Van Ouspensky naar Hans Vrolijk

Zo’n weblog lijkt wel één groot ego-document. Tenminste, dat zouden tegenstanders van dit fenomeen kunnen beweren. Helemaal onwaar is dat niet, want evenals bij een dagboek ga je uit van de dingen die jij meemaakt, en bekeken vanuit jouw bril. Dus een weblog is zo subjectief als het maar zijn kan. Aan de andere kant: er bestaat eigenlijk geen ‘ik’. Dat is een van de dingen die ik leerde nadat ik weer eens een boek van Ouspensky opensloeg. Er zijn altijd meerder ikken, die onafhankelijk van elkaar in één persoon kunnen leven. En op een weblog laten lang niet al deze ‘ikken’ zich kennen. Met andere woorden: zelfs webloggers hebben hun geheimen! Maar goed, laten we het simpel houden. Het is nog vroeg!

Gisteren was ik bezig met onderstaand blogje, dat als volgt begon.

Als je mij zou vragen welke boeken mij aanspreken, dan is het antwoord: boeken van geïnspireerde schrijvers, die bij uitstek geïnteresseerd zijn in het leven zèlf. Wat is het leven, wat zit daar achter, wat is bewustzijn, identiteit, wat behelst de dood? Ik kan er wel een paar noemen: Rudolf Steiner, Eckhard Tolle, Rupert Sheldrake. Eigenlijk allemaal wetenschappers met een ‘open mind’ voor ‘het hogere’. Eigenlijk zou je Dan Browne daar ook onder kunnen rekenen, in ieder geval keren de thema’s die bij al deze schrijvers – of moet ik zeggen: filosofen – aan de orde komen, ook in zijn romans terug.

Ouspensky_2Een van die schrijvers is Ouspensky. Ik heb twee boeken van hem – hij heeft er overigens veel meer geschreven – namelijk ‘De vierde weg’ en ‘Tertium Organum’.

De reden dat ik een blogje aan hem wijd is omdat ik op hyves een vriend tegenkwam die een speciale ‘Ouspensky-hyves’ aan het maken is. En toen dacht ik: Oh ja, natuurlijk, Ouspensky, die zulke fascinerende verhandelingen heeft geschreven over ‘tijd’ (wat niet bestaat, tijd is een menselijke uitvinding om dingen te kunnen plaatsen), beweging, de opbouw van het heelal, de oneindigheid en de vierde dimensie.

Nu kan ik wel een hele biografie van internet plukken, maar daar begin ik niet aan. Voor mij zijn de denkbeelden van Ouspensky zeer fascinerend, maar het is geen geloof en het laatste wat ik wil is mijn voorkeuren opdringen. Laat ik volstaan met de vermelding dat de schrijver-kunstschilder-wiskundige-journalist Pyotr Ouspensky een uitzonderlijke levensbeschouwer was die zich vanaf zijn tweede levensjaar allerlei gebeurtenissen kon herinneren en op zesjarige leeftijd al schrijvers als Lermontoff en Turgenieff had gelezen. Toen hij dertien was raakte hij geïnteresseerd in dromen en psychologie en daarna in de hogere natuurkunde en wiskunde. Dit bracht hem tot zijn fascinatie voor de vierde dimensie.

Hij werd journalist want hij vond dat de wetenschap zoals die bestudeerd werd aan de universiteiten een dode zaak was. Hij ondernam veel reizen, o.a. naar Europa, Egypte, Ceylon en India. Hij kwam in contact met Madame Blavatsky en de Theosofen die voor hem een deur openden tot de esoterie, en begon zelf te experimenteren met verdovende middelen om te begrijpen wat er voorbij de gewone bewustzijnstoestanden lag.

In 1912 publiceerde hij Tertium Organum in het Russisch (tien jaar later in het Engels) en in 1914 A New Model of the Universe. Ook had hij het script voor een film geschreven, in die tijd het nieuwste medium op de markt, The Strange Life of Ivan Osokin, dat in 1947 als roman werd uitgegeven. Deze drie boeken liet hij ook in het Engels publiceren. Andere boeken werden na zijn dood, en met toestemming van Ouspenskys geestelijke leermeester Gurdijeff, alsnog gepubliceerd.

