets alsof een autoriteit jou aanpraat dat je voor iemand de ware liefde moet voelen. Wat mij betreft, ik heb passie voor het leven en daar maakt mijn werk deel van uit. Maar foei, dat is uiteraard een perfide standpunt, je hoort dag en nacht alléén voor je werk te gaan, wat je in je vrije tijd doet is ‘ontspanning’, bedoeld om je op te laden voor je werk. Jaja, prima, ik ga daar zó in mee, als je er ook voor betaald wordt…

Maar ik ben aardig aan het leeglopen, het resultaat van wat herfstbokjes na de training. Heb ik dan getraind? Ja en nee. Ik heb gewoon een uurtje voor mijzelf gelopen. Het gaat wel een stuk beter met mijn knie maar ik durfde er niet meteen ‘vol voor te gaan’. Met de groep stonden er lange tempo’s (1-2-1-2-1-2 kilometer snel) op het programma en die heb ik geen van allen gedaan. Wat niet wegneemt dat het lopen best goed aanvoelde. Dit weekend durf ik wel met twee van de vele Paulen van de vereninging (Wobbe en Kruysen) in Delft een 10 kilometer te lopen…

Uiteraard ben ik, na mij thuis gedoucht en omgekleed te hebben, weer naar de gezelligste club van Nederland gegaan. Haag Atletiek, zo is dat. Gezellig wat gekletst, eerst met de mensen van onze groep en naderhand met ‘de jongens’. Een beetje vooruitgeblikt op ‘leuke dingen’. Zo speelt de dochter van Ruud van Aarle in een meiden-rockband, Take it Off. Ze treden in februari op in Het Paard, het wordt tevens een cd-presentatie. Niet ondenkbaar dat we er met een groepje heen gaan.

Vrijdag gaan wij naar een openbare repetitie van het theaterstuk ‘Herakles’ bij theatergroep De Appel. Dat zal ook weer een mega-ervaring worden, ik ben benieuwd.

En volgende week dus naar die geweldige band, Curved Air, in de Zoetermeerse boerderij. Nu zullen al die culturele dingen de meeste lezers van dit blog een zorg zijn, ik vind het zeker iets toevoegen aan het leven. Al blijft hardlopen natuurlijk het mooiste wat er is!

Oh ja, dan is er nog het Filmfestival Rotterdam. Het is weer zover! Misschien ga ik daar vandaag een kijkje nemen.

Advertisements

Van puinduinrun tot winterbier…

Toegegeven, enige ijdelheid is mij niet vreemd, maar zó ijdel ben ik ook weer niet (meer) dat ik bijgaande foto, die Jeroen Tibbe mij toezond, niet zou plaatsen. Van wie was het gezegde ‘Alles wat een man mooier is dan een aap is meegenomen’ ook alweer? In dit geval wel een belediging voor de aap…

Maar eerlijk is eerlijk, het was wel weer lekker zwaar vanmorgen in de Puinduinen. Aanvankelijk wilde ik niet eens meedoen, want mijn knie was nog steeds wat opgezet en gevoelig en ook is mijn algehele conditie
niet je dát. Nog steeds dat hoesten, het is erg hardnekkig ditmaal. Dus vrijdag belde ik groepsgenoot Patrick of hij mijn startnummer wilde overnemen. Hij had al eerder aangegeven dat hij graag de Puinduinrun zou lopen maar te laat was voor de inschrijving, vandaar. Echter had Patrick inmiddels andere afspraken gemaakt dus dacht ik: ik doe gewoon mee, ik zie wel waar het schip strandt.

Met de fiets ging ik vanmorgen richting Puinduinen. Bij vertrek van huis regende het behoorlijk (niet helemaal conform de Buienradar) en er stond een stevige tegenwind. Ik trapte achter twee dames aan die aan hun kleding en rugzak te zien naar hetzelfde evenement toegingen. Om tien voor half elf ter bestemde
plekke. Gelijk met Carel K. kwam ik aan, we zetten onze fietsen tegen een boom (de rekken waren al vol) en gingen onze startnummers en andere aardige hebbedingetjes ophalen. Omkleden, even wat inlopen, dat viel wel mee. Andere clubgenoten waaronder Marjolein, Ruud en Paul gaven ook acte de présence, verder
zag ik nog René, eerdergenoemde Carel en Anneke. Ook bloggend Nederland was vertegenwoordigd, in ieder geval in de personen van Bjorn Paree, Richard van der Klis en Ruud Verhoef. Ik kan verklappen dat zij in ieder geval de eer van het weblog-gilde gered hebben, van mij moest men het niet hebben vandaag
;-)…


