Pyramides

Maandag 31 juli – De eerste werkdag alweer. Het viel mee, ik was maar anderhalve week weg, dus het werk heeft zich niet opgestapeld.

Daags na de 5 kilometerloop stond er weer een pittige training op het programma. De groep bestond uit het nimmer verzakende trainersduo Ton en Helmie met ditmaal als hun gevolg: Mike, André, Rob en ik. Met als gast – alleen bij het inlopen en het eerste deel van de training – MILA-loper Pierre Tissot van Patot (ik ben niet de enige met een ingewikkelde achternaam). Het werd een zogeheten pyramideloop, grotendeels door de duinen. Het waren 4 pyramides, elk opgebouwd als volgt: 30-60-90-60-30 seconden snel – in een 5 kilometertempo – met tussen de tempo’s een minuutje rustig. En tussen elke serie 10 minuten in een rustig duurtempo.

Het weer was goed, licht bewolkt met een aangenaam zonnetje. Wel stond er een stevige bries vanuit het zuiden. De eerste drie series gingen allemaal tegen de wind in. Pittig!

Rob deed voor het eerst mee na zijn welbestede vakantie in Italië. Aan snelheid heeft hij weinig ingeboet. André, Rob en ik maakten stiekum steeds kleine wedstrijdjes van de tempo’s (zie ik daar trainers bedenkelijk fronsen?), het ging echt wel sneller dan 5 kilometer-tempo. Voor mij wel tenminste, ik ben misschien wat over-enthousiast maar het gaat gewoon lekker. Ton deed aanvankelijk ook mee, maar de voetblessure ging weer opspelen, signaal om het rustig-aan te doen.

Advertisements

Lopen voor en na de Salade Nicoise

Zaterdagmorgen heb ik een deel van de training gevolgd, het was een duurloop in 1 à 2 tempo, deels door de duinen inclusief klimmetjes, deels vlak. Participerende lopers waren ditmaal: Ton en Helmie (de trainers), André, Mike en Rutger en van andere groepen onder anderen Marvin, Roel Been en de snelle veterane (60 plus) Jeanette Weeber. De laatste woont in Spanje en was even over.

Kortom niet de allertraagste lopers, gemiddeld genomen. Zelf had ik al twintig minuten gelopen toen ik mij bij de Laan van Poot bij de groep voegde. Maar omdat ik toch weer aan de Kerkpolderloop wilde meedoen zondag, leek het mij raadzaam om niet al té veel te doen. Dus aan het eind van de boulevard nam ik afscheid van de groep, waarvan een deel voor 90 minuten netto, een ander deel (Mike, Helmie en Rutger) voor twee uur gingen.

Bij thuiskomst bleek ik al met al ook één uur en veertig minuten te hebben gelopen, maar steeds in een relatief rustig duurlooptempo. Ik ben in redelijk goede vorm, deels door regelmatig trainen, deels omdat ik wat afgevallen ben. Dat mag ook wel: volgend weekend gaan we ‘en petit comité’ naar Vlieland om daar de halve marathon te lopen.

’s Middags zijn wij toch weer naar het strand gegaan (zeker wat het weer betreft was het een fantastische vakantieweek), maar zelf ben ik niet zo heel lang gebleven. Bij de grootste kruidenier van ons land ging ik de boodschappen inslaan voor een zomers, calorie-arm maar toch voedzaam maal.

Recept? Dat had ik al eerder gegeven, wie wil kan in de linkerkolom op het kopje ‘Archieven’ klikken en vervolgens surfen naar juli 2004 (18 juli). Twee jaar geleden alweer!

De foto hierboven is niet van briljante kwaliteit, want met de GSM gemaakt (mijn digicam heeft de laatste tijd helaas wat kuren). De salade zelf was echter prima! Als extra slasaus een zelfgemaakte vinaigrette (3 delen olijfolie op 1 deel wijnazijn en een snuif(je) oregano mogen daarbij zeker niet ontbreken, verder zout, peper, theelepeltje suiker en eventueel wat dijon-mosterd). En als begeleidende wijn een provencaalse rosé, in ons geval werd dat een Chateau la Gordonne.