Hans Vrolijk

Ouspensky, een kunstenaar en romanticus. Is het toeval? Terzelfdertijd dat ik dit bericht aan het opstellen was kreeg ik een reactie van Ysbrand Visser, hoofdredacteur van Runners World, op een eerder blog over de Parade waar ik Hans Vrolijk ontmoette. Hans Vrolijk was bij uitstek iemand die zich helemaal in de visie van Gurdijeff en Ouspensky had kunnen vinden, zo stel ik mij voor. Hàd, want hij is vorige week overleden, zo blijkt.

Hans was een van de opvallendste figuren in de Haagse hardloopwereld van de jaren tachtig. Een grote, lange en oersterke kerel was het, met wapperende manen, een vechter die op eigen houtje trainde en tot de regionale top behoorde. Op het eerste gezicht kwam hij wat intimiderend over, maar in feite was deze ‘lefgozer’ ook een vriendelijke, openhartige en gevoelige man. Ooit was hij bokser, naderhand legde hij zich toe op lange-afstandlopen. En met succes, hij won heel wat prestatie- en wedstrijdlopen en was vast van plan om naar de Olympische Spelen te gaan, maar deze schone droom heeft hij nooit kunnen realiseren. Hans was wel aangesloten bij een atletiekvereniging, Sparta. Een In Memoriam staat op deze site.

Paradevrolijkli1Naderhand is Hans ‘omgeturnd’ en volgde zijn spirituele weg. Hij hing de hardloopschoenen aan de wilgen en werd beeldend kunstenaar. Zowel zijn persoon als zijn kleurrijk beschilderde portiek haalden zelfs de landelijke televisie, zo verscheen hij ooit in het veelbekeken NCRV-programma ‘De Stoel’. Zelf werd hij ook onderdeel van zijn kunst, hij beschilderde zich en liep in extravagante kleding rond. Ook in zijn denken had hij een omslag gemaakt, hij voelde zich aangetrokken tot Oosterse godsdiensten, met name het boeddhisme. De laatste keer dat ik hem tegenkwam was vorig jaar, op de Parade, waar ik even met hem sprak.

Met Hans Vrolijk is een van de – letterlijk en figuurlijk – kleurrijkste hardlopers van een bepaalde periode heengegaan. Ik vind dit wel iets om even bij stil te staan.

Advertisements

You'd better run, but not too fast!

Toen ik gisteravond thuiskwam, mijn hardloopkleding aantrok en mij vervolgens al lopend naar de club begaf, voelde ik het al: dat wordt geen volledige training vanavond. Sterker nog: het wordt hooguit een beetje uitlopen en ‘voor de gezelligheid’ een stukje inlopen met de groep en aansluitend de oefeningen. Daarna weer naar huis. De benen voelden namelijk nogal ‘verzuurd’ aan na de halve marathon van afgelopen zondag.

Ik stond buiten te wachten op mijn groep, maar zag niemand, ook niet nadat de andere groepen al vertrokken waren. Het bleek dat iedereen nog in het clubhuis was waar Henk zojuist A4-tjes had uitgedeeld met daarop een uitgewerkte instructie hoe snel – of moet ik zeggen: hoe langzaam? – je tempo’s moet lopen tijdens de (baan)trainingen. Dat bleek aanmerkelijk langzamer te zijn dan wat je maximaal aankunt.

Uitgeput_2Tja, de meningen over hoe snel je de tempo’s zelf moet lopen zijn verdeeld, maar de meeste trainers zijn het er wel over eens dat er in het algemeen te ‘hard’ (te snel) wordt gelopen. Zelf vind ik bijvoorbeeld dat er bij sommige groepen veel te snel wordt ingelopen. Ook is men geneigd de tempo’s té snel te lopen en ook ik zal mij daar weleens aan schuldig maken. Belangrijk is echter – volgens mij tenminste – dat je geen ‘wedstrijdje’ maakt van een training en als je iemand wilt volgen die normaliter – in een wedstrijd – een stuk sneller is, moet je niet ‘strijden’ om die persoon bij te houden en daardoor jezelf forceren. Want dat is natuurlijk wel zo: soepel blijven lopen, niet buiten adem raken tijdens een training want dan breek je meer af dan dat je opbouwt.