Tegen elf uur was ik bij de start, waar het behoorlijk druk was! Drukker dan anders, had ik het idee.
Allemaal mensen die 1, 2 of 3 ronden zouden lopen wat overeenkomt met 3,5, 7,5 en 10,5 kilometer. Het startschot ging en ik ging heel rustig van start, vrij achteraan. En zo zou het drie ronden lang gaan: heel rustig, behalve op de zeer schaarse min of meer vlakke gedeelten waar ik probeerde wat te versnellen.  De drie uiterst steile ‘Stairways to Heaven Hell’ heb ik allemaal consequent, drie ronden lang, op- en afgewandeld. Dus dat ik daarmee geen snelle tijd zou lopen was van meet af aan wel duidelijk. Maar ik heb de Puinduinrun min
of meer als een (zware) training gelopen, niet als een wedstrijd.

Klimmen, klauteren, lijden. En bij sommige stukken hard doorhalen om de schade te beperken. Uiteindelijk kwam ik in 64 minuten over de meet. Geen geweldige tijd maar gelet op mijn huidige vorm en het bewust
ingehouden lopen viel het mij niet eens erg tegen.

Een beetje uitgelopen, gedoucht en omgekleed en in het clubhuis wat nagepraat met Paul K., Jan G. ,
Marjolein (die goed had gelopen maar nèt buiten de prijzen is gevallen) en Saskia van Vught, de sympathieke nationale topper die vandaag het parcoursrecord van de dames – dat op naam van Sanne Broekema stond, die nu overigens eerste dame op de 7,5 km. werd – met zes seconden brak.

Winterbierfestival

En dan was er weer het Winterbierfestival in Gouda,
wat inmiddels een heuse traditie is geworden en evenals vorig jaar op dezelfde dag als de Puinduinrun plaatsgreep. Het was een echt mannengroepje dat die kant opging. Behalve organisator Frank, waren Erik G., Frits B., Paul K. (dezelfde van daarnet, hij had ook de Puinduinrun gelopen) en Jan L. van de partij. We hadden afgesproken in de hal van station Den Haag CS. Jan e Frits bleken al in
Gouda gearriveerd te zijn, Paul kwam later. In de hal troffen we Ruud Verhoef, die ook de Puinduinrun had gelopen, in een fraaie tijd overigens. Het is alweer zo’n tijd geleden dat ik met een medeblogger op de foto stond, dus deze moest even gemaakt worden al is-ie erg vaag geworden. En we hadden nog geen
druppel gedronken…

De voetgangerstunnel bij
station Gouda bleek ondergelopen, maar dat was nog vóór het
bierfestival…

Er viel weer heel wat bier te genieten deze middag, wel 82 soorten werden aangeboden. Al die biertjes
worden in diverse kleinschalige particuliere Nederlandse brouwerijtjes gebrouwen. In het info-boekje dat je bij de ingang krijgt mèt een proefglas en wat plastic munten, staan de namen van alle biertjes met een omschrijving hoe ze smaken. Maar ja, 82 biertjes proeven lukt echt niemand, de meesten houden het
bij vijf, zes glaasjes. Er zitten heel pittige biertjes bij met een alcoholpercentage van 9 of 10 procent, een enkele zelfs meer dan 11 procent.