Kerkpolderloop

En dan was er weer de Kerkpolderloop, die gezellige 5 kilometer prestatieloop die elke zondagochtend in Delft wordt gehouden. Voor mij was deze de derde op rij. En mogelijk de laatste, want volgende week is daar de Stortemelk halve marathon van Vlieland, de week daarop (12 augustus) de Bradelierloop en daarna (19 augustus) de Beach Challenge. Die Kerkpolderlopen zijn tot eind augustus, mogelijk ben ik eind augustus in Brussel voor een halve marathon maar dat is nog niet zeker.

Het was de loop van de webloggers: zo was Hans Verbeek weer van de partij, Gert Jan uit Vlaardingen, Bert Gerritsma en ikzelf. Verdere onder anderen Paul Wobbe en Arie Develing.

Het liep al tegen tienen toen ik Hans V. vanuit de verte aan zag komen lopen, ik herkende hem aan zijn loopstijl, heel rechtop. Hij zei dat hij nog niet erg veel had getraind in de vakantie, maar met de kuit ging het een stuk beter. Bert had ik al eerder gezien, we hadden zojuist even ingelopen. En medelogger Gert Jan kende ik helemaal niet, hij had Hans via zijn weblog laten weten dat hij mee zou doen. Na de loop maakten we kennis.

Hoe ging het? Het ging eigenlijk best wel goed. Al meteen bij de start merkte ik dat ik goed ‘in de benen’ zat, en dat bleef vijf kilometer achter elkaar zo. Dit ondanks de – relatief – lange duurloop van gisteren en de brandende zon, want het was nog steeds erg warm. Uiteindelijk finishde ik in 21’40’’, een volle minuut sneller dan de vorige week. Van genoemde personen moest ik alleen Bert voor mij dulden, hetgeen uiteraard geen verbazing hoeft te wekken. Het gaat er in elk geval weer een beetje op lijken. Thuisgekomen, ben ik op de weegschaal gaan staan: 75.8 kilo, dus de afgelopen week weer een kilootje kwijt geraakt. Dat scheelt weer.

Ingewikkeld

Je moet er toch niet aan denken om er zó bij te liggen, zeker niet bij deze temperaturen. Maar ach, je zou er niet veel van merken, want in deze toestand is je ziel allang ‘overgegaan’. Oftewel: je bent dan doodgewoon dood…

Dit soort mummies zag ik donderdag in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Een fraai museum aan het Rapenburg, drie verdiepingen, die je zowel met de trap als met de lift kunt bereiken.

Niet dat ik buitengewoon geïnteresseerd ben in archeologie, maar wat hier tentoongesteld staat is zeer interessant. Niet alleen de grote objecten zoals de beelden, mummies en sarcophagen maken indruk: ook de sieraden, het aardewerk en andere (gebruiks)voorwerpen in de vele vitrines wekken de belangstelling, ook door de goede informatie die erbij geschreven staat. Het prikkelt de verbeelding om te zien dat mensen die duizenden jaren geleden geleefd hebben in staat waren kunst te maken die ook vandaag de toets der kritiek zou kunnen doorstaan. Ruimschoots zelfs.

Publiekstrekker is de tentoonstelling ´Anchhor de mummie´. Via digitale scanbeelden kan men de binnenkant van de meer dan 2600 jaar oude mummie van de Egyptische priester Anchhor bekijken. Ook wordt een film vertoond waarbij je van alles te weten komt over Anchhors leven in het oude Egypte en de manier waarop hij na zijn dood werd gemummificeerd en begraven.

Het idee van mummies was dat de ziel van de overledene aan het eind van elke dag in het lichaam zou kunnen terugkeren. Daarom moest het lichaam bewaard blijven, en dat kon het beste door mummificatie. De oude Egyptenaren waren daar zeer bedreven in. Verderop de expositie zie je ook een mummie van een vrouw, maar dan zonder de wikkels. Opvallend is hoe goed dat lichaam intact is gebleven.