Maar ja, ik kan dat nu wel zo verstandig neerschrijven, in de praktijk heb ik ook zo ‘my moments’. Daarom heeft Henk ook deze overzichten gemaakt, om iedereen er op te wijzen ‘het hoofd’ (en vooral de benen!) ‘koel’ te houden. En daar zit best iets in. Een training waarin je extra hard gaat geeft zeker geen garantie dat je wedstrijden ook extra snel loopt.

Tijdens de oefeningen kwamen meteen wat wederwaardigheden van het afgelopen weekend aan de orde, Henk houdt dat altijd wel goed bij. Zo was Arne met een bedrijfsteam tweede geworden bij een estafetteloop waaraan zeer veel teams aan hadden deelgenomen, en ook had iemand meegedaan aan de Parijs-Versailles loop (10 EM) afgelopen week. Het wachten is op het verslag voor het clubblad! Lijkt mij trouwens ook weleens leuk om aan mee te doen.

Zilveren Kruis Achmealoop 2009: Ach en Wee, ja…

Img_1344 Wat is er mis met de Zilveren Kruis Achmea loop in Haarlem? Voorheen de TROS-loop geheten? Ik zou het niet weten. Het is een erg gezellig en uitstekend georganiseerd evenement, met een prachtige start- en finishlocatie, een heel mooi en behoorlijk zwaar parcours dat deels door de duinen voert, drukbezet is maar lang niet zo massaal als – bijvoorbeeld – de Van Dam tot Dam loop. En vandaag was nota bene een jubileumloop!

Toch heb ik slechts één weblogger gezien vandaag, en dat was op het moment dat ik even in de spiegel keek. Vorig jaar was Rinus er, nu niemand. Ook van onze vereniging, Haag Atletiek, waren er maar vier mensen: Bert Gerritsma, onze snelste 60 plusser, en van de snelste recreanten was Ruud Nobel er en Bram van Dongen.

Vorig jaar had ik hier, zeker gelet op het zware parcours, een voor mijn doen prima tijd gelopen (1:42′.03”) dus daar wilde ik vandaag in de buurt komen. Evenaren zou mooi zijn, overtreffen een schone droom want de afgelopen week was ik niet topfit. Verkouden en zo. Toch heb ik wel goed getraind, dus wie weet…

Img_1346Img_1347Img_1349Img_1350Img_1352Vanmorgen ging ik met de fiets naar station Den Haag HS, waar ik nog net op tijd was voor de trein richting Haarlem. Vanaf het station was het een kwartiertje lopen naar de Grote Markt. De eerste – en naar later bleek, een van de weinige – bekenden die ik daar zag was Bert Gerritsma, die ook hier eens wilde kijken wat er voor hem in zat. In de Jacobijnestraat kon ik aan een kraam mijn envelop met startnummer, spelden en het nodige foldermateriaal meenemen, alsmede een mooi t-shirt. Daarna ben ik weer teruggelopen en heb op een terras een cappucino genuttigd, daar was ik wel aan toe.

Img_1345Weer terug naar de Jacobijnestraat, waar de lopers zich in een gebouw met douche- en massagefaciliteiten konden omkleden. Dat deed ik ook maar. De vraag was hoe het weer zou worden. Met de trein naar Haarlem passeerden we nèt voordat we het station aldaar binnenreden de grens waar een strakblauwe hemel met veel zon overging in een aanmerkelijk dikker bewolkt uitspansel. Jammer, maar ook weer niet want de hele tijd lopen in de zon zou – zelfs nu nog – veel te warm zijn.