Iedereen kiest uit het grote assortiment weer andere biertjes, zelf koos ik Haagse Harry’s Winter van brouwerij ABC Beers (Aroma mout, kruidig en geroosterd brood. De smaak is zoet, fruitig met een licht-bittere nasmaak).
dan de Texelse Stormbok van de Texelse brouwerij, een donker gebrouwen bier waarbij duinwater, texelse gerstemout, gebrande moutsoorten, kandij, hop en gist zijn gebruikt. Een robuust biertje voor de ware liefhebber!
Verder Winter van brouwerij Hoeksche Waard, een blond winterbier met een moutig aroma, iets zoetig met licht hopbitter en de smaak van rijpe gele peren en perzik.
En dan de Klap van de Molen van brouwerij De Molen, een diep roodbruin kruidig winterbier. Redelijk zoet, mooie bitterheid en een gebalanceerde subtiele kruidigheid van kaneel, cardamon en laurier.
Laatste biertje was de Quadruppel Oak aged van brouwerij Koningshoeven, vers gerijpt op eiken vaten waarin witte wijn heeft gezeten. Prima biertje ook met een smaak van licht eiken, koffie/tabak en witte wijnaroma’s.

Wij kwamen trouwens ook aardig wat bekenden tegen waaronder Angelo die zeer snel kan lopen maar altijd
voor zichzelf loopt en al een tijd geblesseerd is, en Hans die in de organisatie van de Hash House Harriers Den Haag zit en voor wie ik vele jaren geleden een ontwerp voor een t-shirt heb gemaakt.

Om kwart over vijf gingen we weer naar Den Haag met de trein. We waren met z’n allen beduidend joliger dan op de heenweg, maar kennelijk vonden onze medepassagiers dat niet storend, integendeel. Eenmaal in Den Haag, liepen wij vanaf het station via stadhuis en bibliotheek naar de Wagenstraat. Daar sloten we de dag in stijl af bij ‘De Chinees’ (restaurant Harvest, nadat een ander restaurant helemaal vol zat).

The Artist, stil genieten

Zijn er nog films die zowel grote publiekstrekkers zijn en toch niet voldoen aan hedendaagse criteria, zoals ‘cool-vette’ special effects, 3d, erupties van donderend lawaai en extreme gewelddadigheid? Je zou zeggen van niet, maar mis: ze bestaan nog.

Zo ging ik vandaag met mijn vrouw naar The Artist, een film die in het Haagse Filmhuis draait en dus per definitie een goede film is, sowieso volgens cinematografische kwaliteitsstandaarden. En deze film behoort daar zonder meer toe, wat zeg ik, ik vind het een uitstekende film. Hoe is zoiets mogelijk? Het is een zwart-wit film en bovendien een ‘stomme’ film zoals die in de jaren twintig van de vorige eeuw gemaakt werden.

De film speelt zich af in het Hollywood van weleer en gaat over een acteur – George Valentin – die furore heeft gemaakt in het tijdperk van de stomme film. Wij zien hem aan lager wal raken als de gesproken film zijn intrede doet (de ‘talkies’) en hij weigert daarin mee te gaan. Valentin (naamsverwijzing naar Rudolf Valentino?) regisseert liever zelf een film volgens het beproefde en altijd succesvol gebleken recept – stomme film dus – en speelt daarin zelf de hoofdrol. Deze film flopt echter jammerlijk. De jonge starlet Peppy Miller die min of meer bij toeval door Valentin zelf in de filmwereld is geïntroduceerd, groeit daarentegen uit tot een ware filmdiva. Zij zet alles op alles om de carrière van haar vroegere mentor – voor wie zij ook liefde voelt – weer op de rails te krijgen.

Dit is de kern van het op zich simpele verhaal, ik ga niet in op wat er verder allemaal gebeurt en hoe het afloopt, maar de film is beslist een aanrader. Niet alleen voor cinefielen, maar voor een veel breder publiek. Dat is niet alleen maar mijn mening, dit is inmiddels een feit: in Cannes heeft de film maar liefst 6 Golden Globes behaald en is een groot kanshebber voor de Oscars dit jaar.

Alle ingrediënten voor een succesvolle film zijn aanwezig: nostalgie, humor, liefde en romantiek, ontroering. En, wat heel bijzonder is: er wordt geen woord in gesproken, wat er wordt gezegd is te lezen in van die ingekaderde teksten zoals deze ook in de vroegere stomme film werden ingemonteerd.  De enige geluiden die je hoort zijn de muziek – helemaal in de stijl van die tijd – en de geluiden die Valentijn hoort in een droom waarin zijn angst voor het komende ‘geluidstijdperk’ heel goed tot uiting komt: een glas dat wordt neergezet, het opgewonden gegiechel van een stel meiden die langs paraderen, het geluid van een exploderende bom wanneer een veertje de grond raakt.