Ingewikkeld (deel 2)

Vrijdag 28 juli – vandaag was een rustig dagje. ’s Ochtends heb ik veertig minuutjes gelopen naar en in de duinen en van daaruit weer terug. Dit nadat ik eerst nog wat gesleuteld heb aan mijn weblog. Later ben ik naar ‘het fietsenboertje’ (zoals mijn vrouw pleegt te zeggen) geweest om de aldaar bestelde Schwalbe banden voor de Beach Challenge op de MTB te laten zetten. Weer later ging ik naar het tuincentrum, mogelijk geïnspireerd door het Hortus-avontuur daags ervoor, om te zien of zij bijzondere planten hadden.

Zoals bijvoorbeeld het Kruidje-roer-me-niet! Heel grappig was het donderdag om te zien hoe de varenachtige blaadjes reageerden op een sterke prikkel, wat de gids demonstreerde door een aanstekervlammetje onder een bladtop te houden. Eén voor één klapten de blaadjes dicht, heel snel, als vallende dominosteentjes, waarna alleen het takje waaraan die blaadjes zaten fluks het moede hoofd liet zakken. Het zou zich weldra herstellen, werd ons verzekerd.

Echter het werd een vleesetend plantje, de Venus Vliegenval. Ik kreeg speciale aarde mee. Thuis plaatste ik het plantje in een groter potje en zette het aan de rand van de vijver, met de voeten in het water. Het is namelijk een moerasplant die wel wat vocht kan hebben.

Bij die vijver is er voldoende voedsel (vliegen, mieren e.d.) voor het plantje. Zodra zo’n insekt aan de binnenkant van een van die openstaande bladen terecht komt, slaat het ‘mosseltje’ dicht. Zo wordt de arme prooi letterlijk ingewikkeld en langzaam maar zeker verteerd.

Het was inmiddels twee uur geworden. Tegen alle verwachtingen in scheen de zon flink. Dus ben ik toch nog even naar het strand gegaan, alwaar ik ook andere vertrouwde strandgangers tegenkwam. Zo ook oud-klasgenoot Rob Franken (al jarenlang getrouwd met ex-collega Marjan, hun zoon Tommert heeft weer bij mijn dochter in de klas (Pabo) gezeten. Rob is gespecialiseerd in het vervaardigen van – niet van echt te onderscheiden – kunst-ogen. Maar dat is weer een heel ander verhaal.

Warmte leidt tot Leidensweg

Het eerste hemelwater van belang sinds enkele weken viel deze (donderdag)ochtend. Ik liet net de honden uit toen ik een paar kleine spatjes voelde. Binnen twee minuten had zich dat ontwikkeld tot een ware wolkbreuk. Het duurde ongeveer tien minuten, toen was het voorbij. Goed voor de planten!

Over planten gesproken. Misschien een mooie dag om naar de Hortus Botanicus te gaan, weg van de drukte. Strandweer was het niet meer en het was te warm voor een lange wandeling. Maar om nu de hele dag binnen te zitten is ook weer zo wat. Dus rond het middaguur zat ik in de trein naar Leiden, al stond ik van tevoren even in dubio: zou het Amsterdam worden met de Hortus aldaar, Artis en/of het Rijksmuseum? Of Rhenen, naar Ouwehands Dierenpark? Nee, toch maar Leiden, lekker dichtbij.

Direct vanaf het station begon de wandeling waarbij ik iets afweek van de gebruikelijke route naar de Breestraat. Even voor de brug boog ik naar rechts af. Er volgde een stuk waarbij ik bijgaande plaatjes schoot.

De mijnheer hieronder, die dit jaar 400 jaar zou zijn geworden, is in Leiden geboren. Niet alleen Amsterdam, maar ook Leiden staat dit hele jaar in het teken van Rembrandt, onze beroemdste kunstschilder ooit. Ik kwam daar vandaag niet voor, maar liep langs het beeld en moest daar toch een plaatje van schieten. Toerist in eigen land….

Uiteindelijk kwam ik toch uit op het Rapenburg, met iets verderop de Hortus; De man bij de kassa vroeg of ik nog meewilde met de rondleiding, die begon om half twee. Prima. Ik had nog een half uurtje, een tijd die overbrugd werd met een frisdrankje op het terras.