Een kleine twintig minuten voor de start zag ik Ruud en Bram van de club, eerdergenoemde snelle lopers. Ook zag ik William Elfrink, een collega van Ton van Westbroek bij VROM die in Heemstede woont en ook een van degenen was die in 2006 meeging naar Parijs, om er de marathon van Parijs te lopen. Hij zou vandaag niet voluit gaan want volgende week gaat hij in Keulen een marathon lopen.

De mensen met een gele sticker op hun startnummer – waaronder ikzelf – mochten in het eerste startvak starten. Nou, maar eens zien hoe het zou gaan. Na het startschot ging ik naar mijn gevoel meteen in een goed tempo op weg. Even liep ik in een vlaag van overmoed achter twee mannen aan waarvan de ene een ballon met daarop in viltstift geschreven "1:40" vasthield, maar dat grapje hield ik niet lang vol, ze gingen veel te snel voor mij.

AchmeaDe eerste zes kilometers bleken relatief het makkelijkst te gaan, daarna werd het giga-zwaar door het parcours dat kilometers lang duintje op-duintje af ging. En zoals bekend kan ik niet klimmen, in ieder geval zakt het tempo bij mij dan enorm terug. Ook nu weer, ik merkte dat aan de passerende lopers. Daar kwam nog bij dat de wolken verdwenen waren op het moment van de start, dus liepen we een halve marathon lang in de volle zon. Ik vond het erg zwaar. De eerste 5 km ging in 23:00 rond, de 10 km in 48:03 – verval kwam door die k..duinen en de warmte – en de 15 km in 1:14:?, dus een tijd van 1:45:00 zou er in elk geval in moeten zitten. De laatste twee kilometers mengden de lopers van de halve marathon en die van de bedrijvenloop zich – wat wel hier en daar enige verwarring gaf – en toen probeerde ik weer te versnellen. Dat ging redelijk goed tot de laatste kilometer.

Daar zat ik er bijna helemaal doorheen. Het werd een ware worsteling maar uiteindelijk bereikte ik de finish. 1:45’22” (werd netto 1:45’10”) was mijn tijd, niet bijzonder goed maar gegeven de omstandigheden O.K. En vijfde 60-plusser, dat is ook niet slecht natuurlijk. Wie de eerste 60 plusser was? Bert Gerritsma natuurlijk! Gefeliciteerd Bert, met je mooie 1:30’18”! Het wordt zo langzamerhand eens tijd voor een interview in het clubblad…

Img_1356Vreemd genoeg zag ik aan de andere lopers niet dat ze het heel zwaar gehad hadden, de meesten zagen er monter uit en hadden volgens mij nog wel een rondje kunnen lopen. Vooral de vrouwen zagen er uitgerust uit. Misschien ben ik toch weer iets te hard van stapel gelopen.

Op de terugweg heb ik eerst nog wat door de mooie straatjes die Haarlem rijk is geslenterd. Een fotootje gemaakt van Ruud en Bram (die respectievelijk 1:26:00 en 1:34:00 hadden gelopen) die ergens een broodje zaten te eten, en zelf heb ik een ijsje gegeten. Eigenlijk was ik op
zoek naar bakkerij Van Vessem, die mooie veelgranenbroden in de aanbieding hadden voor de lopers, maar ondanks diverse malen vragen ben ik geen bakker tegengekomen. Uiteindelijk kwam ik, brodeloos en wel, via een park en onder een viaduct uit bij de Kruysstraat die naar het station leidde.

Img_1355Img_1364_2Img_1367Thuisgekomen, meteen omgekleed en op verjaardagsvisite bij ons buurmeisje. Daar was het druk, gezellig en er was middels mexicaanse bonensoep, pompoensoep en couscous – en vele gevarieerde hapjes – goed voor de inwendige mens gezorgd. Scheelde weer een avondje in de keuken staan!