Prachtige rollen van Jean Dujardin als George Valentin en Bérénice Bejo als Peppy Miller. Maar we zien ook heel even Malcolm McDowell van de jaren-60 klassieker ‘A Clockwork Orange’. Een heel bijzondere, mooie en uiterst grappige rol is weggelegd voor het hondje Uggie, in de film de onafscheidelijke Jack Russell van Valentin, dat op commando ‘dood’ kan liggen en zijn baasje van een wisse dood redt. Het diertje – 10 jaar imiddels – heeft al een prijs gewonnen voor ‘beste hondenrol’.

Wie zich even wil laten onderdompelen in de tijd van de jaren twintig van de vorige eeuw, of gewoon een fijne mooie film wil zien, aarzel niet! Gaat dat zien.

Brokkenpiloot op drift

Het was een wonderlijke trainingsavond woensdag. Aanvankelijk had ik het idee om niet met de groep mee te trainen, maar voor mijzelf. Aan de ene kant omdat ik verwachtte dat het een zware training zou worden en mijn bronchieën dit niet zouden trekken, aan de andere kant omdat ik verwachtte later thuis te zijn. Eerst moest ik namelijk kaartjes kopen voor een concert in ‘De Boerderij’ op 3 februari, Frank en ik gaan daarheen. Ik wist niet waar ik die zo snel kon krijgen. Ja, op internet staan allerlei voorverkoopadressem maar die informatie is in veel gevallen niet meer up to date. En  oh ja, het zou gaan regenen woensdagavond, zeker aan de kust, en ik heb een hekel aan trainen in de regen.Welk concert? Oh, van een Britse groep uit lang vervlogen tijden, weliswaar niet van de naam en faam van ‘een’ Beatles of  ‘een’ Stones, meer een alternatieve groep die folk, klassiek, pop en rock in hun muziekstijl en nummers verwerkten. Curved Air, met het nummer ‘Backstreet Luv’ (hieronder) scoorden zij destijds een grote hit.

Maar de bronchitis is wel wat minder geworden, de kaartjes kon ik – na een vergeefse poging bij een GWK-kantoor – doodgewoon kopen bij de Free Record Shop in de hal van station Den Haag Centraal. En de laatste smoes ging ook niet op, want nadat ik thuis de buienradar had geraadpleegd, bleken uitgerekend tijdens de training – van 19.00 uur tot 20.30 uur – de ergste buien overgetrokken te zijn.

Dus zonder smoesjes liep ik van huis via de Zonnebloemstraat naar de club, waar een vrij grote groep klaar stond voor de training van deze avond: een duurloop met wat langere versnellingen, zeg vier minuten per keer. Door het gekwakkel van de laatste twee weken was ik nog niet in bloedvorm en bleef bescheiden achter de groep hangen. We liepen via de duinen naar Kijkduin, van daaruit naar de de Ockenburghstraat waar meteen de eerste lange tempoloop werd gehouden. Rechtdoor tot even voor Madestein, waar we in tempo het pad omhoog gingen totdat we het hoogste punt, de loopbrug van een viaduct, bereikten en van daar uit weer terug naar beneden. So far, so good. Maar op de terugweg werden weer wat tempo’s ingelast en toen geloofde ik het wel. Nee, de conditie is niet meer wat ie geweest is, maar dat komt wel weer.

Bij Kijkduin raakte ik de groep uit het oog en ben via de duinen teruggelopen naar de Laan van Poot. Daar kwam ik onze groep weer tegen, net bezig met de rek- en strekoefeningen ter afsluiting van de training. Daarna ben ik naar huis gelopen om mij te wassen en om te kleden, een eindweegs samen met Margreet. Echter aan het eind van de Zonnebloemstraat maakte ik een enorme klapper, ik viel hard en plat op de weg en schoof nog een metertje of wat door. Zo, dat kwam aan. Ik verrekte van de pijn in mijn knieën, ze stonden in brand maar mijn trainingsbroek was niet beschadigd. Thuis zag ik dat de knieën ook niet geschaafd waren, maar ze waren wel dik geworden, vooral de rechterknie. Nu maar eens kijken hoe zich dat gaat ontwikkelen, misschien gaat het wel ten koste van de Puinduinrun dit weekend. We zien wel. Ik ben toch, met bij elke trap pijn tijdens het buigen van de knie, weer teruggefietst naar de club om wat te drinken. En daar was het toch weer heel gezellig. De ludieke barcommissie (met o.a. Cor, Chris en spreekstalmeester Ruud) was weer aan de beurt en hadden ditmaal een loterij geregeld met heuse prijzen.