De dame die het gezelschap (dertien personen in totaal) rondleidde bleek een enthousiast vertelster. Zó enthousiast, dat het geen rondleiding van één, maar twee uur werd. Het was dus het geringe extra bedrag van één euro en vijftig cent meer dan waard.

Tak van ‘het vrouwtje’ van de Ginkgo Biloba met de zaden, die na rijping enorm kunnen stinken

Zo werd uitgebreid stilgestaan bij de Gingko Biloba, een boom die door de zeer karakteristieke bladvorm goed te herkennen is. De boom is ook bekend vanwege een bepaalde stof die uit de bast gewonnen wordt. Het zou de doorbloeding van de hersenen stimuleren en derhalve een probaat middel zijn tegen een falend geheugen. Opmerkelijk is dat de Gingko een van de twee nog levende plantensoorten is die zelfstandig bewegend sperma aanmaakt. In de Hortus staan ook letterlijk een mannetjes- en een vrouwtjesboom naast elkaar, een echtpaar ‘tot de dood hen scheidt’. Wie meer wil weten, dit is wel een interessante site over de Gingko biloba, klik maar aan!

Mijnheer Gingko Biloba

Verder lopend, kwamen we in de kruidentuin met allerlei min of meer welriekende planten als wijnruit, maggi, tijm, lavendel en munt.

Ook zagen we deze verwant van de – eetbare – artisjok, dat eigenlijk niet veel meer is dan een reusachtige distelsoort.

Langs het water staat een enorme paardekastanje, zo genoemd vanwege de hoefachtige afdruk die de bladsteel op de tak achterlaat. De Kastanje is in ons land een zeer algemene boomsoort, wordt ook als ‘inheems’ ervaren, maar is pas in de 15e eeuw uit Turkije geïmporteerd. Er is dus sprake van een uitstekend geïntegreerde allochtoon.

De dikste boom van Leiden, een paardekastanje

Verderop een plant met enorme bladeren (“Niet de grootste ter wereld, er is een plant met bladeren met een diameter van vijf meter”, aldus onze gids). Eerst dacht ik dat het een verwant van het Groot Hoefblad was, maar na even ‘googlen’ kwam ik er achter dat het de Gunnera (of Mammoetblad) is. Een vochtminnende plant, maar ietsje te groot om bij mijn tuinvijvertje te plaatsen….

Wij kwamen ook langs een systeemtuin met planten die miljoenen jaren bestaan, maar ook ‘modernere’ planten, in de zin van meer geëvolueerd.

We gingen ook nog even de kas in, waar het bloedheet was. Aan de hand van een doorgesneden, net uitgebloeide bloem van de Victoria Regia werd iets uitgelegd over de bijzondere manier van bevruchting. De Victoria is een nachtbloeier. Elke bloem bloeit slechts twee nachten achtereen; de eerste nacht wit en de tweede nacht roze. Na de tweede nacht sluit de bloem en verdwijnt onder water, waar de zaden rijpen. Elke plant kan meerdere bloemen produceren, maar deze bloeien nooit tegelijkertijd.

Op het moment dat de bloem in volle bloei staat, is het niet alleen een toonbeeld van pracht, maar riekt het ook nog eens als een omgevallen fles parfum, althans voor een bepaald soort kever. De bloem verspreidt namelijk een geur die lijkt op die van de vrouwtjes van die keversoort. Bij zwermen vliegen de mannetjes op de bloem af en laten zich letterlijk door haar ‘opslokken’. De bloem sluit zich, pas de volgende dag opent de bloem zich weer en dan herwinnen de kevers hun vrijheid, echter helemaal onder het stuifmeel.

De bladeren van een Victoria kunnen wel twee meter in doorsnede worden. Kenmerkend zijn de met lucht gevulde nerven en de hoge opstaande randen.

Rijksmuseum voor Oudheden

Op de terugweg had ik nog tijd voor een bezoekje aan het Rijksmuseum voor Oudheden, schuin aan de overkant van de Hortus. Daarover later meer.