Nazomerse herfstimpressies

Img_1182 Vrijdag was een dag van nazomerse herfstimpressies. Onbedoeld en al fietsend langs de Koekamp – waar echter al sinds jaar en dag geen koeien, maar des te meer herten wonen – raakte ik in het Haagse Bos verzeild. Het was een mooie dag om te fietsen, heel relaí. Wel vind ik de natuur op dit ogenblik wat aan de saaie kant: eenkleurig groen, voor het overige dor, nog geen mooie herfstkleuren – hier en daar begint het aarzelend te kleuren – en door de aanhoudende droogte schokkend weinig paddenstoelen. Ja, die hiernaast is wel mooi, maar die leek wel versteend, het zou mij niet verbazen als die nog van vorig jaar is. Wel mooi is de zon die door het dunnende bladerdak valt en mooie licht- en schaduw effecten geeft. Wat ook mooi is: bij de Koekamp en ook op andere lokaties zoals de Scheveningseweg, zie je tientallen glanzend-roodbruine kastanjes liggen. Waar deze in de Koekamp zelf vallen, vinden ze meteen hun weg in de magen van de herten.

Img037De fotocompilatie hiernaast is gemaakt in de jaren zeventig, toen de Koekamp nog een stuk groter was. Er waren ook veel meer herten, wat best interessant was want het leverde met name in de bronsttijd mooie taferelen op. Op deze foto’s zie je alleen damherten, maar er was – en is nog steeds – ook een heel roedel edelherten.

Img_1262Img_1243Img_1266Img_1258De andere foto’s zijn van de Koekamp anno 2009, deze zijn gisteren gemaakt. Ook weer damherten, en een roedel edelherten. Wat de edelherten betreft: waar de bronst op de Hoge Veluwe nu op zijn hoogtepunt is, en er misschien zelfs al overheen, moet de bronst in de Koekamp nog op gang komen. Dat is niet zo gek, op basis van geografische verschillen kan de bronst in het ene gebied zomaar twee weken later of vroeger beginnen dan in het andere gebied.

Img_1246Img_1248_2Img_1256_2Img_1251Img_1250_3In het Haagse Bos was het, zoals gezegd, goed toeven. Even tot aan Huis ten Bosch gefietst, toen weer terug.

Ziezo, dit was de vrijdag, maar vandaag (zaterdag) stond er het een en ander op het programma.

Zaterdag 25 september

Vandaag zou het een mooie zonnige dag worden, en dat ìs het ook geworden. Tenminste, in Amsterdam was het tot omstreeks half twee ondubbelzinnig zonnig èn warm. Dat was nog het meest opvallend: de warmte, en dat eind september. Maar goed, dat hoef ik eigenlijk niet op te schrijven, zo’n kleine 16 miljoen Nederlanders hebben dit met mij kunnen ervaren vandaag. Wij zaten in de tuin van de Amsterdamse Hortus, zeker een uur lang te ‘bakken’.  Daarna besloten we toch nog even in de tuin rond te kijken. Gek eigenlijk, voor de derde keer dit jaar bezoek ik de Hortus. Echt verrassend is het dus niet meer voor mij, maar de rust, de sfeer en het in het zonnetje genieten van een cappucino of een wijntje, al dan niet met een lunch, is prima. Akkoord, het heeft weinig sex, drugs en rock and roll, maar dat hoeft ook niet altijd.

Alhoewel, sex was er ook vandaag! Ziehier….

Ja, het was feest in de kas waar de vlinders zomaar rondfladderen. Maar ook dat is niets bijzonders, het is altijd feest daar. Toch eigenaardig, het leven. Vlinders leven een paar dagen, maximaal een paar weken, terwijl er in een andere kas een bomen-echtpaar staat van honderden jaren oud. En nog elk jaar vindt er bevruchting plaats en worden zaden afgestoten die naar andere plantentuinen overal in de wereld worden gezonden. Zo blijft de soort in stand.

Img_1269Img_1273Img_1277Img_1280Img_1281Img_1285Img_1296Img_1301Img_1309Img_1310Na nog even in de tuin van de Hortus te hebben rondgedwaald, gingen we wat zwerven in de omgeving, op zoek naar een terras waar we iets zouden kunnen drinken en vooral eten, we hadden nog niet gelunchd. Onderweg stuitten we op een klein museum dat wij nog niet kenden, Museum Willet-Holthuysen aan de Herengracht.