Later, samen met Paul K., weer op de terugweg, toen zag ik ook dat op de plek waar ik gevallen was een grote scheur dwars over de weg liep met een verhoogde rand.Dinsdag was trouwens de Nieuwjaarsreceptie van onze zaak. De gebruikelijke mooie opstekers van de leidinggevenden, champagne en andere drankjes. Er was zelfs een heuse patatkraam ingehuurd, waar je niet alleen voortreffelijke bruingebakken krokante patat kon krijgen maar ook uitstekende kroketten en dergelijke…

Oud in Het Dolhuys

Graag had ik wat meer loopverhalen geplaatst, maar de verkoudheid heeft een hoop
roet in het eten gegooid. Zo zou ik vandaag hebben deelgenomen aan een
trailrun-training in Soest met onder andere Gert Noordhoek, een lange duurloop (30 km) over een natuurlijk en waarschijnlijk hier en daar moeilijk begaanbaar parcours. Die dertig kilometer was op dit moment sowieso teveel van het goede geweest maar fysiek was ik überhaupt niet in staat geweest om te gaan hardlopen. Andere keer beter.

Wel ben gisteren (zaterdag) naar buiten geweest, sterker nog: de reis ging naar Haarlem om wat cultuur te snuiven. En frisse lucht, het weer was zeer fraai, zonnig zelfs. Doel was ditmaal Museum het Dolhuys, een museum waar ik nooit eerder ben geweest. De reis erheen ging met de sprinter van CS Den Haag naar Haarlem. Altijd een mooie stad om doorheen te wandelen, waarbij het eerst, na het verlaten van het station, altijd onvermijdelijk richting Grote Markt gaat om bij etablissement Brinkman – in het verleden door illustere gasten als Godfried Bomans en Harry Mulisch veelvuldig gefrequenteerd – te lunchen. Ditmaal was geen uitzondering, al is het nu bij cappucino en thee gebleven. Daarna hebben we (ik was weer eens op reis met ‘museum-vriendin’ Karin) op de markt wat rondgestruind.
En passant, bij een kraam waar ‘originele Franse producten’ werden verkocht, ben ik er
letterlijk in gestonken, want daar kocht ik twee bollen gerookte knoflook en even verderop, bij zo’n echte warme bakker, een brood met zonnebloempitten voor thuis. Naderhand, op de terugweg, hebben we bij een goedverzorgde lunchroom Jette gelunchd, pompoensoep met brood. Echt goedkoop was de soep daar niet, maar wel smakelijk.

Museum Het Dolhuys bleek niet in de buurt van de Grote Markt te liggen, waar de meeste musea zich bevinden, maar aan de andere kant van het station. Het staat in een parkachtige omgeving, een glooiend plantsoen met een plas waarin vele soorten watervogels bivakkeren. Met de museumjaarkaart zou het gratis toegankelijk zijn, maar we moesten toch € 1,50 toeslag betalen. Dat gebeurt de laatste tijd wel meer, of
het met de bezuinigingen te maken heeft, geen idee. Maar het was het wel waard,
zo bleek snel.

Het Dolhuys is het museum van de psychiatrie in Nederland. Als bezoeker kun je hier de grenzen tussen ‘gek’ en gezond, normaal en abnormaal ervaren. De verhalen van (ex)patiënten over wat hun ziekte voor hen betekent (dat zie je ook in presentaties, vaste opstellingen, films en videobeelden), waren de leidraad voor de vormgeving van het museum.

In de vaste presentatie zie je hoe de psychiatrie en de positie van de patiënt in de loop der tijden veranderden. Uiteindelijk blijkt dat abnormaliteit veel vaker voorkomt en
dus ‘normaler’ is dan de meeste mensen denken. Zo blijkt maar liefst één op de
vier Nederlanders klant van de Geestelijke Gezondheids Zorg (GGZ) te zijn.