Strandmoe?

De eerste tekenen van strandmoeheid dienen zich aan. Ik ga nog wel, elke dag, maar meer omdat het met die warmte binnenshuis en op straat ook niet uit te houden valt. Je kunt maar het beste in een kantoor met een goed functionerende aircondition zitten, of – nog beter – aan het water. Aan zee bijvoorbeeld, maar dan kom je toch weer bij het strand uit.

Rond elf uur was ik daar en heb weer wat gezeten, gelegen en gelezen. Gedraaid, in slaap gevallen, weer wakker geworden, stukje gewandeld. Even voorbij de Fuut liep ik Marijke – Ambtenaar bij de EU in Brussel, nu op vakantie – tegen het lijf. Ze stelde voor om een stukje te gaan zwemmen. Nu is Marijke een erg goede zwemster, ze heeft op nationaal niveau gepresteerd. Maar goed, ik liet mij daar niet door weerhouden. Zwemcap en brilletje op en poelen maar.

Na deze korte zwemescapade ben ik weer teruggegaan naar mijn plek. Er kwam wat sluierbewolking, teken om even naar huis te gaan om mijn mail te checken en dergelijke. Mijn vrouw en dochter waren al weg, ze zouden ditmaal samen naar het strand gaan. Dus na een uur of twee thuis zitten en wat ‘computeren’ zocht ik ze op. Maar niet nadat ik mijn stoeltje en handdoek die ik op het strand had achtergelaten, had opgehaald. Echter stonden ze op het punt te vertrekken net voordat ik de plek van bestemming had bereikt (bij Beach Club Friends). Toen ben ik ook maar mee teruggekeerd naar huis, want ik wilde later wel gaan trainen. Een stukje, want ’s ochtends had ik al een duurloopje van veertig minuten gedaan.

Warme training…..

Ondanks de warmte – rond de dertig graden – had menigeen de moed opgevat om te gaan hardlopen. Sterker: onze groep was vrij compleet. Henk, André, Ton, Helmie, Mike, Rutger en ik. Rob was er niet bij, alhoewel ik hem daags ervoor nog op het strand had gezien met vrouw, dochter en een vriendin (van die dochter ;-)). Zij waren toen net terug van vakantie in Italië.

Op pad. We liepen in tot Meer en Bos, daar deden wij de oefeningen. Zou het de laatste training van de groep in deze samenstelling worden? Per 1 augustus is er namelijk een nieuwe groepsindeling van kracht, waarbij recent gelopen tijden op de tien kilometer als uitgangspunt dienen. Bij ons loopt dat van 38 tot 42 minuten, een aantal lopers (waaronder zeker Henk en ik) komt daar lang niet aan. We kunnen een groep zakken, maar ook die groep wordt straks in de training opgedeeld in subgroepjes met lopers die 40 minuten en lopers die 47 minuten over de 10 kilometer ‘doen’. Ik ben er nog niet uit, het liefst zou ik even willen ‘shoppen’, maar “eenmaal gekozen blijft gekozen”, vindt een aantal trainers…..

Uiteindelijk werd het toch nog bijna anderhalf uur bruto, een fartlek-training met vier maal vier minuten tempo heb ik ongeveer voor de helft meegedaan, daarna ben ik rustig joggend (want toch wel erg warm) op eigen houtje teruggekeerd naar de Laan van Poot, heb daar mijn rugzak en fiets gepakt en ben naar het strand teruggepeddeld. Andermaal werd het – zeker niet luie – zweet in het lauwe zeewater afgespoeld. De anderen hadden al gezwommen en stonden op het punt iets te gaan drinken bij het strandpaviljoen.

Daarna ben ik naar de Laan van Poot teruggekeerd en heb een uurtje op het terras gezeten. En weer was een dag voorbij die juli 2006 tot de warmste julimaand ooit geregistreerd zal maken….