Img_1340Img_1326_2Img_1316Img_1327_2Img_1329_2 Img_1328_2Img_1314_2We besloten naar binnen te gaan toen bleek dat onze museumjaarkaarten hier geldig waren. Het viel ons niet tegen. Het museum was oorspronkelijk het huis van het rijke patriciërsechtpaar Abraham Willet en zijn vrouw Louisa Holthuysen. Willet was een verwoed verzamelaar van kunst en na zijn dood legateerde Louisa het huis inclusief inboedel en de kunstverzameling aan de stad Amsterdam. Dat was in 1895. Een jaar later opende het museum zijn deuren.

Img_1333Img_1322_2Img_1334We hebben alle kamers van het drie verdiepingen tellende herenhuis bekeken. Veel spiegels, schilderijen, zilver- en aardewerk. Vooral mooie serviezen en een fraaie opgemaakte tafel voor een galadiner. En daarna de tuin, een reconstructie van een vroeg 18de eeuwse stadstuin in Franse, symmetrische stijl. Ook zeer aparte planten en bloemen staan er die je bepaald niet overal tegenkomt. Zelfs in de hortus niet.

Img_1341_2Het middagje Amsterdam hebben we afgesloten met een late lunch aan de Bloemgracht, vlak bij de Munttoren. Daarna gingen we ieder ons weegs: Karin ging nog even shoppen in Mokum, ik keerde terug naar de residentie. Er moest gekookt worden! En ditmaal iets opvallend weinig-exotisch: andijviestamppot met spekjes en gehaktballetjes. Erg lekker!!!

Afscheid Lonneke

Img_1231Het is niet mijn gewoonte om het op dit weblog veel over mijn werk te hebben. Een enkele maal maak ik hierop een uitzondering, bijvoorbeeld als het om de min of meer sociale aspecten gaat: uitstapjes, hardlopen en feestjes. Van tijd tot tijd moeten wij ook afscheid nemen van een collega, dat is overal zo en wij maken daarop geen uitzondering. Ditmaal was het Lonneke, die op 1 oktober naar de VARA – fysiek gezien onze overburen – gaat als bestuurssecretaris. De VARA moet nu een goede sterke vrouw node missen – Vera Keur – maar daar komt een goede sterke vrouw voor terug! Lonneke gaat onder meer de nieuwe VARA-voorzitter, Cees Corvinus, ondersteunen.

Wij vierden het afscheid in Hilversum bij De Dames Haring, een voormalige modezaak waarin nu een café-restaurant is gevestigd die deze naam gewoon heeft overgenomen.

Img032_2Na de gebruikelijke toespraken van voorzitter Tineke en afdelingshoofd Edmund, met louter – en welgemeende – loftuitingen, werd Lonneke uitgebreid in de bloemetjes en cadeautjes gezet. Daar maakte een boek deel van uit, samengesteld uit bladen op A4-formaat waarop elk van de collega’s een ‘lievelingsrecept’ had geschreven, al dan niet gelardeerd met illustraties of andere blijken van creativiteit. Het werd zeer gewaardeerd en de afscheidnemende moest zelfs nog even een traantje wegpinken. Ach ja, "Partir, c’est……." enzovoorts.

Wij twijfelen er niet aan of zij zal goed worden opgevangen door haar nieuwe collega’s, die overigens in geen enkel opzicht ‘de verworpenen der aarde’ kunnen worden genoemd. Maar dit terzijde…;-)

Inmiddels heeft de verkoudheid flink doorgezet. Het is niet anders. Nog steeds ben ik van plan om zondag de halve marathon te lopen, zolang ik koortsvrij blijf zal dat ook gebeuren.

Acht maal duizend!