Erg interessant allemaal! Echter was voor ons de directe aanleiding om het Dolhuys te bezoeken een tentoonstelling die tot maart te bezichtigen is. De tentoonstelling gaat over de kunst van het ouder worden en is getiteld ‘WIJ ZULLEN DOORGAAN’.  De
tentoonstelling wil beeldvorming over ouderen ter discussie stellen. De gedachte
achter deze expositie is dat in 2011 de eerste lichting babyboomers met pensioen
gingen. Het is de generatie die in de jaren zestig voor het eerst in de geschiedenis een eigen jeugdcultuur vormde. De rebelse jongeren van weleer, de hippies en provo’s, zijn de nieuwe ouderen. Hoe ervaren zij die ouderdom en hoe gaan zij daar mee om? Die vraag staat centraal in de tentoonstelling die van 24 augustus 2011 tot en met 4 maart 2012 te zien is.

De tijd dat ouderen na hun pensioen achter de geraniums gaan zitten, is voorbij. Uitzonderingen daargelaten natuurlijk, maar de bezoeker ontmoet met name inspirerende ouderen, die met hun persoonlijke verhaal vooroordelen over ouderdom wegnemen. Tegelijkertijd krijgen ook de babyboomers te maken met de aftakeling van lichaam en geest. In de tentoonstelling komen het ouder wordende brein en de ziekte
Alzheimer aan bod.

Gerenommeerde kunstenaars brengen ouderdom in beeld. Van fotograaf Erwin Olaf is een serie portretten van sexy geklede dames te zien. Kunstenares Anne Verhoijsen
portretteert zichzelf op 55-jarige leeftijd op zes verschillende leeftijden. Ook
is er een serie erotische foto’s van bejaarde stellen, gemaakt door Marrie Bot.
Verder een indringend project over dementie van Gerrino Mulder en fotograaf Bert
Verhoeff en zie je foto’s van ‘Persbureau op lokatie’ in Eickendonck, klinische
afdeling voor langdurige behandeling van psychiatrische patiënten van 55 jaar en
ouder, door Lino Hellings.

Verder vond ik de filmpjes die regisseur Nova van Dijk maakte van onder andere kunstschilder Jan Sierhuis en acteur Peer Mancini, die vertellen over het ouder worden,
interessant en ontroerend.

 
Ter gelegenheid van de tentoonstelling is er ook een speciale krant verschenen die de bezoekers mee naar huis mogen nemen. Het is best een interessante krant vind ik,
met interviews met Freek de Jonge, Ciska Dresselhuys, Dick Swaab, Jef Rademakers
en Carry Tefsen die blij is met haar nieuwe kunstheupen. “Ik loop als een kievit
over het toneel,’’ verklaart de inmiddels ook alweer 72-jarige actrice.Ik vond de expositie erg de moeite waard. Als je de gelegenheid hebt,
ga eens kijken en trek vooral wat tijd uit voor het bekijken van de filmpjes
hier en daar.
Het museumcafé is ook erg leuk om even te gaan zitten en wat te gebruiken. Grappig ingericht, aardig personeel, en het gebak is zelf-gemaakt.

Derek en de dominees

Het is wat rustig op dit blog de laatste dagen. Gisteravond was er redactievergadering van ons clubblad bij Henk V. aan de Frankenslag, we hebben onder het genot van
koffie met appeltaart en daarna wat biertjes met een knabbeltje de lijnen voor
het komende jaar uitgezet en de taken verdeeld. Maar zowel tijdens als na deze
sessie (ik was met de bus gekomen en werd door Jan thuisgebracht) speelde mijn
verkoudheid fors op. Zo ook vandaag, ik moest mij zelfs ziek melden. Het was een
beetje landerig dagje. Maar wat dvd’s bekeken: Jacques Brel in Olympia uit 1966,
King Crimson live, wat Wordfeud gespeeld (jaja, ook ik ga met mijn tijd mee ;-)…

En dan nog iets. Ik wilde het er eigenlijk niet over hebben omdat er  al genoeg over gediscussieerd wordt op internet, maar het hield mij – met vlagen – wel bezig de laatste dagen. Met buitengewone belangstelling – en zelfs met een  persoonlijke inbreng hier en daar – heb ik de discussie gevolgd naar aanleiding van de ‘ontmaskering’ van Derek Ogilvy in het VARA-programma RamBam. Nou stelde  die ontmaskering niet veel voor, sterker nog: niets, maar alleen het nieuws  vooraf was aanleiding voor de sceptische goegemeente om zich bloeddorstig op de  schotse paragnost te werpen. Eindelijk een zwakke plek gevonden! Weg met die  charlatan!