Vakantie

Naar het strand, af en toe trainen en gezelligheid opzoeken. Deze week wordt niet gewerkt, want ik heb vakantie. Een korte weliswaar, vanaf vorige week donderdag, nu nog maar vijf dagen inclusief het weekend. Om diverse redenen gaan wij niet naar het buitenland. Hoeft ook niet! We wonen al op een ideale vakantielocatie, vlak bij het strand. En reizen met deze hitte? Laat maar……

Vanmorgen vroeg is er nog wel gefitnesd, een stuk gefietst en daarna naar het strand. Overdag was het aangenaam. Er stond een zacht briesje en af en toe dreven er wat wolkjes voor de zon. Later in de middag, rond 17.00 uur, was het zwoel. Het zeewater was heerlijk. Ik heb zowaar nog een stuk gezwommen met een zwemcap op en zo’n duikbrilletje, tussendoor bij een sportwinkel aangeschaft. Een wonderlijke mix van schoolslag en iets dat heel in de verte op borstcrawl lijkt.

Rond 19.00 uur bij strandpaviljoen De Kwartel neergestreken, waar we de nodige bekenden zagen. We hebben er prima gegeten en daarna nog even het strand op om nog wat te zwemmen en de zon in de zee te zien zakken…..

Net toen we het strand verlieten, zakte het laatste stukje zon achter de horizon. Ot Môrn! Tot morgen. Dat is alweer vandaag, het moment dat ik dit logje opstel. Het belooft weer een hete dag te worden, dus ga ik nu maar alvast even hardlopen…..

Schitterende dansvoorstelling in Puinduinen

De argeloze voorbijganger waande zich op Terschelling, tijdens het Oerol festival. Niet geheel ten onrechte. Op maandag 24 juli omstreeks 19.30 uur werd nabij de Puinduinen, tussen Kijkduin en Ter Heide in, een spontane voorstelling gegeven van Danscollectief Westbroek&Co.

Uw recensent was erbij en wist met grote tegenwoordigheid van geest zijn mobieltje te mobiliseren voor bijgaande impressie.

Zie de beweging der atletische mannenlijven, krachtig maar toch soepel, als Griekse standbeelden: zie de rankheid van de enige ballerina van het gezelschap, een toonbeeld van delicate gratie.

De schoonheid van beweging, de schitterende choreografie waarbij geometrische patronen in een welhaast volmaakte harmonie werden gevormd, het was van een ontroerende schoonheid en liet niet na diepe indruk te maken. Een terecht daverend applaus viel Westbroek & Co dan ook ten deel…

Maar zonder gekheid nu. We ‘deden’ gisteren een korte fartlek (niet kort van trainingsduur, maar kort van tempo’s, waarschuwde Ton) met een lange (ca. 25 minuten durende) ‘inloop’.

Daarna de bekende rek- en strekoefeningen. Vervolgens het parcours door de puinduinen in duurloop 2/3 tempo, met een paar keer die steile trap naar boven, de ‘Stairway to Heaven’.

Vervolgens via de duinen richting Ter Heide, dat ging grotendeels via bochtige, smalle duinpaadjes, soms met zeer mul zand, en veel struikgewas en brandnetels aan de zijkanten. Er leek geen eind aan te komen.

Apotheose vormde de terugkeer over het strand, met zeker zes keer (of was het zeven keer? Ik ben de tel kwijtgeraakt) de ‘Van Dam tot Dam’: dat wil zeggen: beurtelings forse versnellingen van de ene golfbreker naar de andere, waarna er rustig werd uitgelopen tot de daaropvolgende golfbreker. Vervolgens herhaalde het spel zich. Ik moet – voor mijzelf sprekend – zeggen dat het best heel goed ging, alleen de op één na laatste liet ik mij terugzakken tot de achterhoede. Toch iets teveel gegeven de eerste vijf tempo’s. Bij de laatste knalde ik er echter toch nog een snel tempo uit.

Daarna zag ik er zó uit, Mike heeft mij in deze (tijdelijk) uitgeputte toestand vereeuwigd…..

Daarna zijn Rutger, Ton, Helmie en ik bij strandtent Beach Club Friends iets gaan drinken. Wederom een mooie en zeker niet superlichte training tot een goed einde gebracht.