Van de week dacht ik nog: jammer dat we nooit eens een serie ‘duizendjes’ lopen, louter om te zien hoe snel je die kunt lopen zonder ‘voor gaas’ te gaan. Als ik nu gewoon even op ons trainingschema voor de komende maanden had gekeken, dan had ik kunnen weten dat dit gisteravond op het programma stond. Maar ja, ik kijk niet zo vaak op het schema, ik laat mij graag verrassen.

Welnu, de verrassing kwam: een wel zeer pittige training met maar liefst acht maal duizend meter! De groep, niet overdreven groot ditmaal – ik schat zo’n tien man/vrouw – ging na het inlopen en de oefeningen richting begin Laan van Poot, althans op het punt waar je de Laan van Poot via de Nieboerweg kunt oversteken. Daar staat een markering, zodat je vanaf dat punt dezelfde weg teruggaat, langs het Juliana Kinderziekenhuis tot bijna het punt waar je rechtsaf via de Fuutlaan de duinen in kunt. Henk drukte ons op het hart niet ‘als een bezetene’ te gaan lopen, in ieder geval niet zodanig dat je aan het eind van de training geen pap meer kon zeggen. Een tempo dat je 15 km zou kunnen volhouden zeg maar.

Tired_runner758794Nu moet ik zeggen dat ik niet van plan was ‘ongehoorzaam’ te zijn, maar van meet af gaan ging het gewoon lekker en liep ik als een tierelier. Evenals Ellen trouwens, en naderhand Gerard, met wie ik de rest van de trainingen gezamenlijk op kop zou lopen. Behalve de zesde keer, toen heb ik bewust ‘gedimd’ en ben achteraan gaan lopen, met Henk die een beetje last kreeg van een opspelend spiertje. Ik wilde ook weer niet forceren omdat zondag die halve marathon moet worden gelopen.

Het parcours was de hele tijd lekker ‘vlak’. We liepen de hele Laan van Poot af tot het eind, waar deze laan overgaat in de Savornin Lohmanlaan.  Toen hadden we er al tweemaal duizend op zitten. Het was zelfs iets langer, met Ellen liep ik zo’n dertig meter langer door en toen zaten wij pas op 4’25” of zoiets. Verder gingen we naar de Machiel Vrijenhoeklaan waar we het fietspad dat parallel loopt aan de weg, richting Kijkduin liepen.

Weer een snelle derde ‘duizend’ maar wat mij betreft iets minder snel dan de vorige twee omdat Henk andermaal waarschuwde dat het wel erg hard ging. Die derde keer keek ik op de rug van Ellen en even daarna op die van Gerard, die vervolgens zo’n twintig meter voor mij bleven lopen. Laat maar lekker gaan. Zo ging het ook bij de vierde kilometer – we hadden steeds zo’n drie minuten pauze tussen de series, waarin we uiteraard wel bleven lopen – waarbij de weg rechtsaf naar Kijkduin wel flink omhoog ging. Ellen en Gerard gingen hard, ze waren het eerst bij ‘de pomp’ aan de boulevard van Kijkduin, daarna kwam ik, vervolgens Hans en wie daarachter kwam weet ik niet. Even een korte drinkpauze bij de pomp ingelast.

De vijfde maal door de duinen ging weer lekker hard. Of ik het 15 km vol had gehouden, zo’n tempo? Eerlijk gezegd denk ik van niet, vijf km zou al een hele toer worden. Maar toch voelde het nog goed en het herstel ging ook steeds snel.

Toen kwam de zesde maal, inmiddels waren we weer op vlak terrein op de terugweg naar de Laan van Poot. Daar ging het heel rustig wat mij betreft, achteraan met Henk, maar toch sneller dan – pakweg – een duurloop 3 tempo. Ellen en Gerard liepen andermaal vrolijk op kop en waren het eerst weer bij het punt waar wij zojuist ook waren, waar de Savornin Lohmanlaan overgaat in de duinen en rechtsaf in de Laan van Poot.  Andermaal wat gedronken aan de pomp.