Laat ik eerlijksheidshalve  vertellen hoe ik persoonlijk tegenover Derek sta: ik heb altijd wel belangstelling gehad voor wat mensen als hij doen, ik sta er zogezegd wel voor
‘open’. En dat komt omdat ik mij van jongs af aan heb verdiept in zaken als  astrologie, de I Tjing, de boeken van Rudolf Steiner, Krishnamurti en Bo Yin Ra,  tijdschriften over de randgebieden van de wetenschap (zoals Bres), kortom die  hele enigszins oosters-georiënteerde mikmak (zouden nuchtere Nederlanders zeggen). Waarom? Niet als een vlucht uit de realiteit, integendeel, het ging mij  eerder om de realiteit, of liever gezegd het leven zelf, beter te doorgronden. En soms maak je zelf dingen mee, wonderbaarlijke toevalligheden, voorspellende  dromen (heel af en toe), opmerkelijke invallen. En je hoort van anderen bijzondere verhalen. Mijn ‘basisgeloof’ is het ‘ietsisme’, een weten dat de realiteit veel meer is dan wij met onze zintuigen kunnen waarnemen. Maar ik geef toe: dat is een ‘gevoel’, een innerlijk weten maar wetenschappelijk is dat niet
hard te maken. Hoeft ook niet, overigens geloof ik niet dat de wetenschap ooit alles zal kunnen verklaren.

Maar wat vind ik nou zelf van die Derek? Als babyfluisteraar vind ik het wel interessant wat hij doet, volgens mij een combinatie van intuïtie, sensitiviteit en psychologisch inzicht. Ik denk dat hij goed werk doet en ouders een flink stuk op weg helpt bij het begrijpen en het opvoeden van hun lieveling.

Wat de tv-show betreft, ik zie steeds hetzelfde format , een bekend gegeven bij commerciële omroepen. Dat Derek een show bij RTL heeft is niet omdat de leiding nu zo ontzettend ‘gelooft’ in zijn gaven, maar omdat het programma erg veel kijkers trekt. Leuk voor de adverteerders en kassa voor RTL. En voor Derek uiteraard, evenals Char is het zakelijke hem niet vreemd. So Far, So Good. Vervolgens zie ik een show met een
boel hokus pokus, Derek die zich eerst in een lege zaal concentreert waarbij
steeds dezelfde voice-over met steeds dezelfde woorden en op steeds dezelfde
bezwerende toon vermeldt dat ‘Derek meteen contact krijgt met een geest’. Waarna
een programma-onderdeel volgt waarin de paragnost al dan niet, maar meestal wel,
rake dingen zegt over mensen uit het publiek. Eerlijk gezegd vind ik dit altijd boeiend om naar te kijken.

Maar ik kan mij voorstellen dat sceptici (de meerderheid) dit alles maar een hoop voorgekookte show en flauwekul vinden en de ‘gelovigen’ zullen meegeven dat het om niets anders draait dan trucage, coldreading en andere psychologische of goocheltrucs, kortom bedrog. Of zij verwijzen naar Derren Brown, een ‘collega’ van Derek die aangeeft dat het allemaal niets anders is dan trucs, en niets te maken heeft met ‘The Spirit World’. Tja, het is dan gewoon een kwestie van wel of niet willen geloven. Wie
wel wil geloven blijft geloven en heeft daar vaak goede persoonlijke argumenten voor, wie toch al niet geloofde zoekt net zo lang tot hij/zij de stok heeft gevonden om de hond (in dit geval Derek) te slaan. Ieder mens gaat nu eenmaal uit van zijn eigen (al dan niet bewuste) overtuigingen.