De zevende en laatste keer gingen wij (Ellen en ik) helemaal ‘los’. Daarbij werden we geholpen door de weg, die vanaf dat punt tot aan de sportschool heel geleidelijk afloopt. Op het laatst liep ik helemaal op kop en rende hard door tot voorbij ‘de baan’ naar ‘de finish’ even voorbij de opgang naar de duinen bij de Fuutlaan. Maar toch kwam ik daar niet als eerste aan: met nog 200 meter te gaan kwam opeens Dick, de beste sprinter van onze groep, langszij en sloeg in die korte tijd toch nog een gat van pakweg 15 meter.

Al met al was het een heerlijke en zeer bevredigende training, waarbij de tempo’s zo tussen de 4’15 en 4’25/4’30 per kilometer gingen. Alleen de laatste keer ging zo om en nabij de 4 minuten. Voor ècht snelle lopers is dat niet overdreven snel, maar wij waren er zeer content mee. Het ging goed!

Na afloop was het weer ouderwets gezellig bij de club. Paar biertjes gedronken en met deze en gene gekletst. Maar ik heb het toch niet te gek laat gemaakt.

Vanaf nu maar even een paar dagen rustig-aan. Zal wel moeten, want ik ben verkouden geworden en zit licht snotterend en af en toe hoestend achter de PC. Hopelijk blijft het bij een verkoudheidje en gaat het niet over in een griepje, want dan kan ik die halve marathon op zondag ook vergeten. Maar daar ga ik vooralsnog niet van uit.

Prenten van tijden her

Historyhurdleskoen_3Welk een vreugd’ kan een mensch ondervinden bij het aanschouwen van menig prent uit een alreeds ver verleden. Zoo is ook schrijver dezes gebleeken welk genoegen menig bezoeker hieraan blijkbaar mag beleeven.

Welaan, ik mag geacht worden niet tot den beroerdsten te behooren en zal ook ditmaal aan den wensch van menig leezer tegemoet komen door het plaatsen van enige fotografieën, waartoe ik genoodzaakt was den ouden doosch andermaal te openen.

Img035_3Zoo kon het gebeuren dat, enkele jaren nadat Fanny Blankers-Koen, beter bekend als ‘den vliegenden huisvrouw’ goud op den honderd meters, den tweehonderd meters, de tachtig meters horden en de viermaal honderd meters estafette won tijdens den Olympische Spelen in Londen, deez’ jongeman aan den hand van zijnen Grootvader door een bij de Hofvijver aanweezigen fotograaf op den gevoeligen plaat werd gezet. Dit geschiedde enige tijd na hun bezoek aan den Koekamp, alwaar de Edele Herten werden voorzien van brood dat op het moment dat dit hen werd aangeboden, stellig niet geheel en al versch meer kon worden genoemd.

Nu zal den opmerkzaamen lezer denken: "Wat heeft een voormaalig Olympisch kampioen van doen met een jongetje en zijn opa?" Het antwoord moet zijn: "Niets". Evenwel wil, door het plaatsen beider afbeeldingen, slechts gepoogd zijn de sfeer ener tijd te duiden.

Maar zijn wij thans, door het plaatsen dezer afbeeldingen, niet ver verwijderd waar het in dezen werkelijk om begonnen is: verslag brengen van juist dien zaaken die in het heeden plaatsch vinden? Voorwaar, dit is een overpeinzing waard!

Zatopek_1_4Welnu, het verslag ener training, waarbij de jongens en meisjes van staavast ongetwijfeld hun beste beentje voorwaartsch zullen zetten, zal zeeker een etmaal op zich laten wachten. Op den woensdagavond zullen zij zichzelf kastijden door mijlen te rennen over ‘s Heeren wegen. Hetgeen zeker zijn vruchten afwerpt, zo blijkt wanneer men hun atletisch gebouwde lichamen aanschouwt. Ach, is het geen schoon ding, beweeging in den frischen buitenlucht opdat, wanneer men zich naaderhand ten ruste legt, onreine gedachten en dientengevolge laage lusten geen vat krijgen op het moegetrainde lijf. Mens sana in corpore sana!