Wat mij echter het meest overtuigt van Dereks ‘kunnen’ zijn de fragmenten waarbij hij gezinnen thuis bezoekt, meestal waar een gezinslid overleden is. Hij voelt en zegt dan
dingen waarvan je denkt: héé, dit is heel bijzonder wat hier gebeurt, dit is niet verklaarbaar. Hier is geen coldreading in het spel omdat de informatie die hij ‘doorkrijgt’ heel specifiek is en soms zelfs niet eens bekend aan de familieleden. Ook het commentaar achteraf van betrokkenen, die na de reading helemaal ‘om’ waren, lijken oprecht en niet ingestudeerd.

Maar juist omdat er best het een en ander voor en tegen de kunsten van Derek valt aan te voeren, verraste mij vooral de stelligheid en de negatieve, agressieve toon,
soms zelfs regelrechte botheid, van de sceptici mij. Op diverse fora gingen complete beerputten open. De verontwaardiging en de woede waren niet van de lucht. Hoe een normaal mens in godsnaam in zulke flauwekul kon geloven! En dat men altijd al geweten heeft dat Derek een bedrieger is die veel geld verdient over de ruggen van domme, labiele of anderszins kwetsbare mensen. “RTL-volk” dat in groten getale naar de shows van de Schotse showman-paragnost komt, en daar dik geld voor betaalt.

Tja, ik moest wel een beetje glimlachen toen ik vanavond een reportage zag van een andere ‘gelovige sekte’ die in groten getale naar hun goeroe, Richard Dawkins, kwamen en aan zijn lippen hingen. Dawkins volgelingen zijn intelligente studenten en jonge wetenschappers, die heilig in de evolutie ‘geloven’ en afkerig zijn van het idee
dat er aan het leven een ‘Intelligent Design’ ten grondslag ligt. Misschien zijn het dezelfden die positief staan tegenover de denkbeelden van Swaab (heel kort
door de bocht: “alle bewustzijn zit in de hersenen”), en niets moeten hebben van
wetenschappers als Pim van Lommel (die de gedachte dat het bewustzijn los van de
hersenen kan functioneren aannemelijk heeft gemaakt).

Ach, een ieder gelooft kennelijk toch waar hij of zij zich het lekkerst bij voelt, en dat
moeten we dan kennelijk maar zo laten …

Zo druk als woensdagavond was het zelden bij de vereniging. Vlak voor zeven uur,
het tijdstip waarop de trainingen van de loopgroepen beginnen, leek het clubhuis
bijna uit zijn voegen te barsten. Kennelijk zijn heel wat mensen 2012 gestart
met goede voornemens, bijvoorbeeld door te gaan trainen voor de City Pier City
Loop, 10 kilometer of de halve marathon. En het weer zat ook mee, zij het dat
het aanvankelijk behoorlijk motregende.

Ik was er ook, maar ik voelde mij niet fit, een wat vermoeid en pijnlijk lijf en stevige hoestbuien zo nu en dan. Koorts had ik echter niet, dus maar proberen. Er stond een vrij zware training op het programma, met lange tempo’s: 5 min. – 10 min. – 5 min. – 10 min. – 5 minuten. Bij het inlopen voelde ik al: “dat gaat ‘m niet worden”. Inderdaad
bleef het bij proberen, nog bij het inlopen, na amper één kilometer, haakte ik
af en ging voor mijzelf lopen. Het werd een uiterst rustig duurloopje, hooguit
70 minuten met onderbrekingen (stukjes wandelen), en bij elke stap piepten de
bronchieën dat het een aard had. Ik kon nog geen vier meter versnellen, gewoon
ademtekort.

Laat ik er geen drama van maken, iedereen is weleens verkouden, en in dit seizoen krijgen velen een beurt. Maar ook de nazit hield ik niet lang vol, om tien uur ging ik al naar huis. Wat in een stoel gehangen met een paracetamolletje, zelfs te lamlendig om naar bed te gaan. Maar een beetje naar Paul & Witteman gekeken. Ik kijk altijd, maar wat het is weet ik niet, misschien vanwege het late uur, ik betrap mij er op dat ik het vaak niet helemaal meer uitkijk. Ook blijf ik het vreemd vinden dat velen Knevel en Van
der Brink (de zomerse P&W) zoveel minder waarderen, want zij kunnen mij zowel wat de gasten, onderwerpen als toonzetting betreft nèt iets meer ‘triggeren